Wijn

Niet-wijnkenners duizelt het in supermarkten en speciaalzaken. Vinoloog Ellen Dekkers adviseert onervaren wijndrinkers met 'zoet' te beginnen, bijvoorbeeld met wijn uit zonnige gebieden....

1. Van alle landen in de wereld hebben Nederland en Engeland het breedste aanbod aan wijnen. Sinds eind jaren tachtig zijn de producten uit de zogenaamde 'nieuwe wijnlanden' hier ruim verkrijgbaar en dat heeft wijn in veel opzichten toegankelijker gemaakt. Uit Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Chili en Californië komen heerlijke, betaalbare wijnen. Uit de nieuwe wijnlanden komt ook het idee om de druivensoort(en) op het etiket te vermelden, wat voor de niet-wijnkenner de keuze veel eenvoudiger heeft gemaakt.

2. De onervaren wijndrinker moet 'zoet' beginnen. Dat wil zeggen met wijn waar niet te veel zure en bittere smaakcomponenten in zitten. Milde, ronde wijn dus, gemaakt van druiven uit zuidelijke, zonnige gebieden als Zuid-Afrika, Californië en Spanje. Of de Elzas. Veel noordelijker, maar met een warm en droog klimaat. Met een (witte) Elzas wijn zit je altijd goed. Probeer eens een Gewurztraminer, fruitig-zoet, of een zachte, soepele Pinot Blanc - de grote hit van de Gay Parade afgelopen zomer - of de Tokay Pinot Gris.

3. Maak er een gewoonte van, zowel thuis als in een restaurant, de wijn te 'walsen' alvorens een slok te nemen: heen en weer bewegen door kleine cirkeltjes te draaien met je glas. Op die manier kunnen de geuren goed naar boven komen. Steek daarna je neus in het glas en snuif diep. Is de lucht muf en enigszins bedorven (putjeslucht), dan is de kurk besmet met een bacterie die ook de wijn heeft aangetast. Men zegt dan: de wijn heeft kurk. Vroeger kwam dit euvel alleen voor als de kurk slecht was gereinigd, maar door alle bestrijdingsmiddelen zijn bepaalde bacteriën kennelijk resistent geworden. Tegenwoordig heeft zeker een op de dertig flessen kurk. Je wordt er overigens niet ziek van, maar de wijn is niet lekker. Als je vermoedt dat de wijn die je hebt besteld niet helemaal oké is, schroom dan niet de ober te vragen ook even te ruiken.

Om de geur van de wijn goed te laten uitkomen - wat je ruikt, bepaalt grotendeels wat je proeft - is een tulpvormig glas het beste. Dat is een glas met een bolle, taps toelopende kelk. De firma Riedel maakt voor elk type wijn een speciaal glas. De echte wijnfreak drinkt uit Riedelglazen, ook al kosten ze veertig tot honderd gulden per stuk. Voor mij hoeft het niet. Een eenvoudige Royal Leerdam 35 cc voldoet uitstekend.

4. Verschillende factoren bepalen de kwaliteit van wijn. Hoe ouder de wijnstokken, hoe dieper de wortels reiken en hoe beter de voedingsstoffen die ze uit de bodem halen. Een teveel aan sulfiet, dat bij goedkope productiewijzen nog weleens wordt gebruikt als desinfecterend middel, bederft de smaak en kan tot hoofdpijn leiden. Om te weten of je te maken hebt met een katerwijn: schenk een flinke bodem in, schud de wijn goed heen en weer, steek je neus diep in het glas en snuif de geur op. Voel je een prikkeling in je neus als bij een aangestoken lucifer (zwavel): niet drinken. Dat massaproductie niet synoniem is met slechte kwaliteit, bewijst de wijn van de Hema: zowel de witte als de rode vin de table is prima. Vin de pays is de aanduiding voor Franse wijnen die niet voldoen aan alle eisen van de Appellation Contrôlée. Daarin is onder meer vastgesteld welke druivensoorten voor welke wijn gebruikt mogen worden. Creatieve wijnboeren die eens een ander ras willen proberen, mogen geen Appellation Contrôlée op hun fles zetten, terwijl ze vaak lekkere wijn maken. Uit het zuidoosten van Frankrijk komt de Vin de Pays d'Oc. Meestal goed en goedkoop.

