William Hague leidt geen partij meer, maar een sekte

Met de verkiezing van William Hague tot leider hebben de Britse Conservatieven zich als anti-Europese partij gemanifesteerd. De kans op herstel van de eenheid is daarmee voorlopig verkeken, aldus Hugo Young....

AFGELOPEN donderdag nam een kleine meerderheid van de parlementsleden van de Conservatieve Partij een uiterst belangrijke beslissing. Ze besloten de Tory-partij bovenal een anti-Europees gezicht te geven. Dat was de voornaamste betekenis van de overwinning van William Hague. De Tories plaatsten zich zo buiten de geschiedenis, een stap die hen veel van hun oude aanhangers zal kosten.

Niet iedereen was zich hier ten volle van bewust. Direct na de uitslag zei menigeen te geloven dat Hague de eurosceptici en pro-Europeanen achter zich zou kunnen verenigen. Wanneer een partij een breuk in de eigen gelederen teweeg brengt, willen de meeste politici, en in het bijzonder de winnaars, maar al te graag geloven dat de breuk wel weer te lijmen valt. Maar eenheid was niet wat Hague uitdroeg. En Kenneth Clark, zijn belangrijkste concurrent om het leiderschap, maakte onmiddellijk duidelijk dat hij die ook niet zal bereiken.

Clarke kondigde zijn vertrek uit de partijtop op zeer diplomatieke wijze aan. Eigenlijk, zo verklaarde hij, was hij altijd al van plan geweest naar de backbenches terug te keren, mocht hij verliezen. Kennelijk wilde hij niemand voor het hoofd stoten. Maar nadat Hague vorige week maandag had aangekondigd dat er in zijn schaduwkabinet alleen plaats zou zijn voor diegenen die instemden met zijn eis dat Groot-Brittannië in de komende tien jaar niet tot de Europese eenheidsmunt zal toetreden, kon Clarke na de uitslag weinig anders doen dan het veld ruimen.

Hagues toespraak van vorige week maandag was een belissend moment. Hague stelde voorwaarden waarmee één vleugel van de Tories onmogelijk kon instemmen. Onder zijn leiding zou de partij een eurosceptische weg inslaan, niet alleen op het punt van de eenheidsmunt, maar ook ten aanzien van alle andere kwesties die in Brussel aan de orde komen. Zo verklaarde hij te zullen gaan pleiten voor het openbreken van het Verdrag van Amsterdam, en voor een herziening van het Verdrag van Rome.

De historische koerswending zal in ieder geval een einde maken aan de ergste verwarring. Zelfs enkele aanhangers van Clarke spraken al over de noodzaak zich achter de nieuwe voorman te scharen.

Het zal zeker een schokkende ervaring zijn om de Conservatieve partijleiders, nadat ze jarenlang elk woord op een goudschaaltje hebben moeten wegen, precies hetzelfde te horen zeggen als tot dusver alleen in de meest xenofobe, anti-Duitse, anti-Europese rechtse kranten werd geschreven.

Vanuit een breder perspectief bezien, is de keuze voor Hague de verlate wraak van de thatcheristen voor hun nederlaag in 1990. Over het feit dat de meerderheid van de lokale partijvoorzitters Clarke steunde, hoeft Hague zich niet echt zorgen te maken. Zij zullen zich als eersten loyaal verklaren. Je kunt er heel wat onder verwedden dat op het eerstvolgende partijcongres de algemene geestdrift over 19 juni de gebeurtenissen van 1 mei 1990 zullen doen vergeten.

Van zijn rivaal John Redwood heeft Hague niets meer te vrezen. Die heeft zich door zijn verbond met Clarke bij rechts zo gehaat gemaakt, dat men zich daar nu alleen nog maar over zijn machteloosheid zal verkneukelen. Vrijwel niemand geloofde in zijn boodschap dat hij samen met Clarke de eenheid in de partij kon herstellen.

Toch zijn de feiten die aan hun pact ten grondslag lagen, niet verdwenen. De bondgenoten mogen dan nog zo slecht bij elkaar hebben gepast, de problemen die ze wilden oplossen blijven. Willen de Tories hun reputatie van meest succesvolle partij ter wereld niet verliezen, dan zullen ze een soortgelijk verbond moeten smeden.

Dat wil niet zeggen dat Redwood uit de wildernis moet worden teruggehaald. Maar het betekent wel dat Hague moet accepteren dat hij het gedachtengoed van Clarke, net als Clarke zelf, niet zomaar op de vuilnisbelt kan werpen.

Een feit is dat de Conservatieve partij niet verenigd kan worden rond één standpunt over Europa. Juist daarom stelde Clarke voor de kwestie voorlopig in de ijskast te leggen. Zijn voorstel was tweeledig: de partij zou aansluiting bij de Economische en Monetaire Unie voorlopig als een academische kwestie beschouwen, waarover men van mening kon verschillen. En mocht er ooit een moment komen dat er een beslissing moet vallen, dan zou de partij er alsnog over kunnen debatteren.

Hague daarentegen eiste dat er nu reeds een soort eed wordt afgelegd, waarmee hij de kwestie bovenaan een agenda plaatste.

Met welk programma ook, het besturen van de Conservatieve Partij zal een zware klus worden. Want wat is er eigenlijk nog over om te besturen? De afgelopen zeventien jaar hebben de Conservatieven weliswaar het land geregeerd, maar de partij zelf is in die tijd sterk in verval geraakt, zoals menig ex-parlementslid de afgelopen maand tot zijn verbazing merkte.

In onder andere Frankrijk en Canada bleek hoe snel het electoraat van het ene naar het andere uiterste kan zwalken. Maar als de kiezers hun kortstondige enthousiasme voor een regering kwijtraken, dan moet er wel een andere partij klaar staan waarin ze kunnen geloven.

Het is derhalve belangrijk dat de partijorganisatie weer wordt opgebouwd. Maar van oneindig veel groter belang is dat datgene wat Clarke en Redwood in zo'n korte tijd voor elkaar probeerden te boksen, opnieuw wordt geprobeerd. Een dergelijke verbond kan evenwel niet worden bereikt als de Conservatieve Partij zich gaat verkopen als de anti-Europese partij bij uitstek.

William Hague mag dan de hartstochten bevredigen die bij de Tories het denken hebben verdrongen, in de rest het land zijn er nog zoveel mensen met gezond verstand dat hij op dit ogenblik geen leider is van een politieke partij, maar van een sekte.

Hugo Young is commentator van The Guardian.

Vertaling: Margreet de Boer

Meer over