Wilsterflappen in het museum

Net nu bekend is geworden dat de verbouwing van het Rijksmuseum twee jaar langer zal duren dan verwacht, komt De Gids met een driedubbeldik zomernummer onder de noemer 'Een huis voor ons verleden'....

In de tussentijd publiceerde De Gids met grote regelmaat 'Brieven van een museumdirecteur', alsmede artikelen over de recente veranderingen in het museumbeleid. Het is dus niet zo gek dat de redactie besloot nu eens te kijken naar de vraag aan welke voorwaarden een nieuw op te richten museum zou moeten voldoen. Een 'Virtueel Museum van de Nederlandse Geschiedenis' leek het meest wenselijk, waarbij aangetekend moet worden dat het woord 'virtueel' gemakshalve voor 'denkbeeldig' staat.

Geen proza of poëzie dus in deze Gids, wel 200 pagina's non-fictie. Wat niet wil zeggen dat de verbeelding op non-actief is gesteld. Integendeel, terwijl de lezer onder een stortvloed aan kennis over historische onderwerpen bedolven dreigt te raken, fantaseren de ruim twintig 'gastconservatoren' er lustig op los hoe de zalen van dit museum van de toekomst ingericht moeten worden.

Thomas van der Dunk opent met een interpretatie van de staatkundige geschiedenis van Nederland die even leerzaam als geestig is. Als enige heeft hij ook een plattegrond getekend van zijn ideale museum. Drie zalen staan als rechthoeken op elkaar. Ze vertegenwoordigen de Middeleeuwen, de Republiek en het Koninkrijk, respectievelijk de periode waarin 'Nederland er nog niet was en niemand het miste', de periode 'toen Nederland er helemaal was en iedereen het verwenste' en tot slot de tijd waarin 'Nederland niets bijzonders meer was en niemand het daarom erg gemist zou hebben'.

De overige artikelen werden door de redactie geordend naar thema's als 'Landschap in Nederland', 'Seks in Nederland' of 'God en Nederland'. De meeste stukken zijn goed tot zeer goed geschreven en het enige dat na verloop van tijd begint te vervelen zijn zinnen als 'In deze zaal ziet de bezoeker' of 'Links ziet u het portret van'. Eén keer is leuk, maar als blijkt dat bijna ieder artikel volgens dit stramien is opgebouwd, vraag je je toch af of de redactie hier niet wat meer (of minder) had moeten sturen.

Dit bezwaar doet echter weinig af aan de inhoud. Zo is het verhaal over de mysterieuze kunst van het 'wilsterflappen', waarmee volgens bioloog Theunis Piersma nog maar twintig jaar geleden verschillende Friezen hun brood verdienden, een genot om te lezen. Vooral ook de bijschriften bij de Monty Python-achtige foto's van de diverse wilsterflappers: 'Jehannes was vrijgezel en nogal klein van stuk. Hij bezat een aangepaste, lage wilsterkist.'

Of anders het pleidooi van landschapsarchitect Dirk Sijmons om de 35 duizend kilometer onverharde weg die we de afgelopen eeuw in Nederland zijn kwijtgeraakt, in het landschap terug te brengen. Maar dan wel zonder die vervloekte ANWB-paddestoelen. Als het aan Sijmons ligt, wordt de positie van de wandelaar in de gaten gehouden door een computerprogramma van de 'centrale databank in het Nationaal Museum'. Even bellen als je dreigt te verdwalen: een waar schrikbeeld. Gelukkig zal dit virtuele museum nog meer tijd vragen dan de verbouwing van het Rijksmuseum.

Meer over