Wonder lijkt stoornis: verlamming door psychische overbelasting

Het was opzienbarend nieuws, eind 2010: paralympisch atlete Monique van der Vorst kon na een ongeval ineens weer lopen. Onlangs erkende zij dat ze soms kon staan in de tijd dat ze medailles won. Volgens consultant Meere is het goed mogelijk dat ze een stoornis heeft.

AMSTERDAM - Twee keer vertelde Monique van der Vorst in de Volkskrant over haar wonder. Dertien jaar zat de voormalige paralympische atlete in een rolstoel, tot ze na een ernstig ongeluk het gevoel in haar benen terugkreeg en weer leerde lopen. Vorig jaar werd Van der Vorst opgenomen in de Rabo-wielerploeg. Maar het wonder lijkt een relatief onbekend ziektebeeld: een conversiestoornis, waarbij mensen door psychische overbelasting uitvalverschijnselen krijgen.

Consultant Wilma Meere werkte jarenlang op revalidatiecentrum Het Roesingh in Enschede, waar ze jonge patiënten behandelde met conversieve stoornissen. 'Mijn eerste reactie was: Van der Vorsts verhaal klopt niet, want ik geloof niet in sprookjes. Monique toonde een diffuus beeld, waarbij fysieke klachten en plotselinge verbeteringen door elkaar heen liepen. Ook haar klaagzang over het onbegrip in de medische wereld kwam me bekend voor. Het complete plaatje past in een conversiestoornis.'

Meere herkende bij Van der Vorst diverse symptomen van conversie. 'Vaak is sprake van een disbalans. Iedereen snapt dat je hoofdpijn kunt krijgen door spanningen op het werk. Het kan in sommige gevallen ernstiger vormen aannemen, waardoor het lichaam uitvalsverschijnselen vertoont.

Dierlijke klanken

'De conversie kan variëren van een hand die niet beweegt tot minder kunnen zien of horen. Er hoeft geen traumatische ervaring aan ten grondslag te liggen. Conversie is het gevolg van psychische overbelasting, in welke vorm dan ook.'

Om de 'kracht van de geest' te illustreren, geeft Meere het voorbeeld van een meisje van 14 jaar dat op een brancard naar het revalidatiecentrum in Enschede werd gebracht. 'Ze droeg een zonnebril, omdat ze het daglicht niet kon verdragen en stootte in foetushouding slechts dierlijke klanken uit.

'Na anderhalf jaar ging ze dansend naar huis. Tijdens de revalidatie begon dat meisje eerst te praten als een peuter, hoewel ze 14 jaar was. De geest was sturend, het lichaam had even niks te vertellen en werd langzaam gereset.'

Meere wil op afstand niet oordelen over de stoornis bij Van der Vorst. Volgens haar lezing belandde ze in een rolstoel, toen een enkeloperatie tot dystrofie leidde.

'Bij een buitenproportionele, lichamelijke reactie op een medische ingreep is het nodig om mogelijke psychische oorzaken te zoeken. Helaas wordt dat verband zelden gelegd.'

Liep Van der Vorst een partiële dwarslaesie op bij een door haar beschreven ongeluk in Amerika? De consultant gelooft er niets van. 'Is dat bevestigd door een arts? Of heeft Monique zichzelf het woord dwarslaesie ingeprent? De mens heeft een selectief geheugen. Patiënten met een conversiestoornis hebben dan ook intensieve begeleiding nodig om daaruit te komen.'

Volgens Meere herkennen de meeste artsen de symptomen niet. ' De medische wetenschap is zich te weinig bewust van de totale patiënt en zijn geschiedenis. Er wordt een diagnose gesteld door een heleboel zaken uit te sluiten.

'Niet de mens wordt centraal gesteld, maar het feit waarom hij zijn benen niet kan bewegen. Je kunt je afvragen of in Van der Vorsts geval een psychiater aan tafel heeft gezeten. Zo werkt het namelijk niet in het medische circuit.'

Het was te mooi om waar te zijn. Een tweede ongeluk zou Van de Vorst naar het walhalla hebben gevoerd, toen ze prikkels in haar verlamde benen voelde. Nu geeft de 26-jarige wielrenster toe dat ze een te rooskleurig beeld heeft geschetst.

Meere: 'Ik ben geen arts. Maar zonder aanwijsbare redenen weer kunnen lopen, dat past helemaal in het beeld van de conversie-patiënten.'

