Wie verlost Nederland?

Nederlandse vrouwen moeten 'natuurlijk' zwanger zijn en bevallen. Maar nu blijkt dat hier meer kinderen doodgaan dan in de buurlanden....

'God zij dank wordt hij nog geboren voor we teruggaan naar Nederland.'

Dat was een van de eerste gedachten die bij mij opkwam toen ik merkte dat ik voor de derde keer zwanger was.

Want ik heb mijn eerste kind in Amsterdam gekregen en mijn tweede in Berlijn: het verschil is hemelsbreed.

In Nederland ging ik na de zwangerschapstest naar de huisarts. Die feliciteerde me van harte, en deed verder niets. Na twaalf weken mocht ik naar de vroedvrouw. Ze mat mijn bloeddruk en gaf wat oudbakken tips tegen misselijkheid. Ik wilde een echo. Onder vriendinnen ging de tip rond: dan moet je zeggen dat je niet meer weet wanneer je voor het laatst ongesteld was. Zo kreeg ik mijn eerste en enige echo met een leugentje om bestwil. De vroedvrouw zei er wel bij dat je beter géén echo kon laten maken, omdat je het kindje er mee stoorde.

In Duitsland wordt de zwangerschap begeleid door een gynaecoloog. In de zevende week belde ik op om eens te vragen over hoeveel weken ik mij moest melden. 'En dan belt u nú pas? Komt U morgenochtend meteen maar', zei de assistente verontrust. Ik kwam, en er voltrok zich een keur aan medische handelingen waar ik nog nooit van had gehoord. Ik werd onderzocht op schimmels, streptokokken, toxoplasmose, er werden uitstrijkjes gemaakt, bloed-en urinetests. Bij de vroedvrouw in Amsterdam had ik de hele zwangerschap lang mijn broek niet eens uit hoeven trekken, dus ik vroeg de gyneacoloog: 'Is dit nu allemaal nodig? In Nederland doen ze dat allemaal niet.' 'In Duitsland nemen we liever het zekere voor het onzekere', zei ze. Er werd meteen een echo gemaakt. 'Gewoon, even kijken of alles goed is. Of u echt zwanger bent, of het er een of twee zijn, en of het geen buitenbaarmoederlijke zwangerschap is, of u cystes heeft.'

Het was de eerste van een lange reeks. Elke praktijk heeft een echomachine. En met twaalf en twintig weken ga je naar de specialist, die op een groot scherm elk hartklepje bekijkt en teentjes telt. Is er iets vreemds te zien? Onmiddellijk krijg je een gesprek met een geneticus, die uitlegt wat er mis kan zijn, aansluitend desgewenst een vlokkentest of vruchtwaterpunctie. In de laatste maand elke week een electrocardiogram van het kindje. Als je over de uitgerekende datum loopt: elke twee dagen een ECG, en een echo om te kijken of de placenta nog wel functioneert. Zo gewoon is uitgebreid prenataal onderzoek in Duitsland, dat iedereen bij het eerste teken van een buikje vraagt: En? wat wordt het? Leuk! Hoe gaat-ie heten?

Bij de gezellige voorbereidingsavond in Amsterdam voor paren die hun eerste kind verwachten kregen we een video te zien van een romantische en uiterst geslaagde thuisbevalling met zachte sfeerverlichting. Aan het einde vertoonden de vroedvrouwen bij wijze van schril contrast akelige dia's van vrouwen die in het ziekenhuis onder de tl-balken moesten bevallen, omgeven door enge snoeren, bliepende machines en infuzen. Het commentaar was medelijdend, of het hier om een beklagenswaardige enkeling ging. Na afloop wilde een vroedvrouw wel onder vier ogen toegeven dat de helft van de eerste bevallingen in het ziekenhuis eindigt. Maar toen ik zei dat ik hoe dan ook in het ziekenhuis wou bevallen, vroeg ze streng: waarom?

In het ziekenhuis, zo werd me steeds voorgehouden, zou de bevalling 'onnodig gemedicaliseerd' worden. De weeën zouden het kunnen laten afweten als je in een 'onnatuurlijke omgeving' terecht komt. Vrouwen krijgen er de kans niet 'het op eigen kracht te doen', met pijnbestrijding en andere 'overbodige ingrepen' als resultaat. Je wilt er toch zeker trots op kunnen zijn dat je het helemaal zelf hebt gedaan?

