Reportage

Wie wil er nog wél een megadatacenter in z’n polder?

Blik op Eemshaven, het grijs gestreepte gebouw in het midden onder de rook van de RWE kolencentrale is het datacentrum van Google.  Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Blik op Eemshaven, het grijs gestreepte gebouw in het midden onder de rook van de RWE kolencentrale is het datacentrum van Google.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Na stormen van kritiek schuift Facebook het plan voor een megadatacenter in de Flevopolder op de lange baan. Het draagvlak voor de recent nog begeerde dataschuren van techreuzen is compleet verdwenen. Maar in de Noord-Groningse Eemshaven lopen bestuurders nog wel warm. Waarom zij wel?

Dylan van Bekkum en Jurre van den Berg

Halte 1066, ‘Datacenter’. De enorme serverhal van Google in de Eemshaven heeft zowaar een eigen bushalte. Met de lijnen 41, 45 en 160 van Qbuzz kunnen arbeidskrachten uit Uithuizermeeden, ’t Zandt en zelfs de stad Groningen hun weg vinden naar het pand waarvan alleen de letters van het bedrijf uit Californië kleurrijk zijn.

In 2014 werd de komst van de multinational naar de opgespoten industriehaven met veel superlatieven aangekondigd. ‘The cloud has landed’, jubelde een provinciebestuurder. ‘Silicon Valley aan de Eems’, kopte de NOS. Vriend en vijand waren het erover eens, dat de Eemshaven op de kaart was gezet en haar belofte eindelijk inloste: voorspoed brengen naar een streek waar het zelden vanzelf gaat.

Minister van Economische Zaken Henk Kamp – hij had vanwege de gaswinning in Groningen wat goed te maken – klom destijds voor het oog van de camera op een shovel van een grondverzetbedrijf uit het nabijgelegen Spijk. Om maar uit te stralen: dit gaat de regio flink wat werk opleveren.

De euforie rond de dataschuren van techreuzen is in korte tijd volledig verdwenen. Woensdag maakte Facebook-moederbedrijf Meta bekend de plannen voor een fel bekritiseerd datacenter van 166 hectare in een polder bij Zeewolde te pauzeren. Het besluit markeert het lokale ongenoegen in het Flevolandse dorp, dat uitmondde in een landelijke discussie over de (on)wenselijkheid van grote datacenters.

In 2014 waren ze nog sexy. Nu zegt verantwoordelijk minister Hugo de Jonge voor Ruimtelijke Ordening onomwonden: ‘Ik vind dat die hyperscale datacenters veel te veel energie vreten. Nederland is daar te klein voor.’

Bushalte 1066 'Datacenter' in de Eemshaven, met op de achtergrond de serverhal van Google. Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Bushalte 1066 'Datacenter' in de Eemshaven, met op de achtergrond de serverhal van Google.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

De voorstander

Onder dit gesternte is de Groningse provinciebestuurder Mirjam Wulfse (ruimtelijke ordening, VVD) een uitzondering. Zij spreekt zich nog wél openlijk uit over de voordelen van een datacenter in eigen contreien. ‘Mensen keren zich wel erg gemakkelijk tegen datacenters. Maar we hebben ze wel gewoon nodig. Voor de beste medische zorg, voor wetenschappelijk onderzoek en voor ons eigen gebruik. Ik zie niet snel dat mensen een paar apps van hun smartphone verwijderen.’

Ruimte is er bovendien genoeg in Noord-Groningen. De provincie heeft 50 miljoen euro uitgetrokken om 600 hectare landbouwgrond in de Oostpolder op te kopen om uitbreiding van de Eemshaven mogelijk te maken. Een datacenter is een serieuze optie.

Na de ‘affaire-Zeewolde’ besloot het kabinet in februari voorlopig geen nieuwe vergunningen meer te verlenen voor grote datacenters. Alleen voor Middenmeer (Noord-Holland) en de Eemshaven gelden uitzonderingen. Zij zijn als datacenterlocatie aangewezen in de Nationale Omgevingsvisie (Novi).

In Middenmeer gaat de ontwikkeling vooralsnog moeizaam. Microsoft begon er te bouwen zonder vergunning. Gemeente Hollands Kroon wil wel, maar de provincie Noord-Holland is kritisch. Vanwege de bestuurlijke onrust zag Google vorig jaar af van de bouw van drie datacenters in de polder.

In Groningen is de ontvangst een stuk hoffelijker. Google breidde in Eemshaven al twee keer flink uit en investeerde er in totaal 1,6 miljard euro. De gemeente Het Hogeland regelde een vergunning voor een eigen hoogspanningsleiding voor de zoekmachinegigant.

