analyseKleine sociologie van de bestuurlijke elite

Wit, man, eind vijftig, links-liberaal, maar langzaam ook iets diverser: dit is de elite van Nederland

Een witte man van eind vijftig, academisch gevormd, van middenklasse-komaf. Werkzaam bij de (semi-)overheid of in het bedrijfsleven, diverse nevenfuncties, af en toe contact met het kabinet en het Koninklijk Huis. Links-liberaal. Volvorijder, consciëntieus met voordeeltjes op grond van zijn positie, ietwat schuldbewust over zijn positie in de hogere regionen van de meritocratie.

SCP-directeur Kim Putters arriveert op het Binnenhof tijdens de formatie van het kabinet. Uit onderzoek van de Volkskrant komt hij als invloedrijkste bestuurder uit de bus. Beeld Freek van den Bergh
SCP-directeur Kim Putters arriveert op het Binnenhof tijdens de formatie van het kabinet. Uit onderzoek van de Volkskrant komt hij als invloedrijkste bestuurder uit de bus.Beeld Freek van den Bergh

Dat is het profiel van het gemiddelde lid van de Nederlandse bestuurlijke elite zoals dat oprijst uit de enquête van I&O Research in opdracht van de Volkskrant onder 400 leden van die elite. Belangrijkste conclusie, ook in vergelijking met eerdere enquêtes in 2006, 2010 en 2015: de elite wordt geleidelijk diverser.

De elite is steeds minder het klassieke ‘old boys network’ van oudere witte mannen met een corporate achtergrond en een afkomst uit adel of patriciaat (hogere burgerij). Waren respondenten in 2010 nog voor bijna 60 procent werkzaam in het bedrijfsleven, nu is dat nog 40 procent. Ze werken vaker bij (semi-) overheidsinstellingen en vooral bij maatschappelijke organisaties en universiteiten. Het leeuwendeel heeft nu een middenklasse-achtergrond, met een universitaire studie in vooral Amsterdam, Leiden of Utrecht.

Belangrijker nog: sinds 2006 zijn de aantallen vrouwen en mensen met een niet-westerse migratieachtergrond toegenomen. Was het aantal vrouwen in 2006 nog 15 procent, inmiddels is dat 37 procent (74 in de Volkskrant Top 200 van dit jaar). Verder telt de ranglijst nu 14 mensen met een niet-westerse achtergrond. De gemiddelde leeftijd blijft hoog, achter in de vijftig. Het aandeel ‘jongeren’ (jonger dan 50) stagneert op zo'n 20 procent.

Meer dan voorheen zijn de leden van de elite nog actief in hun hoofdfunctie. In 2010 was ruim eenderde niet meer actief in die hoofdfunctie, nu nog maar 15 procent. Het aantal nevenfuncties is fors afgenomen. Had in 2006 74 procent nog zes of meer bijbanen, in 2015 was dat 44 procent, nu is dat nog maar 23 procent. Had in 2010 nog 26 procent tien of meer nevenfuncties, nu is dat nog maar 4 procent. Dit lijkt deels het gevolg van wetgeving (de wet Bestuur en Toezicht van 2013, die het aantal (neven-) functies bij grote rechtspersonen beperkt), deels het gevolg van de veranderende samenstelling van de elite (vrouwen, jongeren).

Ook voor de bestuurlijke elite heeft het coronavirus afgelopen jaar het leven in de war geschopt, blijkt uit de enquête. Net als gewone burgers werden ook de respondenten ineens teruggeworpen op zichzelf, ook binnen hun eigen netwerk. Geen eetclubjes meer, geen borrels, geen nazitjes bij het Amsterdamse Concertgebouw, de huiskamer van de elite: het was zoomen en hangouten wat de klok sloeg. Negen op de tien respondenten meldt minder fysieke bijeenkomsten te hebben. Iets wat velen van hen ook helemaal niet erg lijken te vinden. Ze zijn dan ook meer dan vroeger actief op sociale media, al is dat bij voorkeur het brave LinkedIn.

De elite rijdt nog steeds het liefst Volvo

Meer dan driekwart van de door I&O Research en de Volkskrant geënquêteerde leden van de bestuurlijke elite bezit een auto. Zo'n 18 procent laat zich beroepshalve rijden door een chauffeur, en 7 procent huurt of deelt een auto. Als hij of zij een auto heeft, is dat het vaakst een Volvo, gevolgd door BMW, Audi en Tesla.

Hoe kijkt de bestuurlijke elite tegenwoordig naar zichzelf? Vergeleken met de drie eerdere enquêtes steeds kritischer, en meer woke. Mogelijk mede onder invloed van de elitekritiek van links (anti-kapitalisten en -globalisten) en van rechts (rechts-populisten en complotdenkers). Negen op de tien vinden de huidige elite te wit (vijf jaar geleden was dat nog 75 tot 80 procent), en acht op de tien vinden het nog steeds te veel een mannenbolwerk (was 71 procent). Zowel mannen als vrouwen zijn die laatste mening toegedaan.

Een van de vaste onderdelen van de klassieke elitekritiek zijn klachten over het kaste-karakter van de toplaag en het gebrek aan openheid. Hoe open vindt de elite zichzelf? Zeven op de tien respondenten menen dat de elite zichzelf qua samenstelling onvoldoende ververst. Vond tien jaar geleden nog 77 procent dat de elite voldoende open staat voor nieuwe ideeën en nieuwe mensen, nu is dat nog maar 45 respectievelijk 53 procent.

Ook het geloof in de zegeningen van de meritocratie neemt af. Tien jaar geleden antwoordde de helft van de elite nog bevestigend op de vraag of kwaliteit het enige criterium was om door te kunnen dringen tot de elite. Nu is dat percentage gedaald tot iets meer dan een kwart (27 procent). Het aantal mensen dat vindt dat de elite door gewone burgers onvoldoende wordt gewaardeerd nam af tot eenderde. De elite gelooft nog altijd in kennis en expertise: 44 procent ziet wel wat in een zakenkabinet; 32 procent zegt er zelf voor beschikbaar te zijn.

MEER OVER DE VOLKSKRANT TOP 200

Het moet nu écht anders, vindt de elite. Wat zijn haar overwegingen?
Als het aan de bestuurlijke elite ligt, komt Nederland duurzamer en inclusiever uit de coronacrisis, blijkt uit onderzoek in opdracht van de Volkskrant. Politiek en overheid moeten hierin het voortouw nemen. En de tijd dringt.

De bestuurlijke elite over de ‘Grote Reset’: ‘Zoals het nu gaat, kan het echt niet meer’
Moet het helemaal anders in Nederland? Vier van de invloedrijkste Nederlanders geven hun mening. En wat doen ze zelf om de maatschappij te veranderen?

Verantwoording
De Volkskrant presenteert dit jaar voor de vijftiende keer de Volkskrant Top 200 van invloedrijkste Nederlanders. Hoe wordt die ranglijst samengesteld?

Bekijk hier de gehele lijst en ontdek wie er in bestuurlijk Nederland toe doet.

Meer over