Wiener Blut

De een verraadt de rock 'n' roll, de ander zijn Joodse collega

PETER BUWALDA

n', vroeg een vriend, 'heb je dit jaar nog goeie bandjes ontdekt?' Qua popkennis is hij de gelijke van Leo Blokhuis, qua haarinplant zelfs zijn meerdere, de jongen heeft jaloersmakend potente haarwortels die na zijn dood de werkzaamheden waarschijnlijk zullen voortzetten, wat kan leiden tot opmerkelijke kastanjebruine gewassen onder de grond.

'Ja', zei ik, 'Haydn.'

Alsof ik hem een merk handgerolde sigaren aanprees, zo keek mijn vriend, waarna hij geitig begon te lachen, was er misschien een Oostenrijks punkbandje dat zo heette? De Haydns?

'Nee,' zei ik, 'Haydn. Strijkkwartetten opus 76, die moet je hebben. En natuurlijk de late pianosonates. Alsof ze vanochtend geplukt zijn. Joseph Haydn.'

'Ik geeft het door aan m'n pa', zei hij.

Sinds ik me als een jehova tot de klassieke muziek heb bekeerd, dat wil zeggen, sinds ik zo ongeveer geloof dat Ludwig van Beethoven mij en de andere Vrienden van het Concertgebouw komt ophalen met een vliegende schotel, datum volgt, verlopen onze gesprekken hoekig. Mijn vriend voelt zich een beetje verraden, denk ik. Als pubers ontdekten we op zijn zolderkamer Chuck Berry, en Led Zeppelin, en Little Feat, en Sly Stone, en wie niet eigenlijk. Wanneer we beneden met een roze koek bijkwamen van al onze ontdekkingen, zat daar aan de overkant van de generatiekloof zijn vader, een gepantoffelde meneer boven een cryptogram, met dwars op zijn scheiding een hoofdtelefoon waaruit Bach klonk, of Mozart - of Haydn dus.

Met Nieuwjaar verdwenen we klokslag twaalf uur naar boven, hij bij zijn ouders, ik bij de mijne, en terwijl buiten het vuurwerk losbarstte, luisterden wij naar Hey Joe, en hard ook, en het jaar erop naar Gimme Shelter, zo doen toekomstige popprofessors dat.

Zo bezien is het wel verraad ja, dat ik komende jaarwisseling ga zitten kijken naar het Nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker, een spektakel dat live wordt uitgezonden in zeventig landen, en waarmee de klassieke muziek allerminst een dienst wordt bewezen, het is Johann Strauss I vóór en Johann Strauss II na, en nóg een polka, en nóg een waltz, en een zaal vol klappende krulsnorren waarvan niet duidelijk is of ze gediend hebben, u weet welke oorlog ik bedoel, terwijl thuis op de bank zelfs André Rieu geeuwend naar Theo Maassen zapt.

Toch moet ik het zien, en wel hierom. Afgelopen maandag stond in deze krant dat de Wiener impopulaire maatregelen heeft moeten nemen, er moesten ereleden worden geroyeerd - nooit leuk. Zes nazikopstukken. Onder de pechvogels Seyss-Inquart, Hitlers onderkoning in Nederland, en Baldur von Schirach, chef van de Hitlerjugend en verantwoordelijk voor 185 duizend gedeporteerde Weense Joden. Ook kwam uit de doofpot dat het orkest na de anschluss zonder morren afscheid nam van dertien Joodse muzikanten. Vijf werden er vergast. Geen van deze oud-collega's ontving versierselen. Maar toen die Von Schirach in 1966 vrijkwam, kreeg hij de zijne gewoon weer terug.

Ik vraag Wiener Blut aan - kan dat?

Misschien bij Daniel Barenboim. Het orkest heeft deze 'wereldbefaamde meesterpianist' zover gekregen om dit jaar 'de baton te voeren' (een Willem Duysje). Barenboim is Jood -weten ze dat daar? Hij loopt niet alleen krom van de Grammy's, hij ontving ook vredesprijzen. Barenboim spreekt zich al jaren uit tegen de bezetting van Palestijnse gebieden. Zou hij de nieuwtjes al hebben vernomen?É

undefined

Meer over