Wielrennen is religie in Bretagne

De belangrijkste wielerkoers ter wereld trok zondag langs de noordkust van Bretagne en de bewoners van de meest wielergekke provincie ter wereld verdrongen zich langs het parkoers....

Van onze verslaggever

Wybren de Boer

LANNION

Elk jaar nog komt hij zijn naam meermalen tegen, niet alleen in de kranten, maar ook op de asfaltwegen waarover de Tour-karavaan trekt. 'En dat is prachtig. Dat bewijst dat je iets voor het publiek hebt betekent. Natuurlijk ben ik daar trots op, zou u dat niet zijn?' Of hij vandaag zijn naam nog ergens gekalkt heeft zien staan? 'Mais bien sur, we zijn hier in Bretagne.'

Hij is geboren in Yffiniac, waar hij als vanzelfsprekend op jonge leeftijd de racefiets verkoos boven de voetbalschoenen. 'Beide zijn populair, maar toch is er een groot verschil. Voetbal is sport, wielrennen is religie. Wielrennen maakt een belangrijk deel uit van de geschiedenis van Bretagne.'

Jean Bobet, redacteur van Ouest France, beaamt dat. Daags voor de start van de 82ste Tour de France publiceerde zijn krant een speciale editie met als thema 'Een eeuw wielrennen in Bretagne'.

Exact honderd jaar geleden werd de Federation de Cyclisme Bretagne opgericht en in hetzelfde jaar won de achttienjarige Ludovic Morin de Grand Prix van Parijs, destijds de hoogst gewaardeerde wielerkoers in Frankrijk.

Bobet: 'In geen enkele andere provincie van het land worden zoveel koersen georganiseerd als hier. Elke dorpje heeft z'n eigen wedstrijd, anders tel je niet mee. Sommige amateurwedstrijden trekken meer dan tienduizend toeschouwers.'

Aan wielerclubs is evenmin gebrek. Bijna driehonderd verenigingen telt Bretagne, samen goed voor ruim vijfduizend licentiehouders. De grootste talenten verzamelen zich op de Ecole de cyclisme Louison Bobet in Rennes.

De wielerschool werd genoemd naar de legendarische renner die als eerste driemaal op rij de Ronde van Frankrijk wist te winnen (tussen 1953 en 1955) en in het tussenliggende jaar bovendien wereldkampioen op de weg werd. Hinault bezocht niet de school van zijn illustere streekgenoot. 'Als jeugdrenner ben ik wel een keer door die club gevraagd, maar ik bleef liever bij mijn eigen vereniging in Yffiniac.'

Bovendien spiegelde Hinault zich aan Eddy Merckx en daarin slaagde hij niet alleen als wielrenner. Ook met zijn grillige gedrag vertoonde de Breton grote overeenkomsten met zijn Belgische idool.

Nors en nukkig heette hij te zijn, maar zelf omschrijft Hinault zich liever als een een typische Bretonse renner. 'Moedig en bereid om alles te doen om te winnen. Die renners uit andere delen van Frankrijk hebben dat niet, die klagen eerder. Of het is te warm, of te koud, of hun benen deden zeer.'

'De renners uit Bretagne lijken op Nederlanders en Belgen, hun mentaliteit is beter. Spanjaarden en Italianen en zuid-Fransen kunnen wel fietsen, maar ze zijn gemakzuchtig. Vandaag niet gewonnen? Jammer, morgen is er weer een dag. Daar houd een Breton niet van. Die wil vandaag èn morgen winnen.'

Nog maar zelden kruipt hij op de fiets, want zakelijke beslommeringen leggen tegenwoordig een zwaar beslag op de vijfvoudige Tourwinnaar. Hinault drijft een boerderij, is vier maanden per jaar druk met de voorbereidingen van de Tour en runt daarnaast een groothandel in grondstoffen voor bakkerijen.

Alleen in juli is hij voor zijn personeel onbereikbaar. Dan hijst hij zich dagelijks in de groene blazer die Tour-officials dragen en treedt op als gastheer voor genodigden die zich graag door Hinault de ins en outs van het cyclisme laten vertellen. Filmster Gérard Depardieu zat al een keer naast hem, de huidige president Chirac was ooit zijn reisgenoot en zondag was hij wezen toeren met de directeur van de Fiat-fabrieken in Frankrijk.

Of we wel willen noteren dat zijn functie niet inhoudsloos is. In de maanden vooraf levert Hinault wel degelijk een wezenlijke bijdrage aan het Franse wielerspektakel. 'Ik ben er de man niet naar om alleen maar voor de show mee te rijden. Als oud-coureur weet ik precies wat voor parkoers je moet uitzetten om een interessante wedstrijd te krijgen en daarvoor ben ik ook aangetrokken. '

Het traject dat deze zomer is uitgezet tussen Saint-Brieuc en Parijs krijgt van hem het predikaat 'zeer interessant'. Het venijn zegt Hinault zit dit keer niet alleen in de bergen, maar ook in de eerste week. 'Daarin lieten vroeger de klassementsrenners zich niet zien. Daarin wilden we verandering brengen.

'Let op de zevende etappe, zaterdag, die voert voor een groot deel over het parkoers van Luik-Bastenaken-Luik. Daar kunnen de grote renners zich niet verschuilen, die moeten nu ook in de eerste week voluit rijden. Dat is een etappe voor Rominger, denk ik.'

Morgen verlaat de karavaan Bretagne, maar de renners keren in augustus en september steevast terug naar de wielergekke provincie. Wanneer de truien in Parijs verdeeld zijn en de renners in talloze criteriums hun portemonnee mogen spekken, rammelen de Bretonse dorpjes het hardst met de buidel.

Beroemd zijn de rondjes om de kerk van Callac en Chateaulin. In eerstgenoemde plaats staan elk jaar in augustus ruim vijftigduizend mensen langs de dranghekken, terwijl een maand later in Chateaulin traditiegetrouw meer dan 100 duizend toeschouwers het parkoers omzomen. 'Dat wordt als de afsluiting van het wielerseizoen beschouwd. Het is een belevenis om daar te fietsen', aldus Hinault. Hij heeft er, uiteraard, een keer gewonnen.

Meer over