5. De chardonnay is de allemansvriend onder de druivenrassen. Hij past zich gemakkelijk aan, hij 'geeft' zich. Iedereen vindt hem lekker. Hij groeit zowel in een warm als in een koel klimaat en hij wordt overal verbouwd. Alle witte Bourgognes worden van de chardonnay-druif gemaakt, waaronder de verfijnde Chablis. Australische chardonnay daarentegen is rond en vol en heeft vaak een vanillesmaak. 'Dolly-Parton-wijn', zeggen vinologen. Goed en niet duur (rond de tien gulden): Montestell Chardonnay 2000 uit Zuid-Afrika (Albert Heijn) en Pinot-Chardonnay frizzante Pasqua (Gall & Gall). Een licht mousserende, echte nazomerse dorstlesser.

6. Tode wijn bevat tannine, een looizuur afkomstig uit de schillen, pitjes en stelen van de druiven. Wijn met veel tannine smaakt bitter. Beginnelingen kunnen het beste lichte rode wijnen kiezen, bijvoorbeeld Beaujolais.

7. De merlot en de cabernet-sauvignon zijn twee klassieke, aan elkaar verwante druivensoorten. Oorspronkelijk uit de Bordeaux, maar tegenwoordig over de hele wereld verbouwd. Wijn van de merlot en/of de cabernet-sauvignon - vaak gemengd - is bijna altijd open en toegankelijk, behalve die uit de Bordeaux zelf, waar ze heel complexe wijnen met veel tennine maken. Heerlijk en goedkoop (bij Albert Heijn): Undurraga Merlot 1999 en Concha y Toro, Trio Cabernet-Sauvignon 1998/1999. Beide uit Chili. Het klimaat is er ideaal, waardoor er milieuvriendelijk en goedkoop geteeld kan worden. Duurder (rond de ¿ 20,-) maar erg lekker: Robert Mondavi Woodbridge Cabernet-Sauvignon 1997 uit Californië (Gall & Gall).

8. Bijna alle wijn kun je zo'n twee jaar bewaren (koel en donker). Daarna moeten de meeste wijnen echt wel ontkurkt worden. Slechts twintig procent van de wijnen wordt lekkerder naarmate ze langer liggen. Spaanse wijn is altijd op dronk op het moment dat je hem koopt. De Spanjaarden houden van houtgerijpte, zachte, volle wijn. Dit in tegenstelling tot Italiaanse wijn, die over het algemeen iets zuurder en bitterder is. Bij Spaanse wijn staat op het etiket hoe lang de wijn heeft gerijpt: sin crianza (zonder rijping); crianza (een jaar); reserva (drie jaar); grand reserva (vijf jaar). Aan be volen: Bodegas Beau monte, Na varra, crianza 1998 (Albert Heijn).

9. Rosé is een tijd lang uit geweest. De roséwijnen die in de jaren '70 werden gedronken waren zoet. Toen vond men dat lekker, maar tegenwoordig is droog de trend. Wijnmakers hebben daar inmiddels op ingespeeld en roséwijnen zijn er nu in allerlei geuren en smaken. Net als rode wijn wordt rosé van blauwe druiven gemaakt, maar het verschil is dat de schillen niet meegisten. Daardoor is rosé minder bitter. En in tegenstelling tot sommige witte wijnen is rosé ook nooit erg zuur. Het is een perfecte drank voor bij de lunch. Rosé combineert zowel met vis als met vlees en is vooral bijzonder lekker bij gekruid eten. Goed gekoeld drinken. Mijn lievelingsrosé is Undurraga uit Chili, een droge rosé met een echte fruitsmaak van aardbeien (Albert Heijn). Ook heel goed is Coteaux du Languedoc Chateau de Lancyre 1999 (Wijnkoperij Otterman, Amsterdam).

10. Eigenlijk moet je bij wijn altijd iets eten. De smaak van het gerecht en de smaak van de wijn werken op elkaar in, wat beide lekkerder maakt. Bovendien is het gezonder. Bij rode wijn met veel tannine hoort kaas, maar ook bijvoorbeeld een Sauvignon-Blanc (zoals Sancerre) met geitenkaas is een verrukkelijke combinatie. Maar alleen een toastje met olijfolie is al heerlijk bij witte wijn.

Welke wijn bij welk gerecht past, vind je in Wijn aan tafel van Joanna Simon (Bosch & Keuning, 1997) of in Het lekkere wijnboek (uitgegeven door Albert Heijn). In dat laatste boek staat ook veel informatie over druivenrassen en de verschillende wijnlanden. In Onder de kurk. De waarheid over wijn rekenen Nico laas Klei en Kees Sterrenburg af met allerlei fabeltjes over wijn.

Meer over