Zeg niet dat Van der Vorst heeft gelogen over haar verleden. 'Dat is veel te kort door de bocht. De buitenwereld oordeelt nu of iemand goed of fout is. Maar we hebben het over een stoornis. Het is geen aanstellerij. Die uitvalsverschijnselen zijn er, met alle gevoelens van onmacht en verdriet. Deze vrouw was ziek. Mag je het Monique kwalijk nemen dat ze haar werkelijkheid heeft verwoord?'

Meere betwijfelt of Van der Vorst de juiste hulp heeft gekregen. 'Blijkbaar is ze zich er nu wel van bewust dat de werkelijkheid een andere is dan die ze voor waar aannam. Mijn ervaring is dat mensen met een conversiestoornis intensief moeten revalideren om fysieke prikkels op de juiste manier te interpreteren. Het vergt ook langdurig, psychisch herstel. Je moet nieuwe vaardigheden ontwikkelen om het lichaam weer in balans te krijgen.'

'TIJDENS DE KEURING WAS ZE VERLAMD'

Wie aan paralympische sport wil deelnemen, moet als 'sporter met een handicap' worden gekeurd, oftewel geclassificeerd. In Nederland gebeurt dat onder verantwoordelijkheid van het Classificatie Instituut in Bunnik, een dochter van de stichting Gehandicaptensport Nederland.

Volgens het hoofd van dat instituut, Henk van Aller, worden jaarlijks 200 topsporters gekeurd en ingedeeld naar handicap. Uit de eigen folder: 'Classificatie draagt bij aan het waarborgen van eerlijke wedstrijdsport voor mensen met een handicap.'

De keuring geschiedt door een panel van minimaal twee deskundigen. Er is altijd een classifier met een medische achtergrond en een keurmeester met een sportachtergrond. Het instituut heeft 150 experts tot zijn beschikking die de opleiding voor het classificeren succesvol hebben afgerond. Het zijn vaak doktoren, neurologen of revalidatieartsen.

Pas na de uitreiking van de classificatiepas kan de sporter actief worden in zijn klasse. Wil hij internationaal verder komen, dan wacht hem opnieuw een keuring, bij de eerste grote wedstrijd waarin hij deelneemt.

In beide gevallen wordt de internationale classificatiecode van het IPC (Internationaal Paralympisch Comité) gehanteerd. Er staan in die code gevallen van IM beschreven, de Engelse term voor 'moedwillige misleiding'. Wie zich beperkter voordoet dan hij is, wordt voor twee jaar en bij herhaling voor het leven geschorst.

Bij het Classificatie Instituut zeggen ze dat handbiker Monique van der Vorst geen geval van IM is. Van Aller: 'Monique had in het verleden verlammingsverschijnselen. Zo is zij in 2002 gekeurd. Of die nou worden veroorzaakt door een probleem in de ruggemerg of iets tussen de oren, dat maakt geen verschil. Feit is dat die beperking bestond.'

Bij haar internationale keuring ('altijd achter gesloten deuren') kreeg Van der Vorst de R van 'review achter haar status en geen C van 'confirmed'. Die laatste term geldt voor mensen met geamputeerde lichaamsdelen. Die behoeven geen reguliere herkeuring.

Van der Vorst werd enkele keren herkeurd, door het panel van de UCI, de internationale wielrenunie. Van Aller denkt dat Van der Vorst bij de UCI niet alle documenten over haar handicap heeft hoeven overleggen. Er is zekere onvolkomenheid in de uitvoering van de reglementen, stelt hij. 'De IPC stelt twee eisen. De handicap moet bewijsbaar en permanent zijn. Want deze classificaties zijn er voor mensen met een handicap, niet voor geblesseerde sporters.'

Het instituut vindt niet dat gefaald is in de zaak-Van der Vorst. 'Maar met name de UCI moet zijn regels nog eens onder de loep nemen. De eisen staat niet met zoveel woorden beschreven.'

Ten slotte: 'De prestaties van Monique zijn op eerlijke wijze tot stand gekomen. Zij heeft geen voordeel genoten ten opzichte van mensen uit haar klasse met geamputeerde benen. Haar zitpositie in de handbike is eerder lastiger', aldus Van Aller.

John Volkers

undefined

Meer over