Willekeur bedreigt dwangopname

Nederland telt 23duizend verkommerden en verloederden, die geen inzicht hebben in hun ziekte en alle zorg mijden. Vanaf 1 januari kunnen zij voor drie weken worden opgenomen....

Verkommerde en verloederde patiënten die zichzelf ernstig verwaarlozen en alle zorg mijden, kunnen vanaf begin volgend jaar tegen hun zin drie weken ter observatie worden opgenomen. Een psychiater kan dan bekijken of zij een stoornis hebben die hen in gevaar brengt en of verdere hulp kan worden geboden. Psychiaters en deskundigen zijn verdeeld over het nut en het effect van de maatregel.

Het ministerie van Volksgezondheid heeft bevestigd dat de omstreden observatiemachtiging na jaren van uitstel op1 januari wordt ingevoerd. Het gaat om een experiment van twee jaar. Daarna wordt besloten of de mogelijkheid van observatie wettelijk wordt vastgelegd.

Binnenkort krijgen alle instellingen voor geestelijke gezondheidszorg (ggz) een richtlijn over de nieuwe maatregel.

De nieuwe regeling is bedoeld om een groep te helpen die nu tussen wal en schip valt, de patiënten zonder ziekte-inzicht die zich onttrekken aan behandeling. Nu kunnen zij alleen onder dwang worden opgenomen als ze aantoonbaar gevaarlijk zijn. Hulpverleners zeggen dat ze daardoor soms moeten afwachten tot zij patiënten zien afglijden. Onderzoek heeft aangetoond dat Nederland minstens 23duizend verkommerden en verloederden telt.

Vanaf volgend jaar kunnen hulpverleners mensen opnemen van wie een ‘ernstig vermoeden’ bestaat dat ze lijden aan een geestesstoornis die gevaar oplevert voor hun eigen veiligheid en gezondheid. In drie weken tijd moeten ze beoordelen of dat vermoeden klopt en bezien of ze patiënten bijvoorbeeld een tijdlang moeten opnemen of medicijnen kunnen laten slikken. De rechter toetst of opname is gerechtvaardigd.

De observatiemachtiging, een idee van PvdA en VVD, werd drie jaar geleden al door de Tweede Kamer aanvaard. De Eerste Kamer verlangde vervolgens dat voor de invoering een jaar lang zou worden geregistreerd voor welke situaties in de praktijk de machtiging een uitkomst zou bieden. Dat bleek onuitvoerbaar omdat het ging om mensen die geen contact hebben met hulpverleners, die bovendien gebruik zouden gaan maken van een maatregel die nog niet bestond.

Remmers van Veldhuizen, woordvoerder van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, denkt dat de nieuwe regeling voor twee groepen patiënten kan zijn bedoeld. ‘Mensen met schizofrenie die bovendien verslaafd zijn, kun je opnemen om te kijken of sprake is van pure verslaving of ook van ernstige achterliggende problematiek.’

‘Jongeren met beginnende schizofrenie die door familie worden opgevangen, kunnen met een paar weken observatie wellicht worden overgehaald zich bij een behandelaar te melden. Zij hebben vaak geen contact met de hulpverlening terwijl zich in hun ouderlijk huis wanhopige toestanden afspelen.’

Geneesheer-directeur Willem Schermerhorn van de Amsterdamse ggz-instelling De Meren denkt daarentegen dat de nieuwe regeling weinig toevoegt. De hulpverlening kent de groep zorgmijders en weet vaak allang of ze een stoornis hebben of niet, zegt Schermerhorn.

De patiënten van wie ernstig wordt vermoed dat ze gestoord zijn, kunnen nu ook al worden opgenomen, zegt hij. Hij vreest dat de observatiemachtiging in klinieken tot ‘nare verrassingen’ kan leiden: ‘Mensen gaan daar heftig reageren omdat ze, vaak voor het eerst, opgesloten zitten.’

Minister Hoogervorst van Volksgezondheid heeft benadrukt dat de nieuwe regeling niet is bedoeld om overlastbezorgers van de straat te halen. Volgens Wilbert Dijkers, vice-president van de Groningse rechtbank, staan de criteria voor opname dat ook in de weg.

Johan Legemaate, gezondheidsjurist bij de artsenorganisatie KNMG, is echter niet overtuigd. ‘Een vermoeden is een begrip dat ruim genoeg is om er creatief mee om te gaan’, zegt hij. Hij vreest voor ‘een grote dosis willekeur’ bij de opnames en noemt een vermoeden een ‘magere basis’ voor drie weken opsluiting.

Legemaate: ‘Psychiaters moeten zich afvragen welke rol ze met deze nieuwe regeling krijgen opgedrongen. Zijn ze er om patiënten te helpen of moeten ze bijdragen aan het beteugelen van onrust en overlast in de maatschappij?’

Meer over