Winnen is voor de slimmen

Als Europa wil bijblijven, zijn vele miljarden extra nodig, vindt Frans van Vught, kennisraadsheer...

Frans van Vught heeft nog steeds een rekening lopen bij de Faculty Club van de Universiteit Twente. De onder zijn bewind verbouwde boerderij, nu een restaurant annex lounge, is de aangewezen plek om te netwerken in de Twentse kennismaatschappij. Op de houten balken zijn de namen van bepalende hoogleraren geschroefd, bij de haard ligt een Twents nanotech-beleidsboek. Op de salontafel het laatste speciale nummer van Newsweek: De Kennis Revolutie. Waarom De Overwinning Naar De Slimste Landen Gaat.

Dat is precies waar het Van Vught om te doen is, tegenwoordig.

Want Twente mag nog steeds de thuisbasis zijn van de Rector Emeritus, zoals Van Vught op zijn visitekaartje heet. Maar hij heeft zijn werkterrein verbreed. Als kroonlid van de Sociaal Economische Raad en lid van het Innovatieplatform dient hij Nederland van advies. En sinds september ook Europa, als een van de persoonlijke raadgevers van voorzitter Barroso van de Europese Commissie.

Het maakt hem tot een van de invloedrijkste mensen van Nederland. Het is duidelijk: nu kennis steeds belangrijker wordt, winnen de denkers over kennis aan gewicht. Hun toverwoord, innovatie, beperkt zich allang niet meer tot onderzoek en onderwijs - het gaat tegenwoordig om de inrichting van de hele maatschappij. Innovatie is sociale innovatie geworden.

Van Vught is in de SER aanvoerder van de werkgroep die er een advies over gaat uitbrengen. 'Het gaat over de reorganisatie van de welvaartsstaat. De overheidsinspanningen moeten zich niet zozeer meer richten op het opvangen aan de achterkant, maar op het helpen aan de voorkant. We moeten mensen beter wapenen voor de arbeidsmarkt. En dan kom je toch weer bij goed onderwijs uit.'

Het Innovatieplatform heeft hierover vorige maand een toekomstbeeld gepresenteerd: Nederland in 2027. Tegen die tijd moet het land vol zitten met hoogopgeleide, zichzelf ontplooiende mensen, die niet werken omdat ze geld willen verdienen, maar omdat ze het leuk vinden. Is dat een haalbare visie?

'Het is bedoeld als wenkend perspectief, een ambitieuze wensenlijst over hoe Nederland eruit zou kunnen zien. Goed, een aantal details zijn puur creatieve invullingen, die moet je niet helemaal serieus nemen. Maar de grote lijn is wel serieus bedoeld.'

Dan moet er nog heel wat gebeuren. De hoogopgeleide, zichzelf ontplooiende mensen van 2027 zitten nu al minstens op de lagere school.

'Er zijn heel snel investeringen nodig. Tien miljard per jaar extra, structureel. Dat halen we lang niet. De bijdrage aan kennis is in deze kabinetsperiode wel wat gestegen: structureel met anderhalf miljard, en vanwege incidentele meevallers met nog eens anderhalf miljard. Maar er zijn toch vooral andere prioriteiten gelegd. Het kabinet heeft vastgelegd dat de aardgasbaten tot 2020 voor 80 procent aan investeringen in de infrastructuur zullen worden besteed, en voor 10 procent aan kennis. Je kunt elke euro maar één keer uitgeven.'

Is Nederland wel aan toe aan een kennisrevolutie?

'Je ziet dat er een breed draagvlak voor is. Binnen de SER praten we met de sociale partners over de middellange termijn, en daar is sociale innovatie een dominante discussie aan het worden. Het zijn moeilijke discussies, maar er wordt tenminste over gepraat. Voor zover ik me kan herinneren hebben we het er vier jaar geleden helemaal niet over gehad. En begrijp me goed: het kabinet heeft belangrijke dingen gedaan - de wijzigingen in de verzorgingsstaat zijn wijzigingen in de goede richting. Mits die met investeringen in onderwijs en onderzoek worden gekoppeld. Ik heb de hoop dat een volgend kabinet dat wel zal doen.'

