Wie wil er nu nog journalist worden?

Bij de kranten gaat het beroerd, de bladensector staat onder druk, bij de omroepen valt een stagnatie te verwachten. Toch worden in deze verder versplinterende markt steeds meer journalisten opgeleid....

In alle segmenten van de journalistiek (dag- en weekbladen, tijdschriften, televisie, radio) staat de werkgelegenheid onder druk. Zo er geen banen verdwijnen, zijn er wel vacaturestops of worden contracten niet verlengd.

Daar staat tegenover dat het aantal beginnende gediplomeerde journalisten stijgt, evenals het aantal opleidingsplaatsen. Naast de vier hbo-opleidingen (Utrecht, Zwolle, Ede en Tilburg) zijn er universitaire opleidingen in Groningen, Amsterdam en Rotterdam, en tientallen op journalistiek of communicatie georiënteerde opleidingen, van de Utrechtse schrijversschool via de Leidse Onderwijsinstellingen tot de cursus kerkredactie te Ede.

'Het heeft te maken met het sexy imago van alles wat met journalistiek en communicatie te maken heeft', denkt James McGonigal, redacteur bij de Geassocieerde Persdiensten (GPD) en lid van de commissie opleidingen van het Genootschap van Hoofdredacteuren.

Worden er te veel journalisten opgeleid? McGonigal maakt zich zorgen: 'Er waait een gure wind door de media, met name bij de kranten, en de werkgelegenheid komt straks nog meer onder druk te staan.' Secretaris Hans Verploeg van de journalistenvakbond NVJ deelt die mening. In afwachting van een binnenkort te maken inventarisatie van het aantal opleidingsplaatsen en de beschikbare werkgelegenheid, noemt hij het huidige aantal opleidingen voorlopig voorzichtig 'aan de forse kant', en de voorgenomen verdere uitbreidingen 'irreëel'. Paula van Schaveren, directeur van de School voor Journalistiek in Utrecht, is explicieter: 'Het is waanzin dat het aantal opleidingen uitbreidt in deze tijd van krapte op de arbeidsmarkt.'

Volgens Hans Verploeg omvat het beroepsveld zo'n twaalfduizend journalisten. Van hen zijn een kleine vijfduizend werkzaam bij dag- of weekblad. In de dagbladsector doet zich het grootste banenverlies voor; kranten verliezen abonnees door 'ontlezing' en advertenties door de ingezakte economie en de concurrentie van televisie. De saneringsmaatregelen betekenen het verlies van een kleine zevenhonderd banen tot het eind van dit jaar, dat is twintig procent van het totaal. Voorlopig zijn het oudere journalisten die met een regeling vertrekken, maar op termijn worden gedwongen ontslagen onvermijdelijk.

Bij de kranten gaat het dus beroerd, de bladensector staat onder druk, bij de omroepen valt volgens Verploeg een stagnatie te verwachten, kortom, het lijkt erop dat de instellingen van journalistiek onderwijs bezig zijn om moeilijkheden te vragen door bij elkaar jaarlijks een kleine zevenhonderd journalisten af te leveren.

Bij de hbo-opleidingen en aan de universiteiten is echter het tegendeel van matiging te bespeuren. Zo verhoogt de School voor Journalistiek in Utrecht, tegen de zin van Van Schaveren, het aantal eerstejaarsplaatsen komend studiejaar met enkele tientallen naar 360 - aanvankelijk zouden het er 400 worden - en wordt het doctoraalprogramma aan de Universiteit van Amsterdam uitgebreid met een richting radio- en televisiejournalistiek.

Zou het te maken kunnen hebben met het financieringssysteem in het hoger onderwijs, waar elke nieuwe inschrijving overheidsgeld oplevert? Ja, meent McGonigal: 'Door het financieringssysteem ontstaat druk om meer studenten te genereren.'

Dat financiële problemen de School voor Journalistiek in Utrecht ertoe brachten komend studiejaar het aantal plaatsen voor eerstejaars te verhogen, lijkt in het verlengde hiervan te liggen. Annelies Pauw, adjunct-directeur van de SvJ: 'Het systeem werkt inderdaad zo dat het toelaten van een groot aantal eerstejaars een makkelijke manier van geld verdienen is; 500 eerstejaars aannemen en er dan 300 wegsturen, zou veel geld opleveren. Echter: dat willen we niet. Uiteindelijk stel je je kwaliteit in de waagschaal.'

Maar waar moeten al die jongens en meisjes naartoe?, vraagt Yvonne Zonderop, adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant, zich af. Ze is voorzitter van de commissie opleidingen van het Genootschap van Hoofdredacteuren: 'Het aanbod is veel te groot. In het verleden was altijd elders wel groei als het bij de kranten slechter ging: regionale radio, commerciële televisie, vakbladen, maar dat is voorbij.'

