Winterharde walibi gedijt in Friese bossen

Skippy leeft en woont in Friesland. Afgelopen weekeinde mag er dan een walibi zijn doodgereden tussen Oosterwolde en Makkinga, in de bossen leeft nog een heel groepje van de Australische buideldieren....

Een paar jaar geleden zag Van Son vreemde sporen in de sneeuw. ‘Ik besloot ze te volgen en stond ineens oog in oog met een walibi. Hij keek net zo verbaasd als ik en huppelde vrolijk weg, het bos weer in. Hij bewoog zich lang niet zo paniekerig zoals je wel eens bij reeën ziet’, vertelt de boswachter. Afgelopen zomer zag hij er weer een, langs de weg op een heel vroege ochtend. ‘Die was vrij licht van kleur en bleef mooi zitten.’

De walibi’s, een klein soort kangoeroe, zijn een jaar of vier geleden ontsnapt van het landgoed van de familie Dippel uit Makkinga. Die had een paar exemplaren om de woning rondhuppelen, tot kinderen uit de buurt het hek openzetten en de walibi’s de benen namen.

Op een na werden ze gevangen. Die ene moet een drachtig vrouwtje zijn geweest dat later door haar zoon bevrucht is. De Dippels zien de dieren nog af en toe voorbijspringen. In de tuin staat nog altijd een val. ‘Maar ik denk niet dat ze daar nog in trappen’, verzucht mevrouw Dippel. Dat de dieren het al die tijd overleefd hebben is niet zo gek, zegt de voormalige eigenares. ‘Ze zijn winterhard, in kinderboerderijen staan ze ook buiten. En in het bos is genoeg eten te vinden.’

Boswachter Van Son kreeg vaak walibi-meldingen van wandelaars. Nooit was daar een melding van jongen bij, maar toch moeten de walibi’s zich hebben voortgeplant. De afgelopen drie jaar werden er immers drie doodgereden, terwijl er destijds maar één niet terugkeerde.

In het algemeen geldt dat jagers mogen schieten op exoten. ‘Nijlganzen bijvoorbeeld. Maar die worden nu echt een plaag, en zo ver is het met de walibi’s niet. Het zijn er niet zo veel, ik geloof niet dat iemand er last van heeft. Als het er veertig, vijftig worden, is het misschien een ander verhaal’, denkt de boswachter.

Meer over