Hoe denken ze daar in Brussel over?

'Barroso vindt het een belangrijk onderwerp, hij vindt Lissabon' (het verhogen van uitgaven aan onderwijs en onderzoek) prioriteit nummer één. Hij is licht teleurgesteld over de huidige begroting. De bezuinigingen maken het voor de Europese Commissie moeilijk om de doelstellingen te halen.'

Luistert Barroso een beetje naar uw ideeën?

'Ik zit als schakel hoog in de piramide, dat is fascinerend. Ik merk dat mijn gedachten op de een of andere manier hun weg vinden in het ambtelijk apparaat. Ze sijpelen door en komen ergens anders weer boven. Ze komen terug in een rapport, of een verklaring, of een speech van Barroso. In de Europese begroting bijvoorbeeld staat in categorie 1A van het deel over competitiveness for growth and employment een stuk over de social policy agenda. Daar hadden we in oktober al over gesproken.'

Hoe werkt dat?

'We komen elke zes à acht weken bij elkaar, onder leiding van Barroso. Op de tribune zitten veel ambtenaren. Na afloop is er een informeel diner en soms gaan we een bolleke drinken. Daar is niet iedereen bij, maar met iemand als Manuel Castells (Spaans socioloog, red.) kan ik het goed vinden.'

U heeft zich steeds hard gemaakt voor het hoger onderwijs. Zijn er concrete plannen op dat gebied?

'We hebben de Lissabon-agenda gehad en de Bologna-verklaring, waarmee het bachelor-masterstelsel is ingevoerd. Maar we moeten nog veel verder. Het succes van de Verenigde Staten is dat daar de universiteiten veel beter zijn geïntegreerd. Amerikanen verhuizen naar de andere kant van hun land om er te gaan studeren. Dat wil ik in Europa ook. De kosten van mobiliteit zijn al gedaald, met die goedkope vluchten. Nu hebben we nog een kwaliteitszorgsysteem nodig, om de verschillen tussen de universiteiten te benoemen zodat studenten weten waar ze aan toe zijn. En ik wil dat er wordt nagedacht over een federaal Europees studiefinancieringsstelsel. '

Wanneer kan dat er zijn?

'Ik zou zeggen binnen tien jaar, als de Commissie ervoor voelt eerder. Kijk naar het European Institute for Technology, dat de Europese tegenhanger moet worden van het MIT. Dat staat nadrukkelijk op de agenda en gaat er wel komen, de komende jaren. De vraag is hoe we zo'n EIT gaan opzetten: als fysiek gebouw - de Fransen hebben gezegd dat zij het willen hebben - , als netwerk van bestaande universiteiten, of als een soort label, dat op een universiteit wordt geplakt voor de duur van een project.

Welke Nederlandse universiteit komt daarvoor in aanmerking?

'De kans dat alle drie de technische universiteiten in zo'n Europees instituut komen, is klein. Dus zijn de Nederlandse TU's elkaars concurrenten. Zelfs in de federatievorm die ze aan het opzetten zijn. Ik zou er toch voorstander van zijn om de TU's echt te laten fuseren. Dan worden investeringen beter besteed. Liever een grote cleanroom dan drie kleintjes. De federatie is een stap in de goede richting, maar het gaat te langzaam. Zeker nu die EIT er gaat komen.'

Heeft u dat de minister gezegd?

'Ik heb het kabinet aangespoord verder te gaan. Daarvoor zijn prikkels nodig. De TU's krijgen nu vijftig miljoen, maar dat is een heel klein bedrag. Als ze verder gaan, vind ik dat de TU's meer verdienen. En als ze samen optrekken, is er ook in Europa meer te halen.'

Meer over