Woelig baren

Thuis bevallen was in Nederland de norm. Dat de helft van de vrouwen alsnog naar het ziekenhuis moet, werd hun er niet bij verteld. Na alarmerende cijfers over babysterfte hebben verloskundigen en gyneacologen het roer omgegooid.

'Waarom?', vraagt de verloskundige. Ze knijpt haar ogen samen en kijkt me onderzoekend aan. 'Waarom wil jij in het ziekenhuis bevallen?'

Het is 2006. Ik ben in het hol van de leeuw van de thuisbevallingsmaffia: het Geboortecentrum van sterverloskundige Beatrijs Smulders in Amsterdam. Ik kende haar reputatie, maar woonde er in de buurt. Ik dacht het wel zou meevallen met dat ophemelen van natuurlijk bevallen in je eigen omgeving. Dat verloskundigen inmiddels ook wel zouden snappen dat baringspijn niet door iedereen wordt gezien als een middel om lekker met je oerkrachten in contact te komen.

'Het ziekenhuis lijkt me veiliger voor het kind', antwoord ik. 'Ik wil graag een ruggeprik als het nodig is. En ik houd niet van geklieder met bloed in mijn huis.'

'Thuis is even veilig', zegt ze. 'Waarom zou je naar het ziekenhuis gaan als alles goed gaat?'

Dit is de eerste keer dat ik ga bevallen. Ik weet dat bevallingen onvoorspelbaar zijn. Al een maand of zes probeer ik iemand in deze praktijk zo gek te krijgen dat ze op z'n minst met een ballpoint op mijn dossier schrijven: WIL GRAAG IN ZIEKENHUIS BEVALLEN, maar er is hier niemand die mijn wens serieus neemt. Ook deze keer weer klapt ze mijn dossier dicht en laat me uit.

Het is twee maanden voor mijn uitgerekende datum. Ik besluit naar een voorlichtingsavond over bevallen te gaan. In een zaaltje boven het Geboortecentrum zitten stellen op gammele klapstoeltjes. Een verloskundige zet een dia-apparaat aan en toont beelden van barende vrouwen met zo'n jaren-zeventig-bikinilijn. Met een glimlach op hun gezicht bevallen ze in badkamers, op ballen in de woonkamer of tussen verhuisdozen. Kaarsjes aan, hoofd op de schoot van een kalme echtgenoot, een slapende poes aan hun voeten.

Na dik een uur begin ik op mijn stoel te schuiven. En dan verschijnen er een paar dia's van de ziekenhuisbevalling. Keihard wit licht, een rood aangelopen vrouwenhoofd, bloederige beelden. De verloskundige die de avond presenteert, heeft niet veel te melden over deze dia's. Vanavond staat de nachtrust van de verloskundige centraal. 'Als de weeën zijn begonnen, hoef je ons niet te bellen', zegt ze. 'Als je ze elke paar minuten hebt, hoef je ons ook nog niet te bellen. Pas als je elke 3 minuten weeën voelt, dan is het zinvol om ons te bellen.'

Helletocht

Zes jaar geleden nog maar. Als je toen in je omgeving rondvroeg hoe de bevalling van het eerste kind bij andere vrouwen was verlopen, kreeg je de meest bizarre verhalen. Vrouwen die 36 uur bezig waren, of een hele week. Die met gillende pijn heen en weer werden gereden tussen huis en ziekenhuis. En die dan - rara - alsnog hun helletocht zagen eindigen in een keizersnede, of in pijnlijk gewroet met een tang.

Er waren ook een heleboel verhalen over heerlijke thuisbevallingen. Maar dat waren grotendeels vrouwen die van een tweede of derde kind bevielen. Want dat was het best bewaarde geheim van het Nederlandse verloskundigensysteem: van de vrouwen die thuis beginnen aan de bevalling van hun eerste kind, moet de helft alsnog naar het ziekenhuis. 80 procent van alle eerstgeborenen komt in het ziekenhuis ter wereld. Met een beetje pech werd een vrouw 's nachts verplaatst, naar een klein ziekenhuis, en dan lag de gynaecoloog nog lekker thuis te slapen. Die wist namelijk niet beter of de verloskundige zou deze bevalling doen. De verloskundige hoefde maar eens in de vier uur naar een barende patiënt te gaan kijken. En zo kwam het dat barende vrouwen veel te vaak op het allerlaatste moment naar het ziekenhuis werden gestuurd.

