'Wij zijn ook Serviërs, het zit ook in ons' Peter De Graef schrijft, regisseert en acteert grillig en gedreven

Met Et Voilà, zijn eerste solovoorstelling naar een verhaal van De Maupassant, viel hij onmiddellijk op. Duizendpoot Peter De Graef (37) schrijft, regisseert, acteert en ontlokt steeds vaker lovende reacties....

MARIAN BUIJS

IN VLAANDEREN is hij een opkomende ster, maar ook in Nederland is hij geen onbekende meer. Peter De Graef (37), schrijver, acteur, regisseur. Met zijn solovoorstelling Ombat dook hij vorig jaar plotseling op in het Vlaams-Nederlandse Theaterfestival. Lovend waren de reacties: intrigerende tekst, adembenemend acteren. Dit jaar staat hij er opnieuw, nu als een sublieme George in Dirk Tanghe's enscenering van Wie is bang voor Virginia Woolf.

Hij is een van die zeldzame acteurs voor wie je naar het theater gaat, heeft de grilligheid en de gedrevenheid van een Freek de Jonge, is een verteller die ook beschikt over het vermogen om samen te spelen. Een duizendpoot, die schrijft, acteert en zijn eigen produkties regisseert. Met Et Voilà, zijn eerste solo naar een verhaal van De Maupassant, viel hij in Vlaanderen onmiddellijk op. Daarna werd Ombat een succès fou en nu is er die schitterende rol in Virginia Woolf.

Zelf vindt hij het een akelig stuk. 'Ik heb het echt drie keer moeten wegleggen voor ik het kon lezen. Zo'n gifspuiterij, zo verschrikkelijk.' Elke avond moet hij zich opblazen om als George een regiment glazen tot gruis te smijten en af te dalen naar een afgrond van woede. 'George zit te poken om aandacht, hij probeert alles kapot te maken, maar daar waar het echt pijn doet, dat kan niet kapot. Dat is zijn tragiek. Het is geen stuk om effe lekker te spelen, je moet je eigen wanhoop er uitgooien en dat kan alleen als je flink opgeladen bent. Maar dan merk je dat je ook overdag, privé, gif gaat lopen spuien. Logisch, je doet het drie uur per dag.'

Samen met Marie-Louise Stheins speelt hij een echtpaar dat elkaar doodpest en van de huiskamer een heksenketel maakt. 'Het stuk trekt van leer tegen het huwelijk, maar zo kun je het niet meer spelen. Er is helemaal geen huwelijk nodig om die twee bij elkaar te houden. Dat maakt het nog erger, het is de angst voor de woestijn daarbuiten. De woestijn van de eenzaamheid, waar je in je eigen kuil moet kijken en alles niet langer kan projecteren op de ander. Uit angst blijf je dan bij elkaar. Maar het afschuwelijke is dat die ander bestookt wordt met alles wat bij jezelf fout zit.'

'Ik ga altijd uit van mijn eigen dingen, mijn jeugd en alles wat toen fout is gelopen. Wat proper is weggestopt om de lieve vrede, want kinderen willen zo graag dat hun ouders gelukkig zijn. Je doet je best en je wordt volwassen. Maar zo na je dertigste, wauw, dan komt het allemaal uit de kast. Als monsters, vermagerd, wild, vol van hun eigen drek. Meestal juist in een relatie waar liefde aan te pas komt. Maar bij de ander gebeurt dat ook en dat is de horreur. Dat maakt het voor mij de moeite waard dit stuk te spelen en daarom hebben wij besloten dat die twee mekaar graag zien.'

Als acteur geeft hij je de illusie dat hij ter plekke verzint wat hij zegt. Zelfs een doodgespeelde tekst als van Virginia Woolf krijgt in zijn mond een ongelooflijke frisheid. Waar komt die intensiteit vandaan? Is het de volkse erfenis van zijn geboortedorp Zandvliet, op de grens tussen Vlaanderen en Nederland? Hij voelt zich daar nog altijd mee verbonden. 'Je moet je zo'n dorp voorstellen, middeleeuws. Veel van mijn taal komt daar vandaan, uitdrukkingen die doen denken aan de Russische zwaarmoedigheid. Die mensen leven nog totaal in hun gemoed. Daar zijn gevoelens nog hevig, een zus van mijn vader is werkelijk gestorven aan liefdesverdriet.'

Het is die innerlijke heftigheid die hem een onnavolgbare présence geeft op het toneel. In Ombat was hij een raar, iel mannetje in een te krap jasje. Verteller en speler tegelijk. De ik-figuur in het wonderlijke verhaal van een priester die is gestrand in een Braziliaans dorp. Hij kijkt terug op zijn leven en vraagt zich af wat hij hier is komen doen. De voorstelling begon in het donker. Er klonk een clavecimbelconcert van Bach, waar De Graef dwars doorheen zong. Zijn stem kon niet bij de noten, een prachtige samenballing van waar het hier om gaat: de perfectie waarvan wij in het leven dromen is onhaalbaar.

