Reportage

Witte archeologen leggen begraafplaats slaafgemaakten bloot, en dat valt slecht op Sint Eustatius

De ontdekking van de graven van vele tientallen slaafgemaakten op Sint Eustatius is van historisch belang, maar het feit dat het archeologenteam helemaal wit is, leidt tot irritatie. De opgravingen zijn stopgezet, en worden nu bekeken onder een woke-vergrootglas.

De opgravingen van een achttiende-eeuwse begraafplaats voor slaafgemaaktenop Sint Eustatius. Beeld Tim van Dijk/ AP
De opgravingen van een achttiende-eeuwse begraafplaats voor slaafgemaaktenop Sint Eustatius.Beeld Tim van Dijk/ AP

Het is stil bij de luchthaven van Sint Eustatius. Op het Bovenwindse eiland komen nooit veel vliegtuigen, maar nu, in corona-tijden, is het nog rustiger. Dat geldt ook voor de strook land naast de landingsbaan. ‘Dit is een heilige plek’, zegt de vrouw die rondleidt. ‘Hier zijn tranen van verdriet en pijn geplengd.’

De vrouw is Courtney Smith van Rij. Zij is als vrijwilliger betrokken bij een bijzondere expeditie: de opgraving van mogelijk het grootste graf met Afrikaanse slaven dat ooit in de Caribische regio is gevonden. Op Barbados zijn al eens 104 lichamen opgegraven, de vondst in Sint Eustasius herbergt mogelijk nog meer slaafgemaakten. Maar de historische ontdekking is ook een bron van irritatie.

. Beeld .
.Beeld .

‘Het ligt heel gevoelig’, zegt Smith tijdens de wandeling langs de eerste 69 blootgelegde en nu lege graven, vlakbij waar ooit de grootste suikerplantage van Sint Eustatius was. Het donkere vulkaanlandschap licht op door de flamboyantbomen, die momenteel overal op het eiland met oranjerode bloemen zijn getooid.

De eerste fase van de opgravingen verliep zonder problemen. Maar deze week kwam er felle kritiek. De op Sint Eustatius geboren Nederlander Kenneth Cuvalay begon een online-petitie van het zogeheten Ubuntu Connected Front. In de petitie spreekt hij zich uit tegen het ‘team van witte archeologen’ dat op het eiland ‘druk is met het opgraven van de overblijfselen van onze voorouders’.

Toevallig

Maar eerst over het project zelf. De leider van de expeditie is de Nederlandse archeoloog Ruud Stelten, die al sinds 2009 regelmatig actief is op de ‘bijzondere Nederlandse gemeente’ die Sint Eustatius binnen het koninkrijk is. Het bestaan van een slavengraf bij de luchthaven kwam toevallig aan het licht, nadat daar begonnen was terrein te egaliseren voor de bouw van kleine hangars.

Archeologen leggen een graf bloot. Beeld Dick Drayer / AP
Archeologen leggen een graf bloot.Beeld Dick Drayer / AP

In de 18de eeuw gold ‘The Golden Rock’ als een van de rijkste Caribische eilanden. Jaarlijks meerden er wel drieduizend schoeners en andere zeilschepen aan. Er werd van alles verhandeld, legaal en illegaal. Maar Sint Eustatius was ook belangrijk als doorvoerhaven voor een deel van de in totaal 600 duizend slaafgemaakte Afrikanen die in de trans-Atlantische handel door schepen onder Nederlandse vlag zijn vervoerd. Ook op de eigen plantages, 76 in totaal, werkten slaven.

‘Sint Eustatius kent een rijke archeologische erfenis’, vertelt Stelten. ‘Maar over de slaven kennen we eigenlijk vooral de verhalen die door de slavenhouders zijn opgetekend. Dat is een van de bijzondere kanten van de graven die we nu vinden. Dit stelt ons in staat het verhaal ook vanuit het perspectief van de slaafgemaakten zelf te vertellen.’ Want uit het onderzoek naar beenderen, maar ook resten van grafkisten en voorwerpen die de doden zijn meegegeven, valt veel te reconstrueren over het leven dat zij destijds in slavernij hebben gehad. ‘Dit is van groot historisch belang.’