Zelf had ik mazzel. Op het moment dat de vliezen braken, zat er een heel klein beetje bruin bloed tussen. De verloskundige was bang dat de baby in het vruchtwater had gepoept. Ze kwam niet langs om het te checken, maar belde het ziekenhuis om me over te dragen. Ik mocht meteen komen. Er was niets aan de hand: gewoon een krachtig begin van een normale bevalling. In het ziekenhuis kreeg ik een bed toegewezen. Van mijn verloskundige heb ik tot na de bevalling nooit meer iets vernomen.

Dát was het unieke Nederlandse systeem van de thuisbevalling.

Nederlandse vrouwen zijn jarenlang voor de gek gehouden, beaamt gynaecoloog Ellen Everhardt. 'De thuisbevalling is op grote schaal geromantiseerd', zegt zij. 'Zwangerschap en bevalling zijn over het algemeen een prachtig natuurlijk proces, maar wel een waaraan vrouwen en baby's nog steeds kunnen doodgaan.'

Aan het romantiseren kwam abrupt een einde in december 2009, toen de Stuurgroep zwanger en geboorte met haar rapport kwam. Everhardt had als toenmalig voorzitter van de Nederlandse vereniging van gynaecologen (NVOG) zitting in de Stuurgroep. Aanleiding van het rapport was de hoge babysterfte in Nederland. Van de Europese landen scoorden alleen Letland en Frankrijk slechter. Nog steeds zijn de deskundigen er niet over uit of dat door de thuisbevalling kwam of niet, maar het was wel aanleiding om eens serieus te kijken naar het Nederlandse verloskundigensysteem.

'We zijn behoorlijk geschrokken van wat we aantroffen', zegt Everhardt. 'Er heerste flinke animositeit tussen gynaecologen en verloskundigen. Er was een groot verschil in sterfte tussen baby's die overdag en 's nachts werden geboren. En zwangeren werden op grote schaal verkeerd voorgelicht. Ze hadden geen idee dat de kans dat ze in het ziekenhuis zouden belanden zo groot was.'

Dat is niet alleen heel onprettig voor bevallende vrouwen, maar het kan ook gevaarlijk zijn. Zelf vergelijkt ze een eerste bevalling graag met een operatie. 'Als je weet dat je 50 procent kans hebt dat je de patiënt tijdens een operatie moet verplaatsen, dan begin je er op die plaats niet aan. Als arts niet en als patiënt niet.'

Het rapport van de Stuurgroep doet een aantal glasheldere voorstellen. Vrouwen moeten eerlijk worden voorgelicht over hun kansen op een goede thuisbevalling, ze mogen niet meer alleen worden gelaten tijdens de bevalling en er moet een echte samenwerking komen tussen professionals in de ziekenhuizen en verloskundigen. Slechts 22 procent van de vrouwen bevalt nog thuis, maar de zelfstandig werkende verloskundigen zijn nog grotendeels ingesteld op de thuisbevalling.

Loopgraven

Gynaecoloog en hoogleraar verloskunde Jan van Lith is als lid van de NVOG medeverantwoordelijk voor het opvolgen van de adviezen van de Stuurgroep.

Hij zegt het zo: 'Thuis bevallen is hartstikke mooi, maar het is afgelopen met de flauwekul.'

Van Lith praat in het hele land met ziekenhuizen en verloskundigenpraktijken over samenwerkingen. Dat is niet eenvoudig. 'In sommige steden liggen ze nog in loopgraven.' Wanneer Van Lith bemiddelt, begint hij daarom met de opdracht: spreek uit wat je eng vindt. 'Verloskundigen zeggen dan: mijn zelfstandigheid en mijn inkomen staan op het spel. En gynaecologen roepen: straks moet ik allemaal gewone bevallingen gaan doen in plaats van de spannende.' Als dat is uitgesproken, zegt hij, kan het gesprek beginnen.

In Tilburg houdt verloskundige Wilma Steurs spreekuur in haar praktijk aan de Voltstraat. Deze donderdagochtend ontvangt ze elk kwartier een zwangere. Ze werkt sinds 1998 als verloskundige en is opgeleid voor de thuisbevalling. 'Beatrijs Smulders was toen helemaal in.' Een bevalling thuis, zegt ze, blijft het mooiste van haar werk. 'De sfeer, de gemoedelijkheid, een vrouw door die pijn heen sleuren - ik vind het echt een kick.'

Beteuterde vrouwen

De eerste tien jaar dat ze haar beroep uitoefende, was tijdens het spreekuur thuis bevallen de norm. 'We zeiden niet tegen die vrouw dat ze 50 procent kans had om toch in het ziekenhuis te belanden. We wilden haar niet bang maken. Tja, Dat dachten we toen.' Het resultaat was, zegt ze: 'Veel beteuterde vrouwen.'