Ruimtelijke ordening was tot voor kort een zaak voor regionale en lokale overheden. Minister De Jonge wil landelijke regie gaan voeren. Wulfse sprak er deze week al over met hem. Haar boodschap: ‘De provincie Groningen gaat over de provincie Groningen. De Oostpolder wordt ontwikkeld voor grote ruimtevangers, daar kan een datacenter onderdeel van zijn.’

Wat levert het op?

Tot het tij keerde, rolde de Rijksoverheid via agentschap NFIA de oranje loper uit voor datacenters van mondiale ict-grootmachten. De Nederlandse omstandigheden zijn gunstig. Water voor het koelen van de servers is altijd nabij en koelen is in het milde zeeklimaat veel minder intensief nodig dan elders. De toegang tot (groene) windstroom is goed en stabiel, de belastingsvoorwaarden zijn voordelig en de netwerkverbindingen naar het buitenland snel.

Maar: wat staat daar tegenover?, is de vraag die steeds indringender klinkt.

De belofte aan Groningen in 2014 was: tijdelijk duizend bouwvakkers en 150 blijvende banen voor hoogopgeleiden. Door de uitbreidingen liep dat op tot 350 arbeidsplaatsen. Volgens Google werken er 470 mensen in het datacenter, waarvan ongeveer de helft uit expats bestaat. Daaronder vallen ook beveiligers en de catering.

Maar dat zijn cijfers van Google zelf. ‘We hebben ook geen statistieken om dat tot achter de komma vast te stellen’, zegt wethouder Eltjo Dijkhuis van de gemeente Het Hogeland in zijn werkkamer op het gemeentehuis in Winsum. Een rapport turfde vorig jaar nog 350 directe banen (behalve technici ook schoonmaak, catering en beveiliging) en jaarlijkse nog zo’n 1.500 indirecte banen. Maar dat onderzoek is door Google gefinancierd.

Bovendien: de 1.500 indirecte banen per jaar stammen uit de periode 2014-2017, toen vooral de bouw van het datacenter veel werk verschafte. Onder de hoede van een Engelse hoofdaannemer streek een mondiaal bouwvakkersgilde neer. Toch klampt wethouder Dijkhuis zich aan de werkgelegenheid vast. ‘Enkele honderden banen is voor dit gebied substantieel.’

De gemeentekas wordt ook niet slechter van een datacenter. De gemeente mag niet op bedrijfsniveau zeggen wat Google oplevert. ‘Maar vorig jaar hieven we bij bedrijven in de Eemshaven om en nabij 7 miljoen euro onroerendezaakbelasting, waarvan 1,8 miljoen vanwege uitbreiding van de haven’, aldus Dijkhuis. ‘Het staat niet voorop, maar het speelt wel een rol.’

Provinciebestuurder Wulfse benadrukt een ander positief neveneffect. ‘Als Google niet hier gekomen was, zou er voor de hele Eemshaven veel minder belangstelling zijn geweest’, zegt ze. ‘Ik ben zelf weleens mee geweest op een acquisitiereis. Bedrijven kijken simpelweg: waar hebben andere grote bedrijven zich recentelijk gevestigd? Google is een geweldig uithangbord.’

 De Oostpolder, de locatie die ontwikkeld wordt voor de komst van een mogelijk datacenter. Beeld Harry Cock / de Volkskrant
De Oostpolder, de locatie die ontwikkeld wordt voor de komst van een mogelijk datacenter.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Goed bewaard geheim

De binnenkant van Googles datacenter blijft een goed bewaard geheim. Journalisten zijn er niet welkom. Op het ROC Noorderpoort kunnen ict-studenten een speciaal keuzedeel datacenter it-techniek volgen. Maar op een aantal uitverkoren stagiaires per jaar na komt ook niemand van de opleiding binnen bij Google, zelfs de stagebegeleider niet. Student Thomas Berghuis (19) heeft een kennis die er werkt. ‘Maar die mag er helemaal niets over vertellen, daar heeft hij een verklaring voor moeten ondertekenen.’

Om die enkele stageplekken bij Google was het niettemin vechten op de mbo-opleiding netwerkbeheer, zegt Thomas. ‘Maar de eerste week mocht onze studiegenoot niets doen, in afwachting van goedkeuring vanuit Amerika. En daarna alleen simpele taakjes.’ Net als hij kozen ook studiegenoten Tjeerdjan Mulder en Roan Boomstra daarom bewust voor het veel kleinere datahotel in Zuidbroek. Ze krijgen er meer verantwoordelijkheid en denken meer te kunnen leren.

Stageplekken regelen bij Google was nog niet zo eenvoudig, zegt Maaike van Kessel, practor digitaal vakmanschap bij ROC Noorderpoort. ‘Dat waren ze in Amerika niet echt gewend.’ De contactpersonen bij Google met wie ze nu overlegt, zijn gestationeerd in Dublin en Zürich. ‘Je merkt aan alles dat het een multinational is.’

