Wijsheid overstijgt het geluk

Over ons innerlijk leven leren we in onze opvoeding doorgaans niets, zegt de Franse filosoof Frédéric Lenoir. Daarom schreef hij er een boek over. Een boek 'dat niets anders doet dan mensen helpen bij het leven. Dat is bij uitstek de taak van de moderne filosoof.'

WILMA DE REK

Frédéric Lenoir kijkt een tikje ongerust naar de pas verschenen Nederlandse versie van zijn laatste boek. Een klein, vierkant, blauw boekje is het. Op het omslag staat eerst zijn naam, dan een motto ('Bestaan is een feit, leven een kunst') en tot slot de titel: Handleiding voor een evenwichtige geest en een kalm gemoed. 'Het is zo'n ontzettend lange titel', zegt de Franse filosoof en romanschrijver vertwijfeld. 'Hoe zou u die nou in het Frans vertalen? Bij de uitgeverij konden ze niet goed uitleggen wat er precies staat. Ze zeiden dat het over vrede ging, en over rust.'

De oorspronkelijke titel van het boek luidt Petit traité de vie intérieure: kleine verhandeling over het innerlijk leven. Het is een bescheiden titel, zegt Lenoir. Hij is ook een bescheiden man, niet verpest door de bestsellers die hij inmiddels op zijn naam heeft staan. Een paar ervan zijn in het Nederlands vertaald, zoals Socrates, Jezus, Boeddha uit 2010.

'Mijn Petit traité is een toegankelijk boekje, gemakkelijk geschreven en niet al te dik. Ik leg niet uit hoe je op álle terreinen moet leven, ik beperk me tot het innerlijk leven. Want daarover leren we doorgaans niks, terwijl ons over de rest voortdurend van alles wordt verteld. Op school leren we lezen en rekenen, vervolgens bekwamen we ons in een vak, in de familiekring krijgen we bepaalde waarden bijgebracht; maar als het gaat om ons innerlijk leven, moeten we het zelf maar uitzoeken. In zaken als onszelf leren kennen, ontdekken hoe we ons diepste innerlijk moeten temmen, laat de reguliere opvoeding zeer te wensen over.'

Maar Frankrijk staat bekend als een filosofenparadijs! Waar kinderen al op hun zesde Nietzsche lezen en over Sartre discussiëren.

'Was het maar waar. In het laatste schooljaar wordt er iets over filosofie verteld, maar daar zouden ze inderdaad veel vroeger mee moeten beginnen. Je zou met kinderen van 10, 11 jaar moeten praten over angst, vreugde, over droefheid en over woede. Je kunt jonge kinderen prima leren waarom sommige dingen aangenaam zijn en andere onaangenaam. Dat emoties niet negatief of positief zijn, maar neutraal; ze zíjn er en je moet er maar mee leren leven. Je kunt een kind vertellen dat het zijn woede kan uiten, maar dat het die ook kan leren beheersen. Dat het beter is verdriet met open armen tegemoet te treden en uit te zoeken waar het vandaan komt, dan erin te blijven hangen. Maar dat leren we kinderen niet. Als een kind verdrietig is, komen we niet verder dan 'stil maar, niet huilen'. Dat beeld van Frankrijk als filosofenparadijs klopt niet.'

In zijn Handleiding schuwt Lenoir de persoonlijke noot niet. Zijn eigen complexen (hij is een klein mannetje van 1.65 meter), zijn liefdesleven (getrouwd, gescheiden, gelukkig), de therapieën die hij volgde om minder onzeker te worden en de vurige wens ooit prachtig piano te kunnen spelen, vervlecht hij moeiteloos met de wijze levenslessen van Aristoteles, Sartre, Jezus en Jung.

Filosofie over levenskunst is populair. In Nederland houdt Joep Dohmen zich er al jaren mee bezig, twee weken terug was bij Ivo Niehe te zien hoe rijk de Britse schrijver/filosoof Alain de Botton ermee is geworden. Lenoir: 'Ik weet dat Alain de Botton over dezelfde dingen schrijft als ik, zijn boeken zijn in het Frans vertaald, maar ik heb eerlijk gezegd niets van hem gelezen. Hij is jonger dan ik, hij is niet iemand die mij heeft gevormd, om het zo te zeggen. Maar het is een interessante ontwikkeling dat je nu steeds meer jonge filosofen ziet die filosofie weer verbinden aan het leven van alledag. De Botton is daar een voorbeeld van. En in Duitsland heb je Richard David Precht die over het leven schrijft, over de liefde, over passie; over alles wat mensen interesseert.'

Jullie springen in het gat dat de opvoeders laten vallen.

