Interview

‘Wij zijn in België niet goed georganiseerd om grote crises het hoofd te bieden’

In België klinkt veel kritiek op de hulpverlening na de watersnoodramp van drie weken geleden. Die kwam door een gebrek aan coördinatie traag op gang. Volgens Hugo Marynissen, crisismanagement-deskundige aan de Universiteit van Antwerpen, is het land niet voorbereid op grote crises.

Een ingestort huis in de Belgische plaats Trooz, provincie Luik. Beeld AFP
Een ingestort huis in de Belgische plaats Trooz, provincie Luik.Beeld AFP

Allereerst: hoe staat het er nu voor met de situatie in België?

‘We zitten in de fase van wederopbouw. Er is ontzettend veel leed. Zeker 36 mensen zijn overleden. En de schade is gigantisch. Tienduizenden gezinnen hebben hun huis verloren of kunnen daar nog altijd niet in. Voor hen moet opvang geregeld worden. De Vesdervallei, ten zuidoosten van Luik, lijkt momenteel wel een oorlogsgebied. Huizen zijn in elkaar gezakt door de kracht van het water. Spoorbanen zijn weg. In meer dan tweehonderd dorpen in Wallonië is er schade. Dat is ongeveer de helft van het land. Begin daar maar eens aan.’

Inwoners spreken van chaotische toestanden rondom de hulpverlening. Wat is er misgegaan?

‘Wij zijn niet goed georganiseerd om grote crises het hoofd te bieden. Dat is het grote pijnpunt van deze ramp. Wij hebben in principe goede hulpdiensten. Als er ergens een brand in een fabriek ontstaat, of een huis zakt in elkaar, dan kunnen zij dat makkelijk aan. Maar nu ging het om een grote landelijke ramp waarbij vijf provincies betrokken waren. Dat vereist coördinatie. Die ontbreekt bij ons.

‘Om een vergelijking te maken: in Nederland hebben jullie het goed voor elkaar met jullie veiligheidsregio’s. Alle actoren, zoals brandweer, politie en GGD’s werken samen. Als een of twee regio’s hulp nodig hebben, komen de andere helpen. Alle Nederlandse veiligheidsregio’s werken volgens dezelfde principes en met dezelfde terminologie. Als er wordt gesproken over ‘opschaling’, weet iedereen wat er wordt bedoeld.

‘Hier in België gaat het heel anders. Wij hebben bijvoorbeeld hulpverleningszones, maar die komen dan weer niet overeen met onze politiezones. Het komt voor dat er in één hulpverleningszone drie politiezones zijn, met elk hun eigen handhaving. Dat levert problemen op. Zo kon het gebeuren dat drie politieteams uit Gent in Wallonië in één dorp stonden te helpen, terwijl er twee dorpen verderop, waar de nood misschien zelfs groter was, niemand klaarstond. Het Rode Kruis doet heel veel, ontzettend veel vrijwilligers hebben met de beste intenties goed werk gedaan, maar als dat niet aangestuurd wordt, krijg je gewoon een puinhoop.’

Even terug naar het begin van de crisis. In West-Duitsland klagen veel inwoners dat ze niet tijdig zijn gewaarschuwd voor de ramp. Hoe is dat in België?

‘Je hoort hier en daar kritiek dat er niet tijdig is gealarmeerd, en burgers zich daarom niet konden voorbereiden. Maar daar wil ik een kanttekening bij maken. Er zijn heel wat wetenschappelijke studies die aantonen dat mensen in overstromingsgebieden nu eenmaal moeilijk van tevoren te alarmeren zijn. Zeker als ze niet recent een overstroming hebben meegemaakt. Zelfs wie vijf of tien jaar geleden nog een watersnoodramp meemaakte is er over het algemeen nog steeds gerust op dat het dit keer wel niet zo’n vaart zal lopen, of dat de overheid nu wel de juiste stappen zet om dat te voorkomen. Als je vandaag buiten in je tuin in het zonnetje zit, en je hoort dat het vannacht gaat overstromen, dan ga je daar waarschijnlijk uiteindelijk toch niet echt heel veel aan doen.

‘Daar komt nog eens bij dat we in België dit soort overstromingen nooit hebben gehad. Maar houdt u vast. Dit gaat niet de laatste keer zijn. En dit had evengoed in Nederland kunnen gebeuren.’

Wat zou een oplossing kunnen zijn voor het Belgische gebrek aan coördinatie?

‘België is een vreemd land met een federaal niveau, vier regio’s, tien provincies en 581 gemeenten, en dan zijn de bevoegdheden ook nog eens verdeeld over de federale en regionale structuren. We hebben een netwerkorganisatie nodig die al deze niveaus bij een crisis kan verbinden, waardoor je op het moment dat er iets gebeurt alle actoren bij de coördinatie kunt betrekken volgens dezelfde besluitvorming en terminologie. Daar lijkt ook naar geluisterd te worden. De Belgische regering heeft nu recent een federale coördinatiecel opgericht.

‘Ik wil ook nog even de vinger op iets anders leggen. Wat wij – niet alleen België, maar eigenlijk alle landen – te weinig doen, is het vroegtijdig detecteren van mogelijke signalen dat er iets ergs aan zit te komen. Dat zag je bijvoorbeeld ook vorig jaar bij de pandemie. Toen is er veel te laat gehandeld na de signalen uit China. Het grote probleem is dat wij ons alleen lijken voor te bereiden op crises die we al hebben gehad.

‘Zo heeft België zich na de aanslag in Brussel van 2016 eindeloos voorbereid op de volgende aanslag. Maar we leven in een tijd waarin zich steeds vaker diverse systeemcrises zullen voordoen die alles onderuit kunnen halen. Denk aan de gevolgen van de klimaatopwarming. In de toekomst zullen daardoor ook gegarandeerd grote stromen klimaatvluchtelingen komen. Of denk aan cyberattacks, die de helft van onze IT-infrastructuur kunnen platleggen. Er zullen ook nieuwe virussen komen. We hebben een structuur nodig die zich hierover buigt, risico’s inschat en hulpdiensten op stand-by kan zetten. Dat is een vak apart. Onlangs heb ik hier met een aantal collega’s bij een parlementaire commissie op aangedrongen.’

Zijn er ook zaken wel goed gegaan bij deze crisis?

‘Zeker. Dat wil ik nog benadrukken. Onze hulpdiensten hebben fantastisch werk gedaan. We hebben hier in België toppers op het gebied van crisisbeheer. Er is zoveel expertise. Mensen zijn dag en nacht bezig geweest. Juist daarom is het jammer dat de hulp niet goed gecoördineerd was. Het effect had veel groter kunnen zijn. Maar ik ben een positief mens, al is dat misschien tegen beter weten in. Als ik naar de geluiden in de media kijk, dan hoor je iedereen zeggen dat het nu echt anders moet. Ik hoop dat we eindelijk dit momentum gaan gebruiken om ons crisisbeheer naar een hoger plan te tillen.’

Hugo Marynissen Beeld Synthia Maes
Hugo MarynissenBeeld Synthia Maes
Meer over