Maar toch: de keuzemodule datacenter-techniek was er zonder de komst van Google niet gekomen, zegt Van Kessel. Drie jaar geleden zag docent netwerkbeheer André Hertgers op een congres over datacenters in Amsterdam een sector opdoemen waarvoor nog helemaal niemand specifiek werd opgeleid.

In het kielzog van de zoekmachinegigant streken bovendien allerlei toeleveranciers in de regio neer, zegt Van Kessel. ‘Er wordt vaak geklaagd over het beperkte aantal banen in een datacenter. Maar om zo’n hyperscale ontstaat een heel ecosysteem van toeleveranciers, van koeltechniek tot hostingbedrijven en advertentieverkoop. Daarmee is Google goed voor Groningen.’

Maar de drie jongens hebben Google niet nodig om aan de bak te komen, erkent Hertgers. De krapte op de arbeidsmarkt is groot, zeker in de techniek- en ict-sector. Zo groot dat ze al tijdens hun studie benaderd worden voor allerlei mooie banen. De vraag is niet meer waar de arbeidsplekken te vinden, maar waar de vaklui om ze te vervullen.

De opstand in Zeewolde

In Zeewolde leidde de aangekondigde komst van het datacenter tot politieke opstand. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen waren de grootste tegenstanders de grote winnaars. In Groningen blijft zo’n revolte uit, vooralsnog. Het provinciebestuur stemde vorig jaar in met ontwikkeling van de Oostpolder – met een datacenter als optie.

‘Er is interesse vanuit die sector, is ons verteld’, zegt Bas de Boer van GroenLinks, de grootste partij in de Provinciale Staten. ‘Maar die invulling is voor ons geen uitgemaakte zaak. Wij zijn altijd kritisch geweest op hyperscale datacenters. De negatieve effecten zijn bekend, en voor ons staat niet vast dat er een noodzaak is. We werken aan een energietransitie, daar dragen datacenters niet aan bij. En wat ze opleveren is niet duidelijk.’

Tegelijkertijd zegt De Boer: ‘Wij zijn voor landelijke regie en tegen verdozing van het landschap en overal grote industrieterreinen. Datacenters zullen nodig zijn en de Eemshaven is een logische vestigingsplaats. Dat willen we afwegen.’

Tijdens de stembusgang in Het Hogeland speelde het onderwerp geen rol van betekenis. In geen enkel lokaal verkiezingsprogramma kwam het woord ‘datacenter’ voor. Ook Eltjo Dijkhuis houdt zich als wethouder en lijsttrekker van de grootste lokale partij Gemeentebelangen wat op de vlakte. ‘We willen dat gebied graag ontwikkelen. Maar het overleg met de omgeving moet dat uitwijzen. Een datacenter is een van de sectoren die wordt onderzocht.’

Het CDA, eveneens onderdeel van het gemeentebestuur, staat ‘bepaald niet te trappelen’, laat fractievoorzitter Kor Berghuis weten. ‘Het gebied moet er ook beter van worden en dat zien we bij een datacenter niet gebeuren. Daarnaast zou het merkwaardig zijn dat de opgewekte groene energie in het gebied van de windmolens en zonneparken één op één naar deze behoorlijke energieslurpers als de datacenters zou gaan. Wel de lasten maar niet de lusten, dat kan niet.’

Maar het college heeft vorig jaar ingestemd met het plan waarin een datacenter als een van de opties is genoemd, benadrukt Dijkhuis. Nu is dat geen garantie: Leefbaar Zeewolde was eerst ook voor en nu tegen. Misschien zijn partijen in Groningen standvastiger, oppert de wethouder. ‘En laten we wel wezen: het is al een industriegebied, geen maagdelijk aardappellandschap.’

Het opgeknapte speeltuintje in Oudeschip is het enig tastbare dat het dorp aan de komst van het datacentrum van Google heeft overgehouden. Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Het opgeknapte speeltuintje in Oudeschip is het enig tastbare dat het dorp aan de komst van het datacentrum van Google heeft overgehouden.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

De wipwap van Oudeschip

Op de bar van dorpshuis het Diggelschip liggen naast een aluminium schaal met broodjes naambordjes van ambtenaren en bestuurders. Aan de muur van het dorpshuis het Diggelschip hangen kaarten met wensen van bewoners: groene bufferzones, gewaarborgd woongenot en een gedroomde kanoroute.

In Oudeschip, het noordelijkste dorp van het Nederlandse vasteland, is deze zaterdag een informatiemarkt over de invulling van de Oostpolder, net aan de andere kant van de dijk. Het dorp praat er aan zogenoemde ‘gesprekstafels’ over mee, maar onder protest. De 120 inwoners zijn eigenlijk tegen de komst van nog meer industrie. ‘Het grote voordeel is dat je ze zo’n beetje allemaal kunt spreken’, zegt wethouder Dijkhuis, die ook naar Oudeschip is gekomen.

