Wij kunnen niet om betekenis van Sukarno heen

In een onlangs gepubliceerde brief ter gelegenheid van vijftig jaar onafhankelijkheid van Indonesië, noemen de Nederlandse bisschoppen de politionele acties in de jaren veertig een 'tragische vergissing'....

M. MUSKENS

HET Nederlandse Indonesië-beleid van de jaren 1945-1949 kan niet worden bekeken zonder zicht op de Nederlandse houding tegenover de strijd om de onafhankelijkheid van de Indonesiërs vanaf de jaren twintig.

Reeds in 1922 voorzag de Eindhovense deurwaarderszoon, pastoor Fr. van Lith sj (1863-1926) hoe het fout zou lopen. Deze grote kenner van de Javaanse cultuur was in regeringskringen gevreesd om zijn gedurfde uitspraken over de nog steeds heersende mentaliteit van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Een houding die Nederlanders in Indië alleen aan hun financiële belangen deed denken, Nederlandse katholieken niet uitgezonderd.

Als Frans van Lith in 1922 op een feest ten paleize van de Mangkoenegara in Soerakarta duizenden padvinders ziet paraderen, schrijft hij: 'De tegenwoordige Javaanse leiders zijn voor ons niet te vreezen, maar hier staat het leger voor mij, dat later ons in zee zal drijven. Velen in Nederland zien de toestanden in Indië niet in, zooals zij zijn. Zij meenen, dat alles altijd zal blijven zooals het nu is; maar zij vergissen zich. Een nieuwe tijd en een nieuwe wereld wordt ingeluid en wie wijs is, bereidt zich daarop voor.'

Zes jaar later zal de in Nederland bijna almachtige H. Colijn uitroepen: 'Het Nederlandse gezag zal altijd voortduren in Indië zoals de Mont Blanc altijd in de Alpen blijft' en 'De openbaring Gods spreekt ons ook uit de historie. Nederland en Indië zijn door God voorbestemd aaneen te blijven'.

Gouverneur-Generaal de Jonghe zal tien jaar later nog verklaren: 'Wij zijn hier driehonderd jaar en wij zullen hier nog driehonderd jaar blijven'.

De Indonesiërs waren in het begin van de jaren twintig verdeeld en stonden vaak tegenover elkaar als het ging om de grondslagen van de toekomstige onafhankelijke staat. De katholieke Javanen van Fr. van Lith schaarden zich met hun eigen politieke partij achter de idealen van hun landgenoten en scheidden zich in 1925 definitief af van de politiek van de Nederlandse katholieken in Nederlands-Indië.

Als Sukarno in 1926 op het politieke toneel verschijnt, wordt hij al spoedig de leider van de nationalistische beweging. Sukarno ziet en verkondigt dat er op de vele eilanden ondanks alle verschillen één gemeenschappelijke cultuurlaag voortleeft; een cultuur die dateert van vóór de komst van andere religies en culturen in de archipel.

Er leeft in alle dorpen een magisch-kosmisch besef. Net zoals alles in de kosmos zijn plaats heeft, heeft in de menselijke samenleving iedereen recht op zijn eigen plaats en op zijn eigen inbreng. Regen en droog weer completeren samen de natuur. Zoals de zon de nacht er niet bij kan nemen en de maan niet de dag, zo kan in een samenleving vijftig plus één niet alles te zeggen hebben.

Iedereen moet kunnen meepraten onder leiding van het dorpshoofd, later de president van de republiek, en zich kunnen vinden in het gemeenschappelijk besluit. Zo moet, aldus Sukarno, de grondwet van Indonesië gebaseerd worden op de eigen cultuur.

Sukarno weet de diverse Indonesische richtingen hierop bijeen te brengen en wordt door zijn optreden de 'magiër van de eenheid'. Zijn gezag is gebaseerd op argumenten en op het vermogen het volk met zijn toespraken te boeien. Met zijn magisch-messiaanse optreden weet hij te appelleren aan de nationale cultuur.

Zijn prestige wordt nog versterkt als hij door de Nederlandse overheid wordt geïnterneerd. De Japanners weten dat zij in Indonesië zonder Sukarno niet veel kunnen bereiken.

De grondwet, die bij de uitroeping van de onafhankelijkheid op 17 augustus 1945 van kracht wordt, verwoordt de idealen van Sukarno en de zijnen uit de jaren dertig.