Bij de opleidingen klinkt desondanks nog het onbekommerde geluid dat er altijd wel een baan te vinden is in de journalistiek, eventueel in daaraan verwante sectoren. Verploeg: 'De sector is beperkt in zijn opnamecapaciteit. Ik hoorde laatst iemand van de hogeschool in Zwolle zeggen dat hij zich geen zorgen maakte en dat zijn mensen wel ergens terechtkomen. Ik denk dat niet. Ik denk dat de verantwoordelijken zich eens achter de oren moeten krabben. Anders leiden ze op tot werkloze.'

Naast een werkgelegenheidsprobleem ziet Verploeg van de NVJ ook een vakinhoudelijk probleem ontstaan door de tegengestelde beweging van een ruim uitgevallen opleidingscapaciteit aan de ene kant, en een krimpende arbeidsmarkt, dus minder vraag, aan de andere kant: het oprukken van de schrijvende freelancer.

'Begin jaren tachtig en begin jaren negentig hebben we dat ook meegemaakt toen het minder ging bij de kranten. Je zag toen grote aantallen journalisten die geen werk konden vinden en die gingen freelancen. Vaak voor weinig geld, soms voor niets. Dat is niet goed voor het vak.'

Er doet zich nog een andere ontwikkeling voor. Bij vooral de landelijke kranten tekent zich een voorkeur af voor academisch geschoolde journalisten boven collega's met een hbo-diploma. De Postdoctorale Opleiding Journalistiek (PDOJ) in Rotterdam is door een aantal kranten in het leven geroepen uit onvrede over de kwaliteit van de hbo-opleidingen. Een commissie van de HBO-raad gaf drie jaar geleden steun aan die onvrede met de constatering dat een deel van de afgestudeerden aan de hbo-opleidingen het bij sollicitaties afleggen tegen academisch gevormde journalisten.

Ruim een jaar geleden kwam uit een peiling onder de leden van het Genootschap van Hoofdredacteuren naar voren dat de kwaliteit van stagiaires en afgestudeerden van de opleidingen journalistiek in veel gevallen achterblijft. De kritiek gold met name de hbo-opleidingen.

Een troost voor degenen die bij een krant willen gaan werken is dat het vak van dagbladjournalist voor de jongere generatie veel van zijn glans heeft verloren. De SvJ begon in 1966 als eerste journalistieke opleiding in Nederland en richtte zich jarenlang op de klassieke, schrijvende journalistiek. Sinds 1988 leidt de SvJ ook op in de richtingen tijdschrift, televisie en radio. Deze specialisaties kunnen eveneens aan de hbo-opleidingen in Zwolle, Tilburg en Ede worden gekozen.

In Utrecht heeft zich in de voorkeur van de studenten een verschuiving voorgedaan van de specialisatie dagblad naar de specialisaties tijdschrift en televisie. Ook elders gebeurt dat.

Frank van Vree, hoogleraar Journalistiek en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam, constateert dat zich de afgelopen twintig jaar een sterke differentiatie heeft voorgedaan op de journalistieke arbeidsmarkt: 'Er zijn in die periode bijvoorbeeld ontzettend veel tijdschriften gekomen die zich bewegen op het grensvlak van journalistiek en entertainment. Veel studenten van de hbo-opleidingen gaan daar naartoe.'

Volgens Van Vree kan eigenlijk niet meer worden gesproken van één journalistieke arbeidsmarkt. Aan de ene kant zijn er de nauwelijks of volstrekt niet onafhankelijke media gekomen, zoals gesponsorde magazines en commerciële zenders, aan de andere kant van het spectrum bevindt zich de serieuze journalistiek in dagbladen, opiniebladen en nieuws- en actualiteitenprogramma's op radio en televisie. Ertussen is een brede stroming ontstaan van televisieprogramma's als Man bijt Hond, RTL Boulevard en Lingo, en bladen als Marie Claire, Margriet, Flair en Yes: vermaak vermengd met informatie: infotainment.

'De arbeidsmarkt is complex geworden', aldus Van Vree. Zijn opleiding heeft het makkelijk, zegt hij, want die leidt gemotiveerde studenten op, die zich richten op de serieuze journalistiek, vooral de dagbladen. 'Maar wat moeten de hbo-opleidingen? Die hebben te maken met een onoverzienbare instroom van 17- of 18-jarige havo-scholieren die niet goed weten wat ze willen.' Om te voorkomen dat ze steeds minder grip krijgen op de voortgaande differentiatie in de arbeidsmarkt, is zijn suggestie dat ze gebruik moeten maken van die differentiatie, door zich te specialiseren in bepaalde richtingen: 'Ze kunnen verplegers opleiden tot specialistisch journalist voor een blad over de gezondheidszorg of een medische rubriek in een krant, ik noem maar wat.'

