Wolf

BERT WAGENDORP

Er is een wolf gesignaleerd bij Duiven. Het staat nog niet helemaal vast dat op de vage foto's die van het dier zijn gemaakt echt een canis lupus is te zien, maar volgens Duitse wolvenexperts staat het voor 95 procent vast, dat de wolf na 114 jaar is teruggekeerd in Nederland.

Dat er alleen maar vaag beeld is, bewijst maar weer eens hoe slim de wolf is. Je kunt tegenwoordig niet eens meer rustig de liefde bedrijven op een uitkijktoren, zonder dat het wordt vastgelegd en op internet gegooid. Maar de wolf krijgen ze niet scherp, die voyeurs met hun smartphones.

Er lopen wolven bij Kassel, hemelsbreed 300 kilometer van Arnhem: dat overbrugt een beetje wolf binnen twee dagen. Is het eenmaal zover, dan stoot hij ook meteen door naar de Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug en Het Gooi. Waarna het een kwestie van tijd is voor de wolven het Vondelpark in bezit nemen en de trein pakken naar de duinen.

We staan voor de wolfisering van Nederland; misschien moeten we toch de grensbewaking weer opvoeren.

In de gemeente Winterswijk is vastgesteld dat binnen de gemeentegrenzen ruimte is voor twee tot vijf wolven. Dus wolven die zich in Winterswijk willen vestigen moeten snel zijn.

De wolf is nog niet zo slim dat hij de krant kan lezen of naar de radio kan luisteren, anders zou hij zich wel tweemaal bedenken, voor hij naar ons land zou komen. Binnen de kortste keren beweegt hij zich hier met een zender om de nek van bestemmingsplan naar ecologische verkenning, gemonitord door een speciale ambtenaren-taskforce en een tiental promovendi, en achtervolgd door hordes verslaggevers van Vroege Vogels.

De vrij rondlopende wilde wolf past niet meer in ons denkpatroon. Het is een sprookjesdier en zodra die zich in de vrije natuur in levende lijve aan ons voordoen, raken we van slag. Toen wij op schoolreisje gingen naar Burgers Dierenpark in Arnhem, liepen de wolven daar nog lusteloos rond een huisje. Door de raampjes zag je grootmoe liggen, wachtend op de naïeve Roodkapje, die om de hoek kwam aangelopen.

'Roodkapje, da's een vermomde wolf hoor, met die grote neus en die grote bek!', riepen wij. Kind had niks door.

Zoiets komt nooit meer goed. Ik vind echte wolven nog altijd iets naakts hebben en grootmoe's iets wolfachtigs.

De bekendste twee Nederlandse wolven zijn de heen- en weerwolf uit Pluk van de Petteflet en Bor de Wolf van De Fabeltjeskrant. Daar loop je toch tegenaan, als Duitse immigrant: geen sieraden voor je soort. Verder denkt elke Nederlander bij de wolf aan het lied Dodenrit van drs. P.: De donkere gedaanten zijn bijzonder vlug ter been/ Ze lopen op vier poten en ze kijken heel gemeen/ Ze hebben grote tanden, dat is duidelijk te zien/ Het zijn waarschijnlijk wolven, en kwaadaardig bovendien.

Wij weigeren te geloven dat de wolf juist als de dood is voor óns. Wij laten ons onze vooroordelen en angsten jegens binnendringers niet graag afnemen, dat geeft zo'n leeg gevoel.

Het allermooiste, hartverscheurendste boek over een wolf is The Crossing, van Cormack McCarthy. Daarin steekt een wolf de grens over, in dit geval die van Mexico en de VS. Een zwangere vrouwtjeswolf is het. Nadat het dier is gevangen, ontstaat er een hechte band tussen de wolf en de jonge Billy Parham, die besluit haar terug te brengen naar Mexico.

Het is een huiveringwekkend verhaal, maar tevens een schitterend monument voor de wolf - de echte gewetenloze roofdieren in het boek lopen allemaal op twee benen. De wolf is de mens een wolf, maar de mens is toch vooral de mens een wolf.

Welkom terug, wolf.

undefined

Meer over