Twee gescheiden werelden waren het, het ziekenhuis en de praktijk van de verloskundige. Steurs en haar collega's renden het ziekenhuis binnen met een barende vrouw om een paar uur later vermoeid het pand weer te verlaten. Langzaam kwam er wat overleg en samenwerking, een preconceptiespreekuur, een gezamenlijk protocol. En toen, in 2004, kwam de slechte publiciteit over de babysterfte.

Na het verschijnen van het rapport van de Stuurgroep werd Wilma Steurs gebeld door Paul Reuwer, gynaecoloog van het Tilburgse St. Elisabeth Ziekenhuis. Hij zei: 'En nu wil ik echt een stap verder gaan zetten. Doe je mee?'

'Mijn bed is niet gemaakt voor bevallingen', zegt Carla (35) tijdens het spreekuur. De vrouwen die vandaag bij Steurs langs komen, hebben allemaal een lichte tot sterke voorkeur voor het ziekenhuis. Niet helemaal representatief, zegt Steurs, maar wel een illustratie van de cultuuromslag die de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden.

'Ik wil gewoon in het ziekenhuis,' zegt Carla. Over zes weken is ze uitgerekend. Het is haar tweede kindje. Bij de vorige bevalling, drie jaar geleden, heeft ze het thuis zo lang mogelijk willen rekken omdat ze bang was weer naar huis te worden gestuurd door het ziekenhuis.

'Je belt ons,' zegt Steurs, 'als je denkt dat je ons nodig hebt. We komen dan meteen bij je thuis en nemen je mee naar het ziekenhuis.'

Voor Carla ligt een lijstje met vragen. Ze leest voor: 'Als ik weeën krijg en het rommelt maar door, twee nachten bijvoorbeeld, wat dan?'

'Daar zijn wij heel duidelijk in', zegt Steurs. 'Als je begint, ga je binnen twaalf uur bevallen. We brengen je naar het ziekenhuis en breken de vliezen en als de bevalling dan nog niet goed vordert, worden er weeënopwekkers gebruikt. Als de weeën heel licht zijn, laten we je er eerst even slapen. We willen geen uitgeputte moeders die nog aan een bevalling moeten beginnen.'

'O', zegt Carla. 'Dat is heerlijk.'

Rafael van Crimpen is voorzitter van de Samenwerkende Opleidingen Verloskundigen (SOV). Met pijn in het hart ziet ze dat vrouwen sinds de publiciteit over babysterfte veel vaker kiezen voor bevallen in het ziekenhuis. Slechts 27 procent wilde in 2010 nog thuis bevallen, vergeleken met 37 procent in 2007. 'Dat is niet per se goed, maar het is zo', verzucht ze. Het rapport heeft een enorme impact gehad op de beroepsgroep. 'We hebben heel veel denkwerk moeten verrichten. We kunnen niet langer de ogen sluiten voor het feit dat zo veel vrouwen tijdens de baring naar het ziekenhuis worden verplaatst.'

Door de toename van de vraag naar pijnbestrijding kiezen vrouwen ook steeds vaker voor het ziekenhuis. Het aantal vrouwen bij wie de bevalling wordt ingeleid, iets wat alleen in het ziekenhuis gebeurt, is ook toegenomen. Verloskundigen moeten daarom anders worden opgeleid. Ze moeten zowel thuis als in het ziekenhuis kunnen werken. Er wordt, vertelt Van Crimpen, gewerkt aan een nieuw curriculum voor alle verloskundigen. 'Wat heeft deze vrouw nodig om goed te kunnen bevallen? - die vraag staat nu centraal.'

Hard voor vechten

Maar het liefst, zegt ze, wil ze de thuisbevalling wel in stand houden. 'De thuisbevalling is een heel groot goed. Als we er niet hard voor vechten, wordt die gemarginaliseerd, net als in de landen om ons heen.'

Nu al worden bijna alle patiënten van Steurs ook door het St. Elisabeth Ziekenhuis gezien, maar in juli gaat de knop om: Isis, de verloskundigenpraktijk van Steurs en vijf collega's verdwijnt. Daarvoor in de plaats verschijnt LIVIVE, een versmelting van Isis en Lente, een andere verloskundigenpraktijk, met de maatschap van gynaecologen van het ziekenhuis. 'Het doet pijn om mijn eigen bedrijf op te geven', zegt Steurs. 'Ik heb mijn hele financiële model op de schop gegooid. Dat is een enorme stap. Maar we moesten uit onze comfortzone.'

Steurs rijdt naar het St. Elisabeth voor overleg. Voor de vergadering hebben twee verpleegkundigen, een ziekenhuisverloskundige, een echograaf en een gynaecoloog een uur vrijgemaakt. Er wordt druk gesproken over de nieuwe folders. Dan neemt verpleegkundige Bep het woord. Ze wil weten welk telefoonnummer de patiënten die zich voor het eerst melden straks moeten bellen.