Aan de SvJ wordt al enigszins in die richting gedacht. Docent Peter Vasterman is bezig met een herstructurering van het onderwijs, die met ingang van het nieuwe studiejaar zijn beslag moet krijgen. 'Je kunt globaal van een tweedeling spreken: studenten die de klassieke journalistiek voor ogen hebben, met alles wat daar bijhoort: waakhondfunctie; onafhankelijkheid; betrouwbaarheid; en studenten die het meer om de inhoud gaat. Die willen een leuke werkkring en zijn minder journalistiek gemotiveerd.

SvJ-eerstejaarsbegeleider Dick van der Lugt zegt het ingetogen: 'Een behoorlijke groep is niet echt gefascineerd door het harde nieuws. Ze hebben meer met zachtere onderwerpen, lifestyle.' Voor hen is dan wellicht een werkkring weggelegd bij bladen als Golfwereld, Wining & Dining, bij autobladen, fietsbladen en wat dies meer zij, want die moeten ook elke keer weer gevuld worden.

'Een blad als Snowboard Magazine heeft in mijn perceptie heel weinig te maken met de klassieke journalistiek, hetzelfde geldt voor allerlei gesponsorde tv-programma's en ook voor bladen als Privé, maar er is een groep studenten die toch die kant op willen. Het beroepsveld wordt diffuser en de interesses van studenten veranderen. Daar moeten we in de opleiding aandacht aan besteden. Je krijgt dan wel een groot verschil tussen de student die een item voor RTL Boulevard kan produceren en de student die een achtergrondartikel kan schrijven voor NRC Handelsblad.'

Zo diffuus als het beroepsveld is geworden, zo diffuus is inmiddels ook de motivatie om journalistiek te gaan studeren. Van der Lugt: 'Studenten komen naar school met een heel vaag beroepsbeeld: journalistiek is televisie, en televisie is Paul Witteman. Dat ligt ook wel voor de hand, want dat is het enige zichtbare van de journalistiek. Hoe een dagbladjournalist te werk gaat, zie je niet.'

Tv-docent Hendrien van de Weert ziet de studenten afkomen op, inderdaad, de glitter en de glamour van televisie. 'Ze vinden het spannend. De keus voor een stageplaats varieert volgens haar per groep, soms is er veel belangstelling voor infotainment, soms minder, 'maar het programma moet van ons wel een journalistiek karakter dragen. Dat kan gaan van NOVA of Netwerk tot Man bijt Hond.' Of de SvJ ook wil opleiden voor een baan bij All you need is love, staat ter discussie.

Tijdschriftdocent Chris van der Heijden schetst een overeenkomstig beeld en signaleert daarnaast dat de docenten, die veelal uit de dagbladwereld komen, een heel andere taal spreken dan de studenten. 'Er is geen goede aansluiting. De studenten hebben een totaal andere manier van denken en zijn met een heel ander soort journalistiek bezig. Er zijn er wel die naar de opiniebladen willen, en ik stimuleer dat, maar ze willen ook naar Viva of de Waterkampioen of een blad over karten. Dat maakt de opleiding zo moeilijk.'

Piet Bakker, docent communicatiewetenschap aan de UvA, stelt dat de universitair geschoolde journalist een serieuze concurrent is van de gemotiveerde hbo'er die naar een landelijk dagblad of een opinieblad wil. 'Je ziet hetzelfde gebeuren als bij de kassa van de HEMA, waar de mavo-meisjes worden verdrongen door de havo-meisjes.'

Zo er al werk is te vinden bij die dagbladen. Maar Bakker ziet buiten die sector wel een enorme groei in wat hij noemt 'journalistieke randverschijnselen': communicatiebureaus, tekstbureaus, het maken van jaarverslagen, webmagazines, bedrijfsblaadjes, bladen van uitgeverijen, allerlei gratis bladen. 'Er wordt wat afgecommuniceerd in Nederland en overal zit een redactie achter. 'Soms is het ook gewoon administratief werk. Het overtikken van nieuwtjes van Max Factor of zoiets.'

De grenzen van wat journalistiek en niet-journalistiek werk is, zijn volgens Bakker aan het vervagen. Er ontstaan onduidelijke vormen van journalistiek. 'Televisieprogramma's als Kopspijkers, Breekijzer, Peter R. de Vries hebben allemaal een redactie. Of je zit op de redactie van een praatprogramma en je taak is het bellen van gasten om te vragen of ze met hun gezicht op de televisie willen, ze na afloop iets te drinken aanbieden en de reiskostenvergoeding te regelen. Is dat journalistiek werk?'

Wordt het tijd voor een herdefiniëring van wat een journalist is?

Bakker: 'De journalistiek is geen beschermd beroep, en we zien de gevolgen.'

Meer over