‘Wij zoeken de specifieke talenten van het kind’

Het Innovatieplatform wil dat scholen meer vrijheid krijgen voor een individuele benadering van hun leerlingen. Veel scholen experimenteren daar al mee....

Van onze verslaggever Robin Gerrits

Hoe organiseer je aandacht voor kinderen? Dat is de vraag waarvoor directeur Bart Engbers van het Vader Rijn College in Utrecht zich elke dag gesteld ziet. Op zijn vmbo-school zitten bijna uitsluitend allochtonen, en juist daartussen bevindt zich nog zoveel onvermoed talent: ‘In de laatste vier jaar zijn vijf kinderen van ons op de universiteit terechtgekomen, via de omweg van vmbo-tl, via havo, en een jaar hbo. En dat stroompje wordt steeds sterker.’

Het bevestigt voor Engbers dat hij vier jaar geleden met zijn school terecht is overgegaan op een nieuwe onderwijsvorm: natuurlijk of competentiegericht leren. De traditionele lessentabel maakte plaats voor individueel en groepsonderwijs, met veel praktijk, tussen half negen en drie.

En daar ging de schoen wringen. Want elke school voor voortgezet onderwijs moet per jaar 1040 onderwijsuren geven, en de inspectie moet daarop toezien. ‘Maar wij willen leerlingen constant een-op-een aandacht geven. Dat kan niet als dat alleen maar bovenop die 1040 uren kan.’

Het Innovatieplatform, een door de regering ingestelde denktank die de moderne kennissamenleving moet stimuleren, pleitte er daarom vorige week voor dat experimenterende scholen een tijdje vrij van dit inspectietoezicht moeten kunnen opereren. Voorzitter Alexander Rinnooy Kan vindt dat scholen nu te veel zijn ingesnoerd in regeltjes, waardoor talent verborgen blijft.

Engbers van het Vader Rijn: ‘Ze hebben even nodig om te wennen. Maar dan gaan ze als een speer.’

Minister Van der Hoeven van Onderwijs zei in een reactie niet te voelen voor opheffing van het inspectietoezicht, omdat daarmee zwak presterende scholen worden opgespoord. ‘Als via de inspectie geconstateerd kan worden: deze school heeft zijn zaken op orde, dan is wat mij betreft over minder inspectietoezicht te praten. Maar zover zijn we nog lang niet.’

Behalve van de voorgeschreven uren zegt Engbers van het Vader Rijn College last te hebben van het centraal examen. Niet omdat zijn leerlingen het niveau niet zouden aankunnen: bij Nederlands scoren ze steevast heel goed (en bij wiskunde steevast minder). Maar de specifieke examenvoorbereiding staat het competentiegericht leren in de weg. ‘Wij willen zo lang mogelijk doorgaan met onze eigen manier van onderwijs. De traditionele scholen moeten het hele pakket aanbieden. Wij richten ons echt op de specifieke talenten bij specifieke kinderen.’

Rector Loes Lauteslager van het Adriaan Roland Holst College in Hilversum, dat met de leerrichting Quest een eigen variant van zelfstandig leren aanbiedt, is juist een warm voorstander van het centraal examen. ‘Het is heel belangrijk dat die landelijke norm gehandhaafd blijft, ook als toegangsbewijs voor het hoger onderwijs.’

In Quest, dat vanaf komend schooljaar door circa 200 van de 1300 leerlingen wordt gevolgd, krijgen de leerlingen naast traditioneel klassikaal onderwijs les in projecten. Lauteslager zegt geen last te hebben van de inspectie: ‘Ze zijn juist erg enthousiast. Er is in het onderwijs veel meer vrijheid dan mensen denken.’

Meer over