Wie wil moorden, heeft ook sociale plichten

Naam, gezicht, stem en verblijfplaats moesten geheim blijven. Dit om het de drugskartels niet al te makkelijk te maken hun oud-collega op te sporen; 250 duizend dollar staat er op zijn hoofd. Maar verder was de man bereid om vrijuit te spreken over zijn twintig jaar ervaring als sicario - professioneel moordenaar te Juarez, Mexico.


Hij heeft eigenhandig enkele honderen mensen omgebracht, en de supervisie gehad over nog veel meer moorden en ontvoeringen', zegt de Italiaanse documentairemaker Gianfranco Rosi (van het bekroonde Below Sea Level uit 2008). Het onderwerp voor zijn op het IFFR vertoonde film El Sicario - Room 164 kreeg hij praktisch in de schoot geworpen. De notoire Amerikaanse misdaadjournalist Charles Bowden schreef een uitgebreid artikel over de sicario voor het tijdschrift Harper's Magazine en was bereid zijn contact te delen.


'Zonder hem was het onmogelijk geweest', erkent de filmmaker, op bezoek in Rotterdam. 'In Venetië, waar mijn film afgelopen najaar in wereldpremière ging, vroegen sommige mensen zich nog af of het geen fake-documentaire was. Bullshit, het is allemaal echt. Binnenkort krijgt El Sicario een Mexicaanse première op het grootste Spaanstalige festival ter wereld, dat van Guadalajara. Daar zien ze het verschil heus wel.'


Het meest huiveringwekkend aan zijn 80 minuten lange film, is de methodische, bijna zakelijke wijze waarop de sicario de misdaadpraktijken schetst - soms letterlijk, met viltstift op een schetsboek. Een college is het: hoe je een ontvoering plant, wat de beste verhoormethodes zijn, hoe totaal de corruptie is.


'Op de politieschool, waar deze man uitblonk en werd getraind door Amerikaanse FBI-agenten, worden de jongens al gescout en gerekruteerd door de drugsbendes. Mijn sicario leidde als politieofficier zo eerst jarenlang een dubbelleven, voor hij volledig in dienst van het kartel ging werken'.


Wie wil moorden voor een kartel, heeft ook rekening te houden met sociale plichten die gepaard gaan met de baan, legt de documentairemaker uit. 'Hij raakte in de problemen toen hij nee begon te zeggen tegen de drugs, drank en vrouwen die zijn meerderen hem aanboden. Hij had er genoeg van en dat vonden ze vreemd en verdacht: hoe kon je nou doden zonder jezelf te verdoven?' De veteraan-sicario werd gedegradeerd tot minderwaardig hulpje, wat hem uiteindelijk op de vlucht deed slaan. Inmiddels is de man Christen geworden, waar hij ook theatraal van getuigt aan het einde van de film. De regisseur: 'Ik geloof niet dat het hem om vergiffenis te doen is. Hij wil zijn ervaringen delen, wat op zich iets menselijks is. In zekere zin is hij ook trots op zijn voormalige werk. Hij beschouwt zichzelf als een professional. Op mensen die voor de lol moorden, of rommelig te werk gaan, kijkt hij neer.'


Alhoewel Rosi ook twee maanden filmde in Juarez en omgeving, en zo gruwelijk materiaal verzamelde op verse misdaadplekken, gebruikte hij uiteindelijk slechts beelden van de pratende sicario zelf. Die liet zich interviewen in de motelkamer waar hij vroeger regelmatig ontvoerde mensen vasthield, en martelde. Kamer 164. 'Het motel is rustig gelegen en kent tal van ontsnappingsroutes. Ik had zelf voor een andere locatie willen kiezen, maar moest me overgeven aan zijn wensen. Uiteindelijk maakt de eenheid van plaats de film juist zo krachtig. Beeldmateriaal van buiten zou afdoen aan die intensiteit.'


Momenteel werkt de sicario onder een andere identiteit als constructiemedewerker. Dat de man uiteindelijk nog eens herintreedt voor een concurrerend kartel, sluit de filmmaker niet uit. 'Hij leeft nu ondergedoken met vrouw en kind. Dat valt hem zwaar.'


Meer over