Wiegel-management

Andriessen trad af omdat Wiegel hem als een baksteen liet vallen. Alleen al dit kiezen voor de weg van de minste weerstand diskwalificeert Wiegel als potentiële premier....

Als het aan de afdelingsbestuurders van de VVD ligt, wordtniet Jozias van Aartsen, maar Hans Wiegel de lijsttrekker van departij bij de Kamerverkiezingen van volgend jaar. Het kader vande VVD maakt zich zorgen. De liberale partij doet het niet goedin de peilingen. Van Aartsen, tot nu toe de enige kandidaat voorhet lijsttrekkerschap, wordt niet als een stemmentrekker gezien.

Merkwaardigerwijs denkt de fractievoorzitter daar zelf net zoover. Want waarom zou hij anders een beroep doen op Hans Wiegelzich beschikbaar te stellen als kandidaat-premier?

De hele gang van zaken zegt veel over Van Aartsen en overWiegel, maar vooral over het amateuristische karakter van de VVDals partijorganisatie. Partijvoorzitter Jan van Zanen heeftduidelijk geen enkele greep op het proces. Terwijl hetorganiseren van een effectieve verkiezingscampagne toch zijnbelangrijkste taak is.

Niets duidt erop dat de VVD lessen heeft getrokken uit deverkiezingscampagne van 2002, toen de partij 14 zetels verloor.Op 12 januari van dat jaar, twee weken voor hetverkiezingscongres van de VVD, verraste Hans Wiegel vriend envijand met een interview in Vrij Nederland. Wiegel - 'ik heb eenzwak voor Pim' - brak een lans voor een kabinet van VVD, CDA enLeefbaar Nederland. Deze variant bestond tot dan toe alleen inhet hoofd van Fortuyn, de lijsttrekker van Leefbaar Nederland.Fortuyn verklaarde zich meteen bereid Wiegel als premier van ditdroomkabinet te dulden.

Wiegel kende voor één keer zijn plaats en hield de bootbeleefd af. Maar hij had wel slecht nieuws voor Hans Dijkstal,de aanvoerder van de VVD die zelf aspiraties voor hetpremierschap koesterde. Wiegel vond Gerrit Zalm, de succesvolleminister van Financiën, een betere opvolger van Kok. AlleenZalm, redeneerde Wiegel, kon van de VVD de grootste partij maken.

Wiegel is altijd tegen Paars, de samenwerking van de VVD metde PvdA en D66, geweest. Hij zag als één van de eersten dat dekiezer op Paars was uitgekeken. Dijkstal en Zalm mikten op datmoment nog op een derde paarse regering. Een kabinet van VVD ende oppositiepartijen CDA en Leefbaar Nederland hield eenveroordeling van Paars in, waarmee de VVD in een spagaat terechtzou komen.

De interventie van het erelid uit Diever had geen resultaat.Hans Dijkstal, die niets van Fortuyn of zijn programma wildeweten, werd lijsttrekker. Op het congres zelf bleek al dat hijtegen die taak niet was opgewassen. In plaats van een vlammendbetoog, in elkaar gezet door professionele tekstschrijvers, improviseerde de lijsttrekker een lauw verhaal over fatsoen,respect en individuele vrijheid. De VVD maakte een duikvlucht inde peilingen en de LPF won de verkiezingen.

Wat de VVD uit dit debacle moet leren, is in de eerste plaatsWiegel-management en in de tweede plaats het professionaliserenvan de verkiezingscampagne. Het eerste is misschien nog eengroter probleem dat het tweede.

Wiegel is erelid van de VVD, omdat hij de partij groot heeftgemaakt. Van een club losjes georganiseerde patriciërs maakteWiegel de VVD tot een volkspartij waarin kleine zelfstandigen enhardwerkende werknemers zich prima thuisvoelen. Het voeren vantelevisiedebatten, het toespreken van zalen, het bespelen van demedia: Hans Wiegel is er een grootmeester in. Hij koestert eenintieme liefdesrelatie met De Telegraaf, die elke scheet uitDiever pardoes op de voorpagina zet.

Als vice-premier was Wiegel geen succes. De voornaamsteverdienste van het kabinet Van Agt-Wiegel (1977-1981) was dat hetde rit uitzat. De staatsfinanciën liepen zodanig uit de hand datminister van Financiën Andriessen (CDA) aan de noodrem moesttrekken. Andriessen trad af, omdat Wiegel en Van Agt hem als eenbaksteen lieten vallen. Alleen al dit kiezen voor de weg van deminste weerstand diskwalificeert Wiegel als potentiële premier.

In de vijfentwintig jaar na zijn afscheid uit de frontlinieis Wiegel altijd ambivalent geweest. Enerzijds genoot hij van eencomfortabel bestaan in weinig van hem eisende baantjes alscommissaris van de Koningin in Friesland of voorzitter van dezorgverzekeraars. Anderzijds kon hij zijn verslaving aan hetpolitieke spel nooit overwinnen.

Het erelid heeft een ego in de grotere herenmaten. Hij isbovendien volstrekt onafhankelijk en schept er behagen in zijnopvolgers als partijleider voor de voeten te lopen metongevraagde adviezen, afwijkende standpunten en dissidentstemgedrag. Als senator veroorzaakte Wiegel in 1999 zelfs eenbreuk in het tweede paarse kabinet. Hij bracht de beslissendestem uit tegen een grondwetswijziging die het referendum mogelijkmoest maken. Behalve Frits Bolkestein, die de VVD in de jarennegentig van 22 naar 38 zetels leidde, kon niemand Wiegel in dehand houden.

Toch is dat wat moet gebeuren, desnoods door Van Zanen, VanAartsen en andere kopstukken gezamenlijk. Zij moeten zichrealiseren dat een professionele verkiezingscampagne eenduidigmoet zijn. De VVD moet een tot de verbeelding sprekendelijsttrekker naar voren schuiven. De beste manier om dat te doen,is een competitie tussen een aantal kandidaten, waarbij de ledenhet laatste woord hebben. Degene die wint, of dat nu Van Aartsen,Kamp, Verdonk, Hirsi Ali, Rutte of Wiegel is, heeft dan eenijzersterk mandaat van de partij en kan met een gerust hart destrijd met Bos en Balkenende aangaan.

Meer over