Veel Nederlanders in Indië hadden een collectief gevoel van superioriteit tegenover 'de inlander'. Dit superioriteitsgevoel van de blanken was de oorzaak (woorden als 'schuld' en 'verwijt' zijn niet juist, het was de tijdgeest) dat de Nederlandse leiders niet in staat waren de plaats van Sukarno en zijn geestverwanten in de ogen van hun volk, juist te beoordelen. Door hun superioriteitsgevoel konden Europeanen de inlander niet voldoende serieus nemen. Daardoor kwamen ook Nederlandse politici in die jaren tot een beleid, dat wij achteraf onjuist vinden.

Als Nederland meer oog had gehad voor de positie van Sukarno en zijn prestige onder de bevolking dan was het in 1945 wellicht niet nodig geweest veel militairen naar Indonesië te sturen, laat staan politionele acties te verordenen. Men zou hebben kunnen volstaan met militaire ondersteuning ter bescherming van Nederlandse bezittingen en van Nederlandse staatsburgers die komend uit de Jappenkampen er allerberoerdst aan toe waren.

Sukarno bleek in 1945 voor de Nederlandse regering als gesprekspartner niet aanvaardbaar. Sukarno's optreden en de aan de eigen cultuur gebonden grondwet konden onze goedkeuring niet wegdragen. Uit tactische overwegingen schoven Indonesiërs toen andere leiders naar voren en voerden inderhaast een grondwet naar westerse snit in. Toen dit in Nederlandse ogen toch onvoldoende was, volgde de politionele acties. Maar uiteindelijk werd in 1949 de soevereiniteit overgedragen.

HET westerse bestuursstelsel functioneerde in het onafhankelijke Indonesië niet. De in 1955 gekozen constituante, die met een westers systeem van vergaderen en beslissen een nieuwe grondwet moet samenstellen, kwam in vier jaar tijd niet verder dan overeenstemming over de nationale vlag en het nationale volkslied. Sukarno ontbond in 1959 de constituante en voerde de grondwet van 17 augustus 1945 weer in.

Sukarno heeft de tijd genomen. En hij heeft gelijk gekregen. Tot op de dag van vandaag functioneert in Indonesië zijn grondwet.

Ook in het onafhankelijke Indonesië blijft Sukarno dus het symbool van de eenheid. Iedereen geeft toe dat de archipel, door Nederland weliswaar met militaire macht bijeengebracht, door Sukarno bijeen gebleven is. Zijn optreden en vooral ook door het forceren van de massificatie van het onderwijs - en daarmee van de Indonesische taal - hebben Indonesië bijeen gehouden. Waar in Afrika of Azië (buiten Japan) heeft een zo eindeloos uitgestrekt land één nationale taal?

Natuurlijk weten wij allen dat Sukarno's optreden tijdens de Japanse tijd en in de laatste jaren van zijn bewind omstreden is; ook onder zijn landgenoten. Hij groeide uit tot een fantast en ging zich te buiten aan politieke avonturen die veel leed veroorzaakten en zijn land op de rand van de afgrond brachten.

Toch blijft hij de 'vader des vaderlands' en wel precies om die reden, die op zijn graf staat vermeld: 'Sukarno, de tong van het Indonesische volk'. Hij heeft als leider van het volk van 1926 tot 1959, ruim dertig jaar de gevoelens van het volk verwoord en het land een eigen identiteit gegeven gebaseerd op de eigen cultuur.

Christenen hebben de taak om vergeving en verzoening te verkondigen en te praktizeren. Niet alleen in de persoonlijke sfeer, maar ook in de relaties tussen volken. Goede historische argumenten kunnen er bij helpen om die stap te zetten en het teken te stellen.

Vandaar dat ik bepleit dat, als dit nu al haalbaar is, Nederland op een of andere manier alsnog erkent, dat de leiders van ons land zich in hun beleid tegenover de Sukarno van de jaren 1926-1949 hebben vergist. Dus ook wat betreft hun bevel om na 1945 tot politionele acties over te gaan.

Men kan in deze over de oorzaak van veel ellende spreken zonder het woord schuld te gebruiken. Ik heb het in dit verband bovendien over degenen die het bevel tot de politionele acties gaven, niet over de soldaten die dat bevel uitvoerden.

DAT de oorzaak van veel leed aan Nederlandse kant lag, kan worden erkend door een teken, over zijn graf heen, naar degene die door zijn optreden vanaf 1926 meer dan dertig jaar de strijd naar onafhankelijkheid en de strijd om nationale identiteit geleid heeft, tot hij in 1959 zijn gelijk kreeg.

Wij kunnen niet om de historische betekenis van Sukarno heen.

M.P.M. Muskens is bisschop van Breda. Hij was zeven jaar werkzaam in Indonesië en promoveerde op de studie 'Indonesië, een strijd om nationale identiteit' (1969). Hij schreef daarnaast de geschiedenis van de katholieke kerk in Indonesië.

Meer over