Het was vooral de manier waarop De Graef vertelde, die gedrevenheid, die de voorstelling tot een onvergetelijke belevenis maakte. 'Dat mannetje is zo vreemd, dat je denkt: wat gaat er toch allemaal in hem om? Waarom grijnst hij bij al die vreselijke dingen? Met al zijn pijn en vertwijfeling houdt hij het toch maar uit op die afgelegen plek in Brazilië en is zelfs nog in staat een beetje te lachen en te glinsteren met zijn ogen. Op basis daarvan blijf je nieuwsgierig naar alles wat hij zegt.'

Hij zou de voorstelling nog eindeloos kunnen doorspelen, maar de theaters zijn elk seizoen uit op iets nieuws. 'Dat vind ik zo fout. Iets wat drie seizoenen geleden gemaakt is, willen ze niet meer. Dat snelle werk moet bestaan, maar ik werk tegengesteld. Ik laat dingen groeien en als iets af is, kan het minstens vier seizoenen mee. Maar niet meer dan vier keer per week, anders speel je het kapot en is de helft van de voorstellingen een videoclip. Dat kan niet anders, het blijft mensenwerk, je weet als acteur niet meer waar je het moet opdiepen.

'Vroeger kon dat wel, toen had je een soort galmtheater, dat kon elke dag worden herhaald. Maar de kleine, onverwachte nuances waardoor er bij een publiek van binnen iets breekt, dat kan alleen maar ontstaan op de avond zelf. Alleen als ik de voorstelling inga met de instelling van: ik zeg de eerste zin en we zien wel, ik weet niet wat er vanavond gaat gebeuren. Natuurlijk kun je je dat alleen permitteren met een stuk dat je door en door kent, dat in alle spieren zit. Dan krijg je dat hele spannende.'

Met Dirk Tanghe werkt hij graag. 'Een beeldend kunstenaar met een ongelooflijk gevoel voor drama. Tekst behandelt hij als muziek en daarin lijken we op mekaar. Het is geen regisseur die je handje vasthoudt. Hij zegt wat, ik laat wat horen en dan kunnen we alleen maar knikken van ja, zoiets moet het zijn.' Net als Tanghe zat hij op de beroemde Antwerpse toneelschool, bij Dora van der Groen. 'Dora vond alles wat ik deed geweldig, maar ik kon niet tegen die techniek. We hadden een docente die elke beweging ontleedde. Het was altijd fout wat ik deed. In een maillot - ik zag eruit als een magere spin - moest ik in slow motion een neerstortende buffel spelen. Iedereen zat te lachen en toch was het niet goed. Uiteindelijk kon ik niet meer gewoon een toneel oplopen, ik verstarde bij elke stap.'

Hij verliet de school voortijdig en werd als acteur gecontracteerd bij een groot Vlaams repertoiregezelschap. 'Daar kwam ik nog meer vast te zitten, het was een vreselijke tijd.' Hij heeft een kind, een hypotheek en bleef om het geld. Toen hij ten slotte toch vertrok, kon hij nergens meer aan de slag. 'Ik heb jaren gestempeld, veel gelezen, gestudeerd, en zo heb ik me er weer bovenop gewerkt. Uiteindelijk kwam ik bij Eva Bal terecht. Ik wilde alleen nog voor kinderen spelen. Daar gebruik je een basale taal, niet de redenering, maar de grote kleuren. De simpelheid van Dick Bruna. Bovendien kon ik daar improviseren, een rol onderzoeken.'

Altijd is hij op zoek naar onverwachte invallen, als acteur, maar ook als schrijver. Toen hij als acteur afgeschreven leek, besloot hij romancier te worden. 'Dan kun je in Barcelona of Moskou gaan zitten met je portable en je romans opsturen.' Het liep anders, zijn eerste vuistdikke roman bleef ongepubliceerd. Hij kreeg te horen dat het met dat schrijven wel goed zat, maar dat hij de verkeersregels nog niet beheerste. Zijn teksten waren grillig en weerbarstig, bij lezing leek de samenhang zoek. 'Zodra ik ze voorlas, werkten ze plots perfect. Kennelijk was het toneel.'

Hij wordt er soms nog van beticht fragmentarisch te schrijven en erg karig om te springen met de taal. Dat doet hij bewust. 'Zoiets brengt een enorme activiteit bij de toeschouwer teweeg. Het gaat in het theater altijd om een ervaring die je, vanuit het materiaal van je eigen leven, wilt overbrengen en waaraan de toeschouwer het zijne verbindt. De feiten zijn minder belangrijk dan de ervaring erachter. Als ik alles heel gedetailleerd invul, kan die ander daar niets meer bij aanvullen. Doe ik het losser, dan krijgt hij meer ruimte. Het is de kunst om daarin precies het midden te vinden.'

