Wislawa Szymborska

Een gezelschap rijke Duitsers was eens in een Roemeens hotel. Die Duitsers wilden graag op berenjacht en de eigenaar van het hotel had gezegd dat het stikte van de beren in de buurt van het hotel....

De Duitsers gingen in het bos liggen met hun geweren in de aanslag en de beer werd vrijgelaten. De hoteleigenaar en de eigenaar van de circusbeer wreven in hun handen. Maar een dorpeling die op zijn fiets voorbij kwam zag de beer, schrok zich een hoedje, sprong van de fiets en zette het op een lopen. Welnu, je bent een circusbeer of je bent het niet. De beer pakte de fiets en ging erop zitten en fietste het bos in. En het is onmogelijk de verbijstering van de Duitsers te schetsen, toen zij die beer op die fiets in hun vizier kregen.

Aan dit verhaal moest ik denken toen ik voor het eerst een gedicht las van de Poolse dichteres Wislawa Szymborska.

Als ik iets heel erg mooi geschreven vind, zo echt prachtig, dan zijn er voor mij twee mogelijkheden. Als degene die het heeft geschreven iemand is die ik ken, dan word ik jaloers (dat is niet fraai), maar als het een onbekende is die het geschreven heeft, dan krijg ik bewondering.

Hierbij wil ik graag mijn bewondering uitspreken voor Wislawa Szymborska, de Nobelprijswinnares. Haar gedichten zijn de mooiste van ons continent. Wij Europeanen moeten er trots op zijn dat wij een vrouw in ons midden hebben, die zulke mooie gedichten kan schrijven. Zo iemand als zij, als de Poolse dichteres Szymborska, is er vast en zeker in heel Amerika niet te vinden.

Ik heb eens geprobeerd om een gedicht te schrijven. Ik deed er dagen en dagen over. 's Morgens vroeg stond ik op en ik begon meteen aan het gedicht en 's avond laat was ik er nog mee in de weer. Hoe langer ik er aan werkte, hoe slechter het werd. O, het werd echt afschuwelijk slecht! Op het laatst was het zo slecht geworden, dat ik er gewoon om moest lachen van ellende. Maar ik heb een vriend, die kan het wel. Hij heeft dan een zin in zijn hoofd, of een beeld, en daaruit groeit het gedicht vanzelf, als een roos in de lente, hij hoeft er niets aan te doen. 's Morgens vroeg staat hij op met een zin in zijn hoofd, bijvoorbeeld: 'Van alle engelen deze dan maar', en hup, 's avonds is een heel gedicht af, en nog mooi ook op de koop toe. Hij hoeft er niks voor te doen, als hij maar eet en drinkt, dat is voldoende. De lente doet alles voor hem. Soms belt hij mij op om te vragen of ik een gedicht goed vind. Dan ben ik trots dat om mijn mening wordt gevraagd. Van vele gedichten van hem begrijp ik geen snars.

Er zijn vele soorten gedichten. Sommmige gedichten zijn als een fitte muis, zo heel erg snel, prrrt, en voorbij is het gedicht alweer. Andere zijn als een draaikolk in de rivier: je moet je helemaal mee naar de bodem laten draaien voordat je er weer uit kunt zwemmen. Nog andere zijn als een bruine beer die op zijn achterpoten staat en een mooi dansje doet, of als een bruine beer op een fiets. Zo, als een bruine beer die danst of fietst, zijn de gedichten van mevrouw Szymborska. Je weet dan niet precies, of je nu moet lachen om het schouwspel of moet huilen om de beer.

Peter Bekkers

Meer over