WK in de krant was meer dan voetbal

Vijf weken lang was het Wereldkampioenschap voetbal in Zuid-Afrika niet uit de kolommen weg te slaan. Dat zal er voor een deel aan hebben gelegen dat het Nederlands elftal voor het eerst in 32 jaar tot de finale van dat toernooi wist door te dringen....

Ook de Volkskrant kan en of wil zich niet aan die ijzeren wet onttrekken, bleek de afgelopen tijd.

Overigens past hier voor wat dit WK betreft wel een relativering.

De sportredactie, de buitenlandredactie en de correspondent in Afrika, hebben een wereldprestatie geleverd door niet alleen over het voetbal te schrijven, maar ook over tal van andere aspecten van het leven in (zuidelijk) Afrika.

Zelfs de voetbalhater moet in de afgelopen weken iets hebben meegekregen van al die interessante verhalen en beschouwingen. Zo bezien was de WK-verslaggeving eerder een kleurrijk palet van het leven ter plekke, dan louter en alleen een beschrijving van het rollen van de bal.

Afgemeten aan het aantal reacties van lezers, vonden de lezers het allemaal best. Zeker in de aanloop naar het WK, de poulefase en de wedstrijden daarna, kwam er bij mij slechts sporadisch een klacht binnen over de verslaggeving of de maatvoering.

Vooral dat laatste is veelzeggend, want lezers klagen snel over maatvoering, zeker als het onderwerp hen niet aanstaat.

Bij twee stukjes in één week over Wilders of zijn PVV, loopt mijn postbus vol. Maar bij het WK voetbal duurde het tot na de kwartfinale voor de lezers zich begonnen te roeren.

En toen ze zich roerden, ging het niet eens zozeer over de maatvoering, maar over één specifiek aspect en wel de voorpagina. De dag na de overwinning op Brazilië bestond de voorpagina uit één onderwerp, het WK.

Een grote foto en een lapje tekst over de wedstrijd en vol was de voorpagina, op de column van Grunberg na dan.

De dag na de finale was zelfs Grunberg verplaatst naar pagina 2, een unicum voor een column die altijd op de voorpagina staat.

Dat vonden sommige lezers teveel van het goede. Is er dan geen ander nieuws meer in de wereld dan alleen dit WK, vroeg er een. Een ander liet me weten dat hij geen abonnee van de krant was geworden vanwege de sportverslaggeving. Hoort die niet ergens achterin, wilde hij weten.

Helaas voor deze lezer, maar het antwoord is ‘nee’. Sinds de krant op het compacte formaat is overgegaan, is er voor gekozen het belangrijkste nieuws op de eerste pagina’s te leggen, ongeacht de herkomst.

Je kunt je twijfels hebben over de vraag of voetbal zo belangrijk is dat het hoe dan ook een plaatsje op die mooie pagina’s verdient, maar je kunt niet ontkennen dat de zegereeks van Nederland het land steeds verder in de ban van het WK bracht. Nederland was even voetbal en voetbal was even Nederland, ongeacht de kwaliteit van het getoonde spel.

Dat was voor en na de verloren finale opnieuw te zien aan de krant. Ik kan me niet herinneren dat er in een weekeinde zoveel aandacht was voor een evenement, als bij dit WK-weekeinde.

Zelf heb ik de zaterdag voor de finale slechts wat gegrasduind in alle persoonlijke herinneringen aan de twee verloren finales, ook al omdat de leesbaarheid van de teksten niet meeviel door de gekozen kleurencombinaties.

De maandag na de finale had ik mijn bedenkingen bij het verslag van minuut tot minuut van de wedstrijd; mijn bijna 14-jarige zoon vond dat nu juist iets om te bewaren voor later. Wie ben ik om dan nog te klagen?

Of zoals de adjunct-hoofdredacteur die deze bijzondere producties bedacht, tegen me zei: ‘Mensen kunnen klagen over maatvoering, maar het is niet ten koste gegaan van andere berichtgeving, het kwam er bovenop.’

Dat is een belangrijke relativering. Wie niets van het WK wilde weten, kon het WK-deel gewoon overslaan en zich concentreren op de rest van de krant.

Een andere relativering is dat het misschien opnieuw 32 jaar duurt voor een Nederlands elftal zo ver weet te komen. Dan leeft een heel andere generatie voor wie alles nieuw is en dat rechtvaardigt de ruimte die de krant ervoor reserveert. Het overgrote deel van de lezers ziet het kennelijk net zo, getuige de relatieve rust in mijn postbus.

Ik realiseer me dat deze laatste zin gezien kan worden als een oproep om alsnog te klagen over de maatvoering, dat moet dan maar.

De enige geruststelling voor deze ombudsman is dat die klachten pas worden gezien na mijn vakantie die maandag begint. Vier weken komt er geen column. In de tussentijd verheug ik me op de verslaggeving rond de Tour de France. Weer sport dus.

De Ombudsman behandelt vragen, klachten, op- en aanmerkingen over de inhoud van redactionele pagina’s en over de journalis-tieke aanpak.

De Ombudsman,020-5622615,

ombudsman@volkskrant.nlvk.nl/ombudsman

Meer over