'Ik ben bijna 50, dat is een leeftijd waarop je anderen iets wilt bijbrengen. In mijn geval gaat het dan niet zozeer om theoretische kennis, maar om kennis die je helpt te leven. In de boeken die ik hiervoor had geschreven - voornamelijk romans - zaten veel kleine beschouwingen over het leven. Lezers mailden me vaak dat die beschouwingen hen geholpen hadden, zaken voor ze hadden verhelderd. Toen heb ik besloten een boek te schrijven dat niks anders deed dan dat: mensen helpen bij het leven. Alles waar ik me zelf mee heb gevoed, op het gebied van de psychologie, de filosofie en de spiritualiteit - dat zijn de drie grote terreinen die ik onderzoek -, moest daarin samenkomen. Al die dingen die me hebben geholpen te ontdekken wie ik ben, wat menselijk is, hoe je mislukkingen het hoofd moet bieden, hoe je je gelukkig kunt blijven voelen als de ellende op je af komt, hoe je je staande houdt, kortom, hoe je moet leven.'

Is dat de taak van de moderne filosoof?

'Dat is bij uitstek de taak van de moderne filosoof: de mens helpen zichzelf te kennen. We gaan gewoon terug naar de oudheid, toen deed filosofie niet anders. De praktische filosofie is lange tijd in diskrediet gebracht. Filosofen waren meer geïnteresseerd in concepten, theorieën, grote ideeën. Dat is begonnen met de grote Duitse filosofen, Hegel, Kant. Tot ver in de 20ste eeuw zijn er nauwelijks filosofen geweest die zich afvroegen wat een goed leven was; wanneer je een leven als geslaagd mocht beschouwen. Uitzonderingen als Schopenhauer daargelaten.

'Pas in de loop van de jaren negentig van de vorige eeuw is daar verandering in gekomen. In Frankrijk was Pierre Hadot de pionier. Hij was de leermeester van Foucault, hij heeft in de jaren zestig en zeventig een hele serie boeken geschreven over de wijsheid van de Grieken en bracht daarmee de interesse voor de filosofie uit de oudheid terug. Leerlingen van hem - André Comte-Sponville, Luc Ferry, Michel Onfray - zijn daarna ook over geluk en over wijsheid gaan schrijven. De gevestigde orde deed daar aanvankelijk nogal lacherig over, en nog wel.

'Naar mijn mening is de hedendaagse filosoof een coach. Op twee niveaus: hij moet de samenleving helpen beter te begrijpen waarom mensen leven zoals ze leven, wat overigens ingewikkeld is, omdat we non-stop worden gemanipuleerd door allerlei ideologieën - reflectie zonder emotie op bijvoorbeeld het multiculturalisme is van wezenlijk belang. En op het tweede niveau kan de filosoof ons als individu helpen orde op zaken te stellen in onze privélevens.'

Waarmee hij een soort psycholoog wordt.

'Ja, dat is hij ook. Alleen is de filosoof er niet om het persoonlijke verhaal naar boven te halen van de persoon die tegenover hem zit. Als iemand met me praat, hoeven we het niet over zijn vroegste jeugd te hebben. Ik kan hem wel een aantal principes meegeven, richtsnoeren zo u wilt, die hij zich vervolgens in alle eenzaamheid eigen maakt en waar hij geheel op eigen houtje het zijne mee doet. Een psycholoog houdt de ander gezelschap en begeleidt hem tijdens een bepaalde periode in zijn leven; een filosoof geeft alleen bouwstenen die de mensen kunnen helpen op hun weg.'

Dat de filosofie die taak weer op zich neemt, wat zegt dat over onze samenleving?

'Dat zegt vooral dat we dat type filosofie hard nodig hebben. Vergeet niet dat het westen lange tijd religieus en dogmatisch is geweest, dat we eeuwen hebben gekend waarin er voor de niet-christelijke filosofie nauwelijks ruimte bestond; theologie had die rol overgenomen. De emancipatie van de filosofie is in de Renaissance begonnen met mensen als Montaigne en Spinoza, die met hun handreikingen voor het dagelijks leven teruggrepen op de oude Griekse tradities. Daarna is de filosofie gevlucht in reflectie op de wetenschap en vooral de grote politieke ideeën.

'De ineenstorting van het communisme was een belangrijk keerpunt. Daarna is het besef doorgedrongen dat politiek nooit meer de lading van vroeger zou terugkrijgen, met haar grote ideologische tegenstellingen en conflicten. Dus eerst kwamen er scheuren in de geloofwaardigheid van theologie, daarna in die van de politiek; en nu komt daar de ineenstorting van het geloof in de economie bovenop. Dat brengt het individu ertoe te verzuchten: wat geeft nog betekenis aan een mensenleven?

'Op dat punt verschijnt de praktische filosofie weer ten tonele en keren we terug naar het punt waar de Grieken al waren, en Spinoza en Montaigne: filosofie gaat niet meer uitsluitend over de grote ideeën, maar spitst zich toe op het individuele leven. Opnieuw is er het inzicht dat je de wereld niet zult veranderen door grootse politieke hervormingen, maar door veranderingen in de manier waarop je zelf tegen die wereld aankijkt. Als het individu erin slaagt zichzelf te verbeteren, zal uiteindelijk de wereld verbeteren.'