'1020', zegt Steurs.

'En de patiënten die een medische indicatie hebben?'

'1020.'

'Maar dan krijg je een bandje', zegt Bep.

'Dat gaat eraf. Vanaf 1 juli belt iedereen 1020.'

'En 's nachts?', wil Bep weten.

'1020.'

Plan per patiënt

In principe werkt het straks zo. Wie zwanger is, komt naar het ziekenhuis op het spreekuur. De echografe maakt een acht-weken-echo, Wilma Steurs brengt alles van die patiënt in kaart. Aan het einde van dat spreekuur heeft Steurs een uur overleg met de gynaecoloog. Alle patiënten worden doorgenomen en krijgen een specifiek plan. 'Is er medisch gedoe, dan zien ze vanaf dan de gynaecoloog. Zijn het low care patiënten, dan blijven ze voorlopig bij mij.'

Halverwege de zwangerschap krijgen alle vrouwen een twintig-weken-echo in het ziekenhuis. En tegen het einde een intensieve controle met een echo, een afspraak met een verpleegkundige en een gesprek met de gynaecoloog. Voor reguliere controles gaan ze weer naar de praktijk aan de Voltstraat. Alles gaat in een computersysteem, zodat alle patiënten al bij het ziekenhuis bekend zijn als de bevalling begint. Steurs: 'Vroeger als ik bij een zwangere dacht: mwa, ik weet het niet, moest ze een afspraak maken in het ziekenhuis en daarna weer verslag uitbrengen bij mij. Straks kan ik gewoon zelf met de gynaecoloog overleggen. We dragen samen de verantwoordelijkheid voor de patiënt.'

Ze geeft een rondleiding door de LIVIVE-afdeling in aanbouw. Elektriciteitsdraden steken uit ongestucte wanden. 'Hier komt de receptie', zegt Steurs. 'Met er tegenover de open haard. En hier komt de woonkamer waar vrouwen elkaar kunnen ontmoeten. Je mag zelf weten hoe lang je straks in het kraamhotel blijft. 1, 2, of 8 dagen.'

Helemaal achterin, wijst ze, is een piepklein kamertje met een bed voor de Isis-verloskundigen. Zij houden straks 's nachts de wacht op de verloskamers. 'Dat is wel even slikken voor ons', zegt ze. 'Als ik nu dienst heb, ben ik gewoon thuis. Kan ik de was ophangen, huiswerk maken met de kinderen. Straks moet ik hier aanwezig zijn.'

Nog steeds krijgt een vrouw de keuze: thuis of in het ziekenhuis. De route naar dat ziekenhuis is alleen minder gevaarlijk geworden. Geen haastige overdrachten meer, geen vrouwen die massaal op het laatste moment worden binnengerold. Wie kiest voor thuis bevallen, hoeft het niet meer alleen te doen. Verloskundigen zijn inmiddels verplicht om niet elke vier, maar elke twee uur bij een barende vrouw te gaan kijken. 'Ik heb ook geen zin om een hele nacht bij een barende vrouw te gaan zitten', zegt Steurs. 'Maar het moet wel, het is veiliger.' En wie weet, zegt ze bij het afscheid, leiden al deze vernieuwingen ertoe dat straks weer meer vrouwen gaan thuis bevallen. 'Dan hebben we the best of both worlds.'

Veilig bevallen van Beatrijs Smulders en Mariel Croon was jarenlang het standaardwerk voor zwangeren. Uit het voorwoord: 'Vreemd genoeg denken sommige mensen dat bevallen in het ziekenhuis veiliger is dan thuis. Dat is een tragische vergissing.'

VEILIG BEVALLEN?

Het UMC Utrecht berekende (2010) dat de kans op babysterfte het hoogst was bij een standaard bevalling thuis met een verloskundige: 2,3 maal zo hoog als bij hoog-risico-bevallingen die beginnen onder supervisie van een gynaecoloog. Wanneer de vrouw tijdens de bevalling naar het ziekenhuis werd gebracht, was de kans op babysterfte 3,7 maal zo groot.

THUIS HET FIJNST

Uit onderzoek van TNO (2009) blijkt dat thuis bevallen het hoogst gewaardeerd wordt: 96 procent van de vrouwen die thuis bevalt, kijkt daar achteraf tevreden op terug. Vrouwen die tijdens de bevalling naar het ziekenhuis moesten (50 procent van de vrouwen die voor het eerst bevalt), waren het minst tevreden over hun bevalling.

undefined

Meer over