Column

Wie zijn de supervoorspellers?

Wie op een willekeurig programma als Eén Vandaag of Nieuwsuur een deskundige een mening hoort spuien, kan zich troosten met de gedachte dat die het ook niet echt weet.

Is dit de nieuwe supervoorspeller? Beeld ANP
Is dit de nieuwe supervoorspeller?Beeld ANP

Sterker nog: meestal weet hij of zij zelfs minder goed hoe het afloopt met de Syriëcrisis dan de timmerman, verpleger of leraar die er thuis voor de buis naar kijkt en luistert. Kennis is ballast bij het voorspellen van de toekomst.

Dat heeft de economie allang bewezen. De complete Fabeltjeskrant heeft de mens al voor aap gezet in de kunst van het voorspellen van beurskoersen. Of het nu analisten, trendwatchers, goeroes of andere futurologen zijn - ze doen het nauwelijks beter dan een dier. Vaak slechter.

In de jaren tachtig en negentig hield The Wall Street Journal een competitie tussen een pijltjes gooiende geblinddoekte chimpansee en beleggingsdeskundigen wie de beste resultaten op de beurs zou halen. De strijd eindigde onbeslist. Omdat een chimpansee mogelijk te hoog gegrepen was - we stammen er immers van af - werd vanaf 2000 met Jacko de gorilla een verdere voorganger als tegenstander van de mens geselecteerd. Het beest gooide geen pijltjes op een koersenpagina maar koos bananen die een beursfonds vertegenwoordigden. Hij won keer op keer.

Ook van de dolfijnen in tv-programma NOVA en de gup Vinni de vis (van de website belegger.nl) kon de mens niet winnen. De econoom Burton Malkiel, de bedenker van de chimpanseecompetitie, had er een simpele verklaring voor: de mens kampt met emotionele barrières - angst, hebzucht - die zijn glazen bol vervuilt. Daar hebben dieren geen last van.

In het deze maand verschenen boek Supervoorspellers beweert de Amerikaanse hoogleraar psychologie Philip Tetlock dat er wel degelijk mensen zijn die een dier de baas kunnen zijn. Maar dan moeten daarvoor gewone mensen van de straat worden gepikt in plaats van economen, politicologen of andere wetenschappers. Zij hebben minder vooringenomen standpunten over de richting van beurskoersen, de doorbraak van nieuwe trends en technologieën en geopolitieke ontwikkelingen.

Met dit onderzoek (naar meer dan 1 miljoen voorspellingen) toonde hij aan dat intelligente buitenstaanders betere resultaten boeken dan ingewijden. Het deel dat 30 procent beter voorspelt, noemt hij supervoorspellers. Uit een psychologische test bleken deze mensen gemiddeld zorgvuldiger, nieuwsgieriger, open van geest, vasthoudender, maar ook kritischer op zichzelf te zijn dan de anderen. Gewone mensen staan eerder open voor nieuwe informatie, luisteren beter naar de argumenten van anderen en durven sneller van standpunt te veranderen. Deskundigen zoeken toch vaak bevestiging van hun vooroordelen.

Wie wil weten hoe het echt zal gaan, kan dus beter bij de buurman aanbellen dan voor de buis blijven zitten. Het is ook nog goed voor de gemeenschapszin.

Reageren?
p.dewaard@volkskrant.nl

Meer over