Woede over schrappen dressuur in Rotterdam

De Nederlandse dressuurtop, dezer dagen bijeen in de Brabantse paardenstad Den Bosch, heeft met een mengeling van onbegrip en woede gereageerd op het besluit van het Rotterdamse CHIO-bestuur om dressuurpaarden te weren uit het Kralingse Bos....

Er is onbegrip omdat de dressuur dezer dagen floreert als nooit tevoren. Overal stromen de tribunes vol en zelfs voller dan vol wanneer Anky van Grunsven haar paarden laat dansen. In Arnhem en Amsterdam, in Nijmegen en zeker ook in Den Bosch, waar Indoor Brabant zonder dressuur geen recht van bestaan zou hebben. De dag van de kür op muziek in de Brabanthallen is al maanden uitverkocht en zelfs voor een onbeduidend wedstrijdje als de Prix St. George nemen tal van Brabanders een vrije dag op.

En dan laat Rotterdam de meest populaire tak van de paardensport zomaar sneuvelen. Niemand in de dressuurwereld die dat begrijpt. Janssen: 'Ik denk niet dat de heren van het CHIO goed bezig zijn. Hoe kunnen ze nou zo dom zijn om de kip met het gouden ei te slachten.'

Er is woede omdat de Rotterdamse paardenvrienden hebben verzuimd de direct betrokkenen, ruiters, amazones en trainers, te raadplegen alvorens zij hun besluit namen. 'Ik heb het', klaagt Van Grunsven, 'van journalisten moeten horen. Dat is toch werkelijk geen manier van doen.' Ook Janssen had van de boze plannen graag eerder gehoord. 'Hadden ze maar bij ons aangeklopt. Dan hadden wij, ruiters en trainers, nog wel iets kunnen organiseren.'

Vijftig jaar geleden introduceerde het Rotterdamse CHIO de dressuur als wedstrijdsport. Ook toen al in het hart van het Kralingse Bos. De wedstrijden begonnen bij het krieken van de dag, duurden uren en uren, waren weinig meeslepend en wisten dan ook maar weinigen te bekoren. Sinds de introductie van de kür op muziek groeide de belangstelling, maar lang niet zo onstuimig als elders. Er moest steeds meer geld bij, en vorig jaar zelfs zo veel meer dat het CHIO-bestuur meende een einde te moeten maken aan een traditie van een halve eeuw.

Waarom het publiek het in Rotterdam liet afweten is voor de organisatoren een vraag, maar voor Van Grunsven een weet. 'Vorig jaar hadden die gasten maar liefst tachtig dressuurruiters uitgenodigd. Daardoor moesten er twee Grands Prix en twee Grands Prix Special worden verreden. En dat had weer tot gevolg dat we al om 08.00 uur moesten beginnen. Er kwam maar geen einde aan. De wedstrijden duurden uren en uren. Dat was voor ons niet te doen en voor het publiek al helemaal niet. Wie kijkt er nou uren achtereen naar een wedstrijd. Zelfs ik zou dat niet kunnen opbrengen.'

De tribunes bleven leeg, behalve als Van Grunsven met een van haar dansende paarden kwam opdraven voor de kür, en ook rond het hoofdterrein, daar waar paarden over oxers sprongen, kon je maar al te vaak een kogel afvuren zonder iemand te raken. Een Drentse paardenman: 'Ik ben al jaren een trouw bezoeker van het CHIO. En al die jaren zie ik er alleen maar havenbaronnen op de tribunes zitten. Ik geef het CHIO niet lang meer. Zonder dressuur is het nog maar een CSIO en over een paar jaar zal het concours nog meer glans verliezen. Is het nog maar een CSI. Dat zal het einde zijn en ik denk niet dat daar ook maar rouwig om zal zijn.'

Intussen blijft het bestuur hopen op betere tijden. Er ligggen plannen om de dressuur in het springprogramma te integreren. Dat kost veel geld, zoveel geld dat het CHIO niet zal nalaten om bij de gemeente een verzoek om financiële steun in te dienen. 'Dat mag wel eens', moppert een voormalig bestuursdlid, 'want de gemeente heeft het CHIO altijd gepest.'

Meer over