Woede over epidemie is gunstig voor hervormers China

Terwijl China in een crisis verkeert door het verdoezelen van de SARS-epidemie, bracht de dood van een in ongenade geraakte ex-partijleider een eerdere crisis in herinnering: de studentenrevolte van 1989....

Van onze correspondent Jan van der Putten

Zhao (83) stierf woensdag in Peking. Sinds 1989 had hij huisarrest. Hij was het hoogst geplaatste slachtoffer van de zuiveringen na het Tiananmen-bloedbad, waarmee het leger een eind maakte aan de democratiseringsbeweging van studenten en arbeiders. Zijn rechterhand van toen is de huidige premier Wen Jiabao.

Op een fameuze foto van Zhao Ziyang en Wen Jiabao te midden van de studenten op het Tiananmenplein smeekt Zhao hen naar huis te gaan voordat het te laat zou zijn. Daags daarop, 20 mei 1989, werd de staat van beleg van kracht. Zhao, gedoodverfd opvolger van de opperste leider Deng Xiaoping, werd vervangen door Jiang Zemin.

'Kameraad Zhao Ziyang beging de ernstige vergissing het oproer te steunen en de partij te splitsen.' Met dit vonnis bezegelde de partij het lot van Zhao en diens pogingen om de partij van binnenuit te hervormen. Bij zijn dood is zijn streven plotseling brandend actueel geworden.

Het toedekken van de SARS-epidemie heeft het nieuwe regime van partijleider-president Hu Jintao en premier Wen Jiabao opgezadeld met crises op alle fronten.

De woede over SARS is veel groter dan destijds over 'Tiananmen'. De studentenrevolte was immers een politieke zaak waar velen buiten bleven, terwijl SARS iedereen raakt in zijn bestaan. Hoe langer de epidemie duurt, hoe groter de crisis: steeds meer doden, steeds grotere economische teruggang, steeds meer mensen zonder werk, steeds minder vertrouwen in de regering.

Zonder de internationale uitzaaiing van SARS en de mondiale protesten tegen de Chinese leugens zouden vermoedelijk ook de nieuwe leiders zijn blijven zwijgen. Op 13 april beweerde Wen Jiabao nog steeds dat de epidemie onder controle was. Hij wist nog niet dat Hu Jintao, die de zwaar getroffen gebieden Hongkong en Guangdong bezocht, om was.

Hu begon te pleiten voor openheid over SARS, mede als gevolg van de uitbreiding van de infectie tot de politieke elite, een bekende filmmaker en een bediende in de wijk waar de hoogste leiders wonen. Woensdag werd bekend dat ook de in maart afgetreden minister van Defensie, generaal Chi Haotian, en een vroegere vice-stafchef van het leger met hun familie in quarantaine zijn geplaatst.

De oude garde onder leiding van Jiang Zemin heeft weinig op met de nieuwe openheid. Op 20 april werden de minister van Volksgezondheid en de burgemeester van Peking uit hun partijfucties gezet. Dat was het resultaat van een compromis: de eerste was een beschermeling van Jiang Zemin, de éminence grise van het bewind, de laatste een protégé van Hu Jintao.

Jiang Zemin vertrok naar Shanghai en doorbrak zijn zwijgen over SARS met een verklaring over de voortreffelijke maatregelen ter bestrijding van de ziekte. Pas daarna durfden ook zijn volgelingen in het Politbureau iets over SARS te zeggen. Ze betrekken hun stellingen om toe te slaan als Hu Jintao een fout maakt.

Er bestaat een plan om nog meer partijkaders te straffen voor het wegstoppen van SARS, de partij te democratiseren en haar grondig te zuiveren van corrupte elementen. De conservatieven zijn bang dat de openheid steeds verder zal gaan en zal leiden tot datgene wat Zhao Ziyang tevergeefs nastreefde: politieke hervormingen.

Meer over