Bewoner Vita van der Lijke is er niet gerust op dat de wensen van de inwoners gehonoreerd worden. Zo wil het dorp graag hoge bomen om het industrieterrein heen. Maar in een milieurapport wordt dat afgeraden, omdat bomen vogels aantrekken die kunnen sneuvelen door de windmolens in de polder – die het dorp ook al niet wilde. ‘Wij zijn geen verdienmodel, slechts een klein dorpje.’

Over de bewonerswensen zijn garanties niet te geven, moeten Dijkhuis en Wulfse erkennen. Maar de provincie heeft de uitbreiding van de Eemshaven juist in eigen hand genomen om ook publieke belangen te kunnen behartigen.

Van de gelegenheid wordt gebruikgemaakt om de gerenoveerde speeltuin te openen, al moet het pas ingezaaide gras nog opkomen. ‘We zijn vanmiddag met de toekomst van Oudeschip bezig. En die toekomst staat hier’, wijst wethouder Dijkhuis op de kinderen die zich achter een lint verdringen.

De schommel en de wipwap in Oudeschip, betaald door Google.  Beeld Harry Cock / de Volkskrant
De schommel en de wipwap in Oudeschip, betaald door Google.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

‘Human power’ staat er op de nieuwe oranje wipwap. Net als de schommel is het speeltoestel betaald door Google. Bij beweging maken ze geluid, al hebben de kinderen van Oudeschip hun zinnen vooral gezet op een rood draaigevaarte.

Geen vertegenwoordigers van Google te bekennen, vanmiddag. Eén keer in vijf jaar tijd kwamen vertegenwoordigers van het bedrijf naar het dorpshuis om kennis te maken. Maar snel internet hebben ze in Oudeschip nog steeds niet, aldus internetondernemer René Diekstra. Lag daar niet een schone taak voor Google?

De peuter van Tim Veenstra is niet van de schommel af te slaan. Zijn dag kon toch al niet meer stuk: de gemeente en de provincie hebben een kraam met gratis ijs laten aanrukken.

‘Zoethoudertjes’, zegt Veenstra. Zelf werkte hij een blauwe maandag namens een lokaal grondverzetbedrijf op het terrein van Google, tijdens een van de uitbreidingen. Maar niet bepaald tot zijn plezier. Met zijn duim wrijft hij over wijs- en middelvinger. ‘Alles had haast, want tijd is geld en om geld draait alles daar.’

Dat het zes jaar heeft geduurd voor het dichtstbijzijnde dorp iets tastbaars aan de komst van Google overhoudt is wel wat karig, erkent gedeputeerde Wulfse. Maar Google doet al jaren wel heel veel voor mkb’ers in de provincie, zegt ze. ‘Gratis workshops websites bouwen bijvoorbeeld. Ik heb die zelf als goudsmid nog gevolgd.’

De steigerbouwer

Toch kan de band tussen bedrijven en hun directe omgeving beter, vindt Wulfse. Ze wil een model ontwikkelen om omwonenden meer te laten profiteren van economische ontwikkelingen. ‘Ik kom oorspronkelijk uit Eindhoven, mijn vader werkte bij Philips. Zo heb ik gezien hoe een bedrijf met de gemeenschap kan vergroeien.’

Google heeft vooralsnog ‘geen aankondigingen’ voor nieuwbouw in de Eemshaven, laat het bedrijf weten. Maar Jaap Kap, voorzitter van Dorpsbelangen Oudeschip, verwacht dat in de Oostpolder ‘nog zo’n doos’ komt, van Google of een ander bedrijf. ‘Ruimte, stroom, kabels, koelwater: alles is er al. Ze kennen hier de weg. En die uitzonderingspositie voor Eemshaven is er niet voor niets.’

Veel overlast verwacht hij er niet van. Maar het voelt toch wrang, zegt Kap, die ook bestuurslid is van de lokale energiecoöperatie. Terwijl het verduurzamen van de huizen in het dorp moeizaam verloopt, wordt de groene stroom uit de windmolens die Oudeschip het zicht ontnemen straks zo ingeleverd bij een multinational die er goede sier mee maakt.

En veel heeft de komst van Google het dorp niet opgeleverd. Kap kent naast Veenstra nog één dorpsgenoot die er werkte, een steigerbouwer. Maar ook die is alweer ergens anders aan de slag.

‘De vestiging van zo’n groot bedrijf is vooral goed voor de provincie en de gemeente’, denkt Kap. ‘Die vangt er flink wat onroerendezaakbelasting voor. Als we daar als inwoners van zouden mee profiteren, was het tot daar aan toe. Maar de gemeentelijke afvalstoffenheffing is vorig jaar nog flink verhoogd.’

En een bushalte, zoals het datacenter? Die heeft Oudeschip al jaren niet meer.

Meer over