Inmiddels is hij als schrijver ongewoon produktief. Vorig seizoen schreef hij behalve Hun! (een eigen produktie) ook Jeanne, gebaseerd op het stuk van Shaw over de maagd van Orléans, voor het jeugdtheatergezelschap Huis aan de Amstel. En Een gemeenschap van schurken naar Kafka, op verzoek van het Vlaamse gezelschap Theater Teater, dat door een ongelukkige regie onvoldoende uit de verf kwam. De structuur van zijn teksten is schijnbaar chaotisch, de vertelling schiet alle kanten op, maar wie goed luistert ontdekt motieven die telkens terugkeren. En op onverwachte momenten vallen de stukjes als een puzzel in elkaar.

Rake grappen slaan onverhoeds om in gruwelijkheden, humor en tragiek zitten pal naast elkaar. Maar zelfs het meest gruwelijke probeert hij altijd betekenis te geven. 'Ook het allerergste heeft in mijn ogen zin. Bovendien moet je mensen niet met je ziekte alleen confronteren. Ziekte hoort in een ziekenhuis, niet op het toneel. Daarom moesten Martha en George in Wie is bang voor Virginia Woolf toch van elkaar houden.'

Ook Hun!, een bizar portret van een driehoeksverhouding, is komedie en tragedie tegelijk. De Graef schreef niet alleen de tekst, maar speelt ook mee en regisseert. Eddy (Peter De Graef) heeft zich onder een vrachtwagen gegooid, omdat zijn liefde voor de verpleegster Emily onbeantwoord bleef. Zij achtte het haar plicht hem in huis te nemen, maar ze trouwde met Frans. De drie wonen bij elkaar, maar ieder zit op zijn eigen eiland. Het is schrijnend èn hilarisch om te zien hoe dit drietal hunkert naar aandacht, maar voortdurend op elkaar inhakt. 'Het is geschreven als een soap. Je verwacht een huiskamer, maar ik pak het liefst een idee dat daar schijnbaar totaal niet bij past. Uiteindelijk kwam ik op een koraalrif, waarin die drie zich schuilhouden als grote garnalen.'

Vanachter een muur van blikken koektrommels waarin Eddy zijn liefdesproza bewaart, schiet De Graef in zijn rolstoel telkens naar voren, onweerstaanbaar geestig als de afgewezen geliefde die de anderen met zijn absurde gedachtenkronkels irriteert. Met zijn hese, snerpende stem speelt hij de tragische komiek. 'Op mijn veertiende besefte ik opeens hoe drama in elkaar steekt. Ik zag Romeo en Julia en tijdens het schermen maakt Romeo grapjes met zijn tegenstander. Dan steekt hij hem dood. Het publiek zit nog midden in een lach en plotseling. . . dood? Ik dacht: o, zo werkt drama. Laat ze maar lachen, het is gezellig en ongemerkt wordt het steeds erger. Zo probeer ik de toeschouwer te ontwapenen.

'Wat ik belangrijk vind is iemand op het toneel slecht te laten zijn op een manier dat je medelijden met hem krijgt. Zodat de toeschouwers hun eigen slechtigheid gaan zien. Dat gebeurt vaak niet, we storten er beton op. We zijn immers opgevoed in christelijke zin, je moet goed zijn. Al het slechte wordt uitgebannen. Maar in ieder van ons zit een gedrocht. We stemmen Vlaams Blok of slachten elkaar af. Kijk naar voormalig Joegoslavië. Met verontwaardiging alleen komen we er niet, wij zijn ook Serviërs, het zit ook in ons. Zolang we daar in onszelf geen weg mee weten, raken we er alleen van in de war.'

Momenteel legt hij de laatste hand aan zijn bewerking van De Mensenhater van Molière, dat Dirk Tanghe gaat regisseren bij het Nationale Toneel en waarin De Graef de hoofdrol speelt. Grote replieken knipt hij kapot, ernst en lach schuift hij in elkaar, zodat het stuk een heel ander ritme krijgt. 'Het moet in de grote zaal en dat wordt zo gauw gedragen. Je vertelt iets en een, twee, drie, vier. . . dan pas wordt er gelachen. Vijf, zes, zeven. . . voor je weer verder kunt. In een kleine zaal breek je zo'n lach af, dat moet in die grote bak ook kunnen. Ik denk dat er flink wat anarchie in zo'n voorstelling moet. Ik heb echt krachtige replieken bij mekaar geschreven. Die leer ik glad van buiten en ram ze er uit, zodat je flitsend Nederlands te horen krijgt. Mooie stukjes muziek.'

Wie is bang voor Virginia Woolf vanavond in de Stadsschouwburg, Amsterdam. Daarna tournee.

Hun! reist dit seizoen langs de kleine theaters.

De Mensenhater gaat op 19 januari in Den Haag in premiére.

Meer over