Wolkers verschafte zijn gasten een overdaad aan voedsel

Jan Wolkers was een gretige kok, leerde razendsnel en schuwde nimmer het experiment. Waarom was hij zo gulzig?

Larousse Gastronomique uit Wolkers' keuken. Beeld Annabel Miedema
Larousse Gastronomique uit Wolkers' keuken.Beeld Annabel Miedema

De eerste keer dat Jan Wolkers mij op Texel uitnodigde, wachtte hij mij op als grijs bekrulde Triton met de hoorns des overvloeds. Toen ik de kamer binnenkwam, huiverde ik van wat er allemaal op tafel stond te wachten: sandwiches met knoflook en komkommer, gerookte zalm met dillesaus, knapperige broodjes met rauwe ham, hardgekookte eieren met zelfgemaakte mayonaise, flessen goudgele, bruisende appelcider, aardbeien uit Texels zelfpluktuin. En voor bij de koffie: gifgroene 'kikkertaartjes' en vers gebakken, schelpvormige madeleines, herinnerend aan Prousts verloren tijd.

Op het eind van zijn leven was Wolkers' eetlust wat geslonken, maar het is geen toeval dat op één van de laden in zijn archief staat: De veelvraat. Zo luidde oorspronkelijk de titel van een roman over een morsige, oudere schrijver die zich langzaam te barsten at. In de held uit de roman Gifsla is veel van de veelvraat bewaard gebleven. Thrillerauteur Robert Dilling sluipt zijn bed uit om stiekem blikjes schelvislever leeg te eten. In het holst van de nacht is Wolkers eens door zijn vrouw Karina in die positie gesnapt: blikje vis onder de kin. Mond open.

Wolkers' gulzigheid was een reactie op zijn karige jeugd. De armoede van de jaren dertig wilde hij overwinnen door wonderbare spijziging, van zichzelf en anderen. De wellust waarmee hij kookte, had hij van zijn moeder. Als jongetje stond Jan dagelijks naast zijn moeders brede heup in de keuken om te kijken hoe zij voor haar elf kinderen teilen vol aardappels schilde en pannen vol groente op het vuur zette. Volksvoedsel. Maar wel elegant en met zorg bereid. Wolkers kon lyrisch worden als hij vertelde hoe luchtig zijn moeder Haagse bluf klopte. Of gehaktballen draaide.

In zijn krachtigste jaren begon Wolkers al om zes uur 's morgens, terwijl hij intussen zijn gymnastiekoefeningen deed, bouillon te trekken voor een manshoge pan soep. Na een paar uur schrijven deed hij boodschappen in de Amsterdamse Beethovenstraat. Bij dikke moten verse tarbot van de viswinkel haalde hij dan rustig een paar flessen Chassagne Montrachet 1966. 'Een droom van een wijn', vindt Robert Dilling in Gifsla. Geld was er genoeg, dus voorafgaand aan de vis lepelden Jan en Karina eerst wat communistenvoedsel naar binnen: Russische kaviaar.

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Hij houdt daarover een dagboek bij - waarvan we in delen de notities presenteren

Wolkers leerde gretig bij als kok. Hij las de Larousse Gastronomique net zo vaak als zijn vader de Bijbel. En hij durfde te experimenteren. Net zolang tot hij het perfecte recept te pakken had voor een garnalencocktail of salade niçoise. Zijn dagboeken barsten van al het royaal bereidde voedsel. Op 3 juli 1971 noteerde hij: 'Eten tong, zo voortreffelijk gebakken, dat ik wel de kok des konings genoemd mag worden.'

Wolkers verschafte zijn gasten zo overdadig voedsel dat ze in staat van ontploffing werden gebracht. Toen ik bij mijn eerste bezoek alles tot de laatste hap had opgegeten en kreunend opstond om de laatste boot naar Den Helder te halen, riep Wolkers naar de keuken: 'Kariiiina! Geef jij die arme jongen wel wat te eten mee voor op de boot?'

Meer over