Een munt, gedateerd 1737, lag in het graf van een van de slaafgemaakten. Beeld AP / Tim van Dijk
Een munt, gedateerd 1737, lag in het graf van een van de slaafgemaakten.Beeld AP / Tim van Dijk

Het oorspronkelijke internationale team deskundigen bestond enkel uit witte mensen. ‘De overheid van Sint Eustatius heeft ons de opdracht voor dit werk verstrekt’, onderstreept Ruud Stelten. ‘Zij betaalt. Maar zij heeft ook de taak de bevolking te informeren over wat wij hier aan het doen zijn.’ Daaraan schortte het. ‘De betrokkenheid van de eigen mensen was te gering’, zegt de lokale journaliste Althea Merkman. ‘Zo ontstond de indruk dat de wetenschappers gewoon deden wat zij zelf wilden.’

Woke-vergrootglas

En anno 2021 moeten mensen erop voorbereid zijn dat elke historische bemoeienis met slavernij onder een woke-vergrootglas komt te liggen. Het protest van Kenneth Cuvalay vond weerklank op het eiland. Woensdag besloot de overheid van Sint Eustatius, die sinds 2018 onder rechtstreeks bestuur van een door Nederland aangewezen regeringscommissaris staat, het opgravingsproject ‘op te schorten’. Eerst moet een ‘commissie van onafhankelijke Caribische regionale deskundigen’ het project nader beoordelen. En er dient een ‘transparante discussie’ met leden van de gemeenschap op het eiland te komen. Het gaat immers om een ‘gevoelig erfenisvraagstuk’, aldus regeringscommissaris Alida Francis.

De 87-jarige Statiaan Ismael Berkel, een oud-docent, kan zich om alle gevoeligheden niet te veel bekommeren. In de tuin bij zijn huis, waar met oude, ingetekende foto’s en antieke gebruiksvoorwerpen de geschiedenis van zijn zwarte familie is tentoongesteld, vertelt hij enthousiast over zijn overgrootmoeder, die in 1863 het officiële einde van de slavernij meemaakte. ‘Daarna mocht zij als vrije vrouw naar de Methodisten-kerk waar ik zelf nu nog kom.’

Berkel blijft graag op de hoogte van de ontdekkingen rond het slavengraf bij de luchthaven. ‘Toen ik ervan hoorde, ben ik een kijkje gaan nemen. Mijn indruk is dat zij er met de modernste technieken werken en zeer toegewijd zijn. Wat maakt het mij nou uit of zij wit of zwart zijn? Zij doen hun werk zorgvuldig. Ik denk dat we er een boel informatie aan overhouden. Informatie over onze eigen geschiedenis. Want vergeet niet, ik ben hier op het eiland nog opgegroeid met de geschiedenis en de aardrijkskunde van het verre Nederland. Maar zo is mijn eiland toch niet? Eigenlijk is heel Sint Eustatius één groot kerkhof van slaven.’

Dat laatste weet ook Misha Spanner, die al jaren werkt voor het kleine, sfeervolle museum van het eiland, in het historisch centrum van de hoofdstad Oranjestad. ‘Ik ben naar de plek van de opgravingen gegaan. Dat ik daar skeletten zag, raakte mij diep. Zag ik hier wellicht mensen die rechtstreeks familie van mij zijn? Om werkelijk tot een afsluiting van die vreselijke tijd te komen, moeten we meer te weten komen over deze mensen. Wie waren zij? Hoe leefden zij? Het is als met alle geschiedenis: wie kennis wil, moet steeds dieper en dieper en dieper graven.’

Meer over