Nieuws

Winkelverkoop flink gestegen, vertrouwen ondernemers naar record, maar nijpend tekort aan personeel

De verkoop door Nederlandse winkeliers is in het tweede kwartaal flink gestegen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ging het om een toename van 8 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. De stijging is met name te zien bij de kleding- en schoenenwinkels. Ondernemers waren aan het begin van het derde kwartaal optimistischer dan ooit. Wel is er een groot probleem: personeel is nauwelijks te vinden.

Winkelende mensen in de Amsterdamse Kalverstraat. Beeld ANP
Winkelende mensen in de Amsterdamse Kalverstraat.Beeld ANP

De omzet van kledingwinkels nam met 40 procent het sterkst toe, gevolgd door winkels die schoenen en lederwaren verkopen met 25 procent. Daarbij moet worden aangetekend dat die sector hard werd getroffen door de coronacrisis in het tweede kwartaal van 2020. De verkopen bleven het afgelopen kwartaal nog wel onder het niveau van voor de coronacrisis.

Winkels die elektronica voor consumenten verkopen, boekten het afgelopen kwartaal op jaarbasis wat minder omzet. Dat gold ook voor doe-het-zelfwinkels. De omzet in deze winkels is nog wel een stuk hoger dan voor de coronacrisis.

Supermarkten en voedingsspeciaalzaken boekten vanaf het begin van de coronacrisis hogere kwartaalomzetten vergeleken met jaar daarvoor. Dat komt doordat klanten meer geld uitgaven aan luxere producten omdat de horeca grote delen van 2020 gesloten bleef. In het afgelopen kwartaal zette de groei van de foodsector door, de omzet steeg met minder dan 1 procent.

De onlineverkopen stegen in het tweede kwartaal met 17 procent vergeleken met een jaar eerder. In het eerste kwartaal steeg de omzet via internet nog met 85 procent. De internetverkopen namen sinds de uitbraak van het coronavirus in maart 2020 sterk toe. Nu een volledig coronajaar achter de rug is, was het groeipercentage in het tweede kwartaal weer vergelijkbaar met dat van voor de coronacrisis.

Ondernemersvertrouwen naar record

Ondernemers waren aan het begin van het derde kwartaal optimistischer dan ooit over de economie. Met name horecaondernemers werden een stuk positiever, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Mede daardoor steeg de graadmeter van het statistiekbureau naar de hoogste stand sinds de metingen in 2008 begonnen.

De stijging van het vertrouwen hangt samen met de heropening van de economie. Voor horecabedrijven is het bijvoorbeeld pas enkele maanden mogelijk om weer gasten binnen te ontvangen. De ondernemers in die sector gingen in één kwartaal van de somberste groep naar de meest positief gestemden.

Ook in vrijwel alle andere bedrijfstakken werden ondernemers optimistischer, met uitzondering van de bouw. Daar is de stemming nog wel positief, maar iets minder dan een kwartaal eerder.

Wel hebben meer ondernemers last van personeelstekorten. Dat geldt voor ongeveer een kwart van de bedrijven. Ongeveer een derde van de ondernemers gaf echter aan helemaal geen obstakels voor zijn bedrijfsvoering te ondervinden.

In het tweede kwartaal van dit jaar kwam het ondernemersvertrouwen voor het eerst sinds het begin van de coronacrisis boven het nulpunt. Daarboven kijken ondernemers overwegend positief naar de economische ontwikkelingen, eronder is sprake van pessimisme. Nu, drie maanden later, is er direct sprake van een nieuw record. Het oude hoogtepunt stamde uit begin 2018.

Het CBS werkt voor de meting van het ondernemersvertrouwen samen met de Kamer van Koophandel, het Economisch Instituut voor de Bouw, MKB-Nederland en VNO-NCW.

ABN AMRO: steeds meer vacatures zijn niet in te vullen

Dat steeds meer openstaande vacatures niet in te vullen zijn, concludeert ook het Economisch Bureau van ABN AMRO in een rapport over de arbeidsmarkt. Volgens de economen maakt het herstel uit de crisis duidelijk dat er een steeds grotere mismatch is op de arbeidsmarkt.

Met name in de bouw en in de zorg is het steeds moeilijker om geschikt personeel te vinden. Ook de energiesector kampt met structurele tekorten. Dan gaat het onder meer om een gebrek aan onderhoudsmonteurs voor machines, verpleegkundigen, programmeurs en monteurs in de werktuigbouw.

Volgens ABN AMRO is 16,5 procent van de huidige vacatures onvervulbaar. Dat percentage ligt hoger dan voor het uitbreken van de crisis. ABN AMRO kijkt bij het niet kunnen invullen van vacatures onder andere naar reisafstand die werkzoekenden bereid zijn om af te leggen.

De economen leggen uit dat ook tijdens de crisis sprake was van personeelstekorten. Dat kwam mede ook door de steunmaatregelen vanuit de overheid waardoor mensen verzekerd bleven van werk. Daarmee is volgens ABN AMRO een ontslaggolf voorkomen. Daartegenover nam het aantal vacatures sterk toe. De vraag naar heftruckchauffeurs, schoonmakers, fietskoeriers en verkeersregelaars nam het meest toe.

Verder denkt ABN AMRO dat het personeelstekort in de horeca hardnekkig zal zijn. Tijdens de crisis stroomden veel werknemers weg uit deze sector. Het is nog maar de vraag of zij terugkeren nu de horecazaken weer gasten mogen ontvangen. Verder rekent ABN AMRO op een groeiend tekort aan personeel in de industrie.

Meer over