Het verschil tussen u en andere filosofen is dat u lessen uit de filosofie moeiteloos mixt met die uit het christendom en het boeddhisme, en het geheel overgiet met een psychologische saus. Is het eclecticisme de religie van de toekomst?

'Het is niet nieuw. In het Romeinse rijk in de eerste eeuw na Christus zag je het stoïcisme, Epicurisme, judaïsme, zoroastrisme en nog veel meer -ismes naast elkaar bestaan. Maar ik denk inderdaad dat het eclecticisme de religie van de toekomst is. De grote ideologieën, daar zijn we wel klaar mee; en ik verwacht ook niet dat ons nog een nieuwe religie geopenbaard zal worden door een profeet die het licht heeft gezien. De westerse mens is zijn illusies kwijt. Maar des te beter! Hij maakt nu kennis met het echte leven. Met de echte wereld. En met zichzelf.'

Niet iedereen heeft de mogelijkheid zich in filosofie, psychologie en in wat religies te verdiepen.

'Nee, het is elitair. Het is veel gemakkelijker om je leven in te richten volgens de wetten van het christendom of de islam. Persoonlijk ben ik niet één religie toegedaan, maar ik denk dat religie een grote groep mensen nog steeds veel te zeggen heeft. Godsdienst geeft houvast, met overzichtelijke regels en rituelen en ik koester er geen enkele minachting voor. Maar mensen worden steeds beter opgeleid, en hoe beter mensen zijn opgeleid, hoe beter ze zijn toegerust om hun keuzes te maken. Alles begint met kennis.'

Volgens uw collega Pascal Bruckner leven we tegenwoordig in een gelukscultuur die nauwelijks minder dogmatisch is dan het oude christendom.

'Pascal Bruckner veegt de vloer aan met alles wat ook maar enigszins in de mode is, dat is zijn bestaansrecht. Men zoekt het geluk: hij zet zich af tegen het geluk. Men praat over ecologie: hij gaat tekeer tegen de aandacht voor ecologie. Je ziet hem voortdurend op tv het tegenovergestelde beweren van wat de meeste mensen zeggen, dat vindt hij leuk. Ik ben dol op hem, hij is sympathiek en heel intelligent, hij zegt ook rake dingen; maar hij gooit telkens het kind met het badwater weg.

'Hij zegt dat er sprake is van een soort gelukstirannie en doet alsof dat heel erg is. Ik geloof er niks van. De behoefte aan geluk is universeel en van alle tijden. Gelukkig willen zijn is een van de elementaire eigenschappen van de mens, hij is altijd bezig met zoeken naar manieren om dat geluk te bereiken en het zal ook nooit ophouden. Ik snap best dat Bruckner zich kwaad maakt over magazines die je vertellen hoe je gelukkig kunt worden in tien minuten, maar hij slaat wel een beetje door.'

Uw boek is ook een gids voor geluk.

'Nee, ik lever hooguit een bijdrage. Ik kom niet met een kant-en-klare gebruiksaanwijzing voor geluk. Het geluk is voor mij overigens ook niet het ultieme doel van het leven. De wijsheid overstijgt voor mij het geluk. Wijsheid en daarmee de waarheid.

'Je komt in je leven altijd een aantal keren in situaties terecht waarin je iets moet doen dat je wellicht ongelukkig maakt, maar dat toch wijs is. Een vrouw wordt voor je ogen verkracht en jij staat voor de keuze: wegrennen of te hulp schieten. Je weet dat je een groot risico loopt door te hulp te schieten, maar je weet ook dat je het wel moet doen. Omdat dat het juiste is. Geluk, dat is niet het hoogste. Wijsheid is het hoogste. Waarheid, liefde, rechtvaardigheid, dat zijn waarden waar het om gaat.'

De deugden van Aristoteles: nog altijd actueel.

'Ongelooflijk toch? De wereld is de afgelopen 2000 jaar enorm veranderd, maar de individuele mens loopt tegen precies dezelfde problemen aan als Socrates, Plato en Aristoteles. Hij heeft nog altijd dezelfde behoeftes en verlangens, dezelfde angsten en onzekerheden. Hij wil gekend worden en zich geliefd weten en raakt van slag als dat niet het geval is. De mens blijft zoals hij is.'

CV

Frédéric Lenoir (3 juni 1962, Madagascar) is filosoof, godsdiensthistoricus en socioloog. Hij studeerde in Zwitserland aan de universiteit van Fribourg, was redacteur van de Encyclopédie des religions en is sinds 2004 hoofdredacteur van het tijdschrift Le monde des religions. Lenoir werkt als onderzoeker aan de Ecole des Hautes Études en Sciences Sociales in Parijs, waar hij deels woont; hij heeft ook een huis in de Provence. In het Nederlands verschenen van hem De filosofie van Christus (2008), Een geschiedenis van onze goden (2011), Socrates, Jezus, Boeddha (2010) en Hoe Jezus God werd (2011).

undefined

Meer over