Wijze dikhuid luistert scherp

Olifanten in groepen met oude leidsters krijgen relatief veel jongen. Dat komt doordat die bazinnen heel wat van de wereld weten....

LANGZAAM kuiert een groep olifanten door de Afrikaanse wildernis als in de verte getrompetter weerklinkt. De groep stopt en luistert. De dieren vertrouwen het niet: ze drommen samen, om de jongen heen, en steken de slurven omhoog. Zo wordt het nageslacht beschermd tegen indringers.

Die jongen worden beter beschermd als hun groep wordt geleid door een oud dier. Een vrouwelijk dier, want olifantenjongen leven in familiegroepen met (meest) volwassen wijfjes, aangevoerd door een bazin, een matriarch. Dat kan een relatief jong exemplaar zijn. Maar een oudere matriarch heeft méér geleerd over haar omgeving, met name over olifanten van buiten de groep, dan een jongere. Dit blijkt van groot belang voor het succes van de groep, lees: het voortplantingssucces.

Britse en Keniaanse experts zijn hierachter gekomen na onderzoek in het Amboseli National Park in Kenia. Zeven jaar lang bestookten zij 21 olifantenfamilies met kreten van soortgenoten uit luidsprekers. Ze wisten welke groepen nauwe en welke minder nauwe relaties met elkaar hadden, omdat zij elkaar vaker of minder vaak hadden ontmoet.

Allereerst bleek - niet zo verrassend - dat olifanten minder vaak samendromden om de jongen te beschermen, naarmate het geluid van verre vertrouwder in de oren klonk. Immers: hoe vreemder de olifant, hoe groter het risico dat zo'n dier zich aan de jongen van de groep vergrijpt of anderszins problemen schopt.

Interessanter bleken de uitkomsten toen de leeftijd van het leidende dier erbij betrokken werd. Hoe ouder deze matriarch, hoe minder frequent haar dieren bij elkaar gingen staan. Maar daarmee was het verhaal niet af. De groepen met oude leidsters (55 jaar en ouder) bleken bij het samendrommen veel selectiever te opereren dan de groepen met leidsters van rond de 35 jaar.

Of, zoals de onderzoekers het uitdrukken in Science van 20 april: bij groepen met jongere matriarchen was de waarschijnlijkheid van samendrommen bij nadering van onbekende soortgenoten maar 1,4 maal groter dan die waarschijnlijkheid bij nadering van bekendere olifanten. Groepen met oudere bazinnen drommen duizenden malen frequenter samen bij echte onraad, maar minder bij goed volk. Voor het opsteken van de slurf - om de naderende soortgenoot te kunnen ruiken - gold een soortgelijk verband.

Vervolgens gingen de onderzoekers na hoe groot het voortplantingssucces van de groepen was. Vrouwtjes uit groepen met oudere leidsters kregen meer jongen dan vrouwtjes uit 'jong' geleide families.

De conclusie was duidelijk. Oudere matriarchen hebben in hun langere leven meer olifanten leren kennen dan jongere en kunnen op grond daarvan beter onderscheid maken tussen 'verdachte' of 'goede' soortgenoten van buiten. Bij nadering van verdachte dieren reageren zij zeer beschermend, maar als er bekendere soortgenoten aankomen, verspillen zij relatief weinig tijd aan bescherming. En dat tezamen schept goede condities voor de voortplanting.

De uitkomsten zijn van grote betekenis voor het natuurbehoud, schrijven de onderzoekers. Immers: stropers jagen vaak op de grootste olifanten - dat is lucratief - en dat zijn vaak de leidsters. Juist hun vernietiging heeft kwalijke gevolgen voor het voortbestaan van bedreigde dieren als de olifant.

Meer over