Wij moeten naar de afgrond toe buigen

In deze crisis moeten wij ons geld uitgeven, zeker de armen onder ons. Dat mechanisme verzet zich tegen het natuurlijke gevoel van wat verstandig handelen is. Het is alsof je net leert skiën.

Max Pam

De kredietcrisis doet me denken aan de raad die ik kreeg bij mijn eerste skilessen: naar de helling toe buigen. Onhandig stond ik op de lange latten en probeerde ik een bochtje te maken. Rechts van mij gaapte naar wat naar mijn idee een diepe afgrond was. In paniek maakte ik een beweging van de afgrond af, maar dat was verkeerd en ik viel. Ik had juist naar de afgrond toe moeten buigen. Rationeel is zoiets niet moeilijk te begrijpen. Het is de middelpuntvliedende kracht, waardoor ook de motorrijder schuin gaat in de bocht. Naar de weg toe om niet te vallen. Het voelt onnatuurlijk en het lijkt een paradox, maar het is de enige manier om te overleven.

Volgens economen is het verstandig om in deze tijd van kredietcrisis geld bij ‘de rijkeren’ weg te halen en dat naar ‘de armeren’ te sluizen. Daar zit de volgende gedachtegang achter. De lagere inkomens hebben geen cent te makken en geven noodgedwongen alles uit wat zij bezitten. De armeren zijn daarom de ideale consumenten, want hoe meer er wordt besteed, des te beter dat is voor de economie.

Daarentegen hebben de rijkeren de mogelijkheid een deel van hun inkomen op een spaarrekening te zetten. De rijkeren zijn dus gemankeerde consumenten, die door hun gedrag juiste schade aan de economie toebrengen.

Douceurtjes

Dat mechanisme verzet zich tegen het natuurlijke gevoel van wat verstandig handelen is. Er wordt van armeren verlangd dat zij alles uitgeven wat zij hebben, waarmee zij als het ware de opdracht krijgen naar de helling toe te buigen. Van de rijkeren wordt verlangd dat zij ophouden met geld opzij te zetten om daar later iets aardigs mee te doen. Zoiets valt misschien allemaal te begrijpen, maar moeilijk te aanvaarden. Stel ik ben arm en ik krijg van de overheid financiële douceurtjes.

Wat zou mijn eerste reactie zijn?

Mijn eerste reactie zou zijn eerst goed na te denken. Als ik dat had gedaan, zou ik tot de conclusie komen dat ik wel idioot zou wezen om nu net als voorheen alles uit te geven. Ik zou vermoedelijk besluiten op dezelfde voet verder te leven en dat extra geld opzij te leggen. ‘Wie spaart, die heeft wat’, leek een waarheid als een koe, maar volgens de econoom Bovenberg ‘was sparen twintig jaar geleden goed en is sparen nu slecht’ (Voorpagina, 26 november). Om deze notie te laten doordringen tot de harten van de mensen, zou je het volk rijp moeten maken voor de volgende waarheden.

Wie uitgeeft, heeft wat – bijvoorbeeld een auto of een ijskast. Wie spaart, heeft niks, behalve waardeloos geld op de bank. Arm of rijk, wij moeten in deze Umwertung aller Werte met z’n allen naar de helling toe buigen.

Icesave

De kredietcrisis leidt tot vertwijfeling over nauwelijks te begrijpen tegenstellingen. Zo stond in Trouw een interview met de filosoof Andries Visser, die een inleiding schreef bij Kierkegaards boek De ziekte tot de dood. Volgens Visser zou Søren Kierkegaard zo tegen de kredietcrisis hebben aangekeken: ‘Stel, een man heeft zijn spaargeld op de IJslandse bank Icesave gezet. Een flinke som van 80 duizend euro. Twee weken later valt de bank om. De man is zijn geld kwijt en zit verschrikkelijk in de rats. Die 80 duizend euro blijken zo’n grote waarde voor hem te hebben dat hij wanhopig wordt, vooral als minister Bos een en ander niet direct met een sisser laat aflopen. We denken dat de man door de crisis vertwijfeld is geraakt, maar volgens Kierkegaard klopt dat niet. De man was al veel eerder vertwijfeld. Zijn radeloosheid komt alleen nu pas aan de oppervlakte.’

Deze aan Kierkegaard toegeschreven gedachtegang lijkt mij volkomen onzin. Iemand die in één klap al zijn geld kwijt is, kan overvallen worden door een wanhopige vertwijfeling die niets te maken heeft met wat ook wel existentiële angst wordt genoemd. Eigenlijk is het een beetje flauw en kinderachtig om die twee op zo’n manier met elkaar te verbinden. Je kunt tegen ouders die een kind hebben verloren ook niet zeggen dat hun verdriet niets van doen heeft met hun dode kind, maar voortkomt uit een universele vertwijfeling.

Mein Kampf

Kierkegaard had een enorme hekel aan twijfel, vermoedelijk omdat hij zelf over alles twijfelde, want zo gaat dat. Hij schreef ook een boek dat Vrees en beven heet en waarin pagina’s lang wordt goedgepraat dat aartsvader Abraham zijn zoon Isaäk wilde vermoorden omdat God hem daartoe de opdracht had gegeven. Kierkegaard vindt het eigenlijk geweldig dat Abraham geen moment twijfelde en het mes al geheven had om de keel van zijn eigen zoon door te snijden.

Volgens de rechtsfilosoof Paul Cliteur is Vrees en Beven samen met Hitlers Mein Kampf een van de gevaarlijkste boeken uit de geschiedenis, aangezien Kierkegaard daarin religieuze terroristen een alibi verschaft voor het plegen van moorden. Dat is misschien overdreven, maar een warhoofd was Kierkegaard wel.

En dan nu naar de bank om alles van mijn spaarrekening af te halen.

Meer over