'Wij tegen zij schiep geen veiligheid'

Ooit was de neoconservatieve denker een overtuigde Reagan-aanhanger, maar in 2008 steunde hij Obama. Een jaar na diens aantreden is hij redelijk tevreden....

De politiek-filosoof Francis Fukuyama weet dat hij nog steeds wordt beschouwd als neo-liberaal sinds hij in 1989 ‘het einde van de geschiedenis’ en de zege van het democratisch kapitalisme beschreef. Het is een verouderd beeld dat hij graag corrigeert: de nog altijd invloedrijke hoogleraar stemde in 2008 voor Barack Obama.

Een jaar na diens aantreden vindt Fukuyama dat de Amerikaanse president het niet slecht doet. Obama treft de juiste toon die aansluit bij het ‘Wilsoniaanse realisme’ dat Fukuyama bepleit: een mengsel van de democratische idealen in de lijn van de presidenten Wilson en Reagan, en een ‘gezond respect voor de geopolitieke werkelijkheid’. Wel deelt Fukuyama de kritiek op het Iran-beleid. Dat lijkt te zeer gericht op overleg met het regime in Teheran, en te weinig op steun voor de democratische oppositie.

Wie verbaasd is over Fukuyama’s steun voor Obama, heeft de afgelopen jaren niet opgelet, zegt hij. De hoogleraar distantieerde zich na het begin van de Irak-oorlog in 2003 – die hij eerst steunde – van president George W. Bush en diens neoconservatieve entourage.

De ‘militarisering’ van het buitenlands beleid na de terreuraanslagen van 2001 was contraproductief, betoogde Fukuyama. De harde lijn van ‘wij tegen zij’ schiep volgens hem geen veiligheid en stabiliteit, integendeel. Dus toen de nieuwkomer Obama een wijziging van toon en koers beloofde, sprak dat Fukuyama aan. Zo ontpopte hij zich als een van de bekendste ex-conservatieve supporters van Obama. In rechtse kring viel het woord ‘verrader’.

‘De Republikeinen verdienden het niet om opnieuw te worden gekozen.’ Het was tijd voor een ‘de-militarisering’ van het buitenlands beleid. ‘Het was een tactische vergissing van Bush om zijn poot stijf te houden tegenover Noord-Korea, Syrië, Iran. Zijn mensen schreeuwden van de daken dat er niet kon worden gepraat. Op die manier werd het onmogelijk om bondgenoten aan boord te krijgen, steun voor sancties te verwerven, noem maar op.’

Bush’ ‘filosofie van confrontatie’ werkte niet, volgens Fukuyama. In zijn boek America at the Crossroads (2007) beschrijft hij zijn voorkeur voor soft power, ofwel: ‘ons vermogen om het goede voorbeeld te geven, te trainen en scholen, om met advies en geld steun te bieden.’

Het klinkt als een handleiding voor Obama’s buitenlands beleid. De president deed alles ‘om niet Bush te zijn’, en dat kweekte elders in de wereld goodwill. Hoewel Obama het anti-terreurbeleid van zijn voorganger in grote lijnen volgt, zijn er symbolische verschillen. De voorgenomen sluiting van Guantánamo Bay is het beste voorbeeld. Zijn verzet tegen de oorlog in Irak was ook een pluspunt.

‘Obama begrijpt dat de zachte hand goodwill schept.’ Nadat diplomatie en overleg een kans hebben gekregen, zal het eenvoudiger zijn om steun te vinden voor een hardere lijn. Fukuyama onderbreekt zichzelf. ‘Hoewel, met de bondgenoten is Obama niet erg ver gekomen in Afghanistan.’

Fukuyama steunt de strijd in Afghanistan. Maar de deadline die Obama heeft gesteld – het begin van de terugtrekking halverwege 2011 – beschouwt hij als ‘slim’. ‘De realiteit is dat we niet eeuwig blijven. Als de Afghaanse overheid het dan nog steeds niet aan kan, moeten we de zaak afronden.’

Obama ziet botsingen met moslimfundamentalisten niet ‘als wezenlijke conflicten tussen beschavingen’ , en Fukuyama stemt daarmee in. Hij vindt dat landen zelf hun weg moeten vinden naar een vorm van democratie, met steun en respect van het Westen.

En zijn stelling uit 1989 dan? De denker, die naam maakte in de regering-Reagan, beschreef bij de val van het communisme het einde van de geschiedenis. Kiest een land voor modernisering, dan zijn kapitalisme en de liberale democratie de enige route, stelde Fukuyama.

Critici meenden dat zijn ideeën de basis vormden voor agressief triomfalisme, een Amerikaanse hegemonie-met-alle-middelen.

Hij legt uit: ‘Niet elk land zal voor de moderne tijd kiezen, en niet elk land met een moderniteitswens heeft de mogelijkheid om een kapitalistische democratie op te bouwen. Maar voor een succesvolle omarming van de moderne tijd is er geen beter alternatief.’ Fukuyama zegt dat het geen politiek of ideologisch programma was, maar een intellectuele analyse. Hij zucht. ‘Ik ben ermee opgehouden om mensen te corrigeren.’

In een poging om dit wel te doen, merkte hij enkele jaren geleden op dat de sociaal-democratie in Europa beter past als eindpunt van de geschiedenis dan de Amerikaans democratie van individuele, ‘door God geschonken’ vrijheden. Onder Obama bewegen de VS zich enigszins in die richting, beaamt Fukuyama. ‘Maar we zijn nog ver verwijderd van Europeanisme.’ Er klinkt opluchting in zijn stem.

Fukuyama merkt op dat zijn steun voor Obama grenzen kent. Als neoconservatief pleitte hij ervoor om democratie, vrijheid en mensenrechten actief uit te dragen. Het klopt dat ‘te veel lawaai maken’ een schadelijk effect kan hebben, zegt hij nu. ‘Zie Bush.’ Maar de huidige president ‘over-compenseert dat lawaai met zijn stilte’ over het verzet tegen het Iraanse regime.

‘Hij had een signaal van steun kunnen sturen’ zonder de democratische oppositie in de problemen te brengen. Nu loopt Europa vóór op Amerika in de ondersteuning van democraten in Iran. ‘Teleurstellend. Als je de steun voor een vrijheidsbeweging verzwijgt omdat je bang bent de onderhandelingen met een repressief regime in gevaar te brengen, zit je echt verkeerd.’

Meer over