Ook Duitse vrouwen krijgen met een vroedvrouw te maken. Vóór de bevalling geeft ze tips, na de bevalling controleert ze twee weken lang moeder en kind, helpt bij problemen met borstvoeding en postnatale kwaaltjes. Je kunt haar ook meenemen naar het ziekenhuis als je gaat bevallen. De arts houdt zich dan afzijdig, tot ingrijpen noodzakelijk is. Maar thuis bevallen is onverantwoordelijk, vinden de Duitse artsen en vroedvrouwen. Als je het per se wilt kan het wel, maar dan moet je op zoek in de krochten van het alternatieve circuit. 'Ik ken via via nog wel iemand die dat misschien doet', zei mijn vroedvrouw, op een samenzweerderige toon alsof haar om een adresje voor cocaine gevraagd werd.

Mijn Duitse vriendinnen moeten er niet aan denken: al dat bloed in je bed, en de kinderen die om je heen draaien. De telefoon gaat, of de bel. Waarom zou je zoiets willen? Gunnen de stoere Nederlandse vrouwen zich zelfs bij een bevalling niet een beetje rust en gemak? En bovendien: als er nou wat mis gaat? Een kennis wist wel hoe het in Nederland gaat: 'Jullie hebben toch bij elke thuisbevalling een ambulance die voor de deur staat te wachten?'

'Als je in Duitsland in een ziekenhuis komt, dan zie je een legbatterij', had Nederlands oppervroedvrouw Beatrijs Smulders in 2000 in een interview met de Volkskrant gezegd. 'Die vrouwen zijn totaal ondergeschikt gemaakt aan de ziekenhuiscultuur.' Nou, dat viel reuze mee. In het Berlijnse ziekenhuis had ik een gezellige kamer voor mezelf, met zacht licht en een keur aan bevallingsattributen: een bad, aromatische oliën, kaarsen wierook en een cdspeler met zweefmuziek. Een roma-rad, een baarstoel, een touw met knoop om in barensnood aan te hangen. Een lieve vroedvrouw, die af en toe kwam kijken of het goed ging en me verder met rust liet. En een arts, die alleen af en toe de hartslag van het kind in de gaten hield.

Toen de pijn te erg werd vroeg ik om een ruggenprik. Ik kreeg er een die ik zelf kon doseren met een pompje. Ik voelde de weeën nog wel, maar de gruwelijke pijn was weg. Ik was niet aan het bed gekluisterd. Integendeel, de vroedvrouw stuurde me het nabijgelegen park in om een eindje te lopen en zo de persweeën op gang te brengen. Mijn zoontje werd vlot geboren, ik keek mee in de spiegel die de vroedvrouw mij voor hield.

Een paar uur later mochten we naar huis. Ik voelde me fit, want ik had niet veel pijn gehad. Ik had me veilig en op mijn gemak gevoeld. De ziekenhuisomgeving bleek alternatieve opvattingen en ontspanningsmethoden niet in de weg te staan. Met een legbatterij had het niets te maken. En dit was geen dure privé-kliniek, maar een voor iedereen toegankelijk ziekenhuis. Trouwens: al was het een legbatterij geweest, dan had ik dit nog liever dan thuis bevallen. Wat maakt het uit, een paar uurtjes in een steriele omgeving, als je weet dat je daar de beste kansen hebt om veilig te bevallen? Je kunt je hele leven nog bij kaarslicht in je eigen bed liggen.

'Het is nu genoegzaam bekend: het Nederlandse systeem is gewoon het veiligste. Op alle fronten', zei Beatrijs Smulders nog in 2000. Wat er ook in te brengen viel tegen de Nederlandse thuisbevallings-propagandisten, ze hadden altijd het laatste woord: Nederland heeft de laagste kindersterftecijfers ter wereld. Daar had iedereen ontzag voor, zowel vriend als vijand van de 'natuurlijke' zwangerschap en bevalling. Van die laatsten kwamen er de laatste jaren steeds meer, ondanks het evangelie van Smulders en haar bijbel 'veilig bevallen'. Steeds vaken hoor je Nederlanders schimpen op de 'vroedvrouwenmaffia'.Volgens Smulders brengt de pijn de bevallende vrouw een extatische roes die mogelijk een betere band met het kind geeft. Maar wie gelooft nog in deze semi-religieuze verheerlijking van pijn? Houden de Franse en Duitse vrouwen soms minder van hun kind? Het wordt voor steeds meer Nederlandse vrouwen ongeloofwaardig dat de landen om ons heen het allemaal verkeerd doen. Ze willen geen houten toeter op hun buik, maar gedegen prenataal onderzoek. Ze willen misschien geen pijn lijden, misschien ook wel, maar ze willen in ieder geval zelf kunnen kiezen.

Ondanks de hoog oplopende discussies over prenatale diagnostiek en pijnbestrijding stond een ding altijd als een paal boven water: je kon er zeker van dat je, op medisch gebied, in het veiligste en best voorziene land ter wereld woonde. Een verblijf in het buitenland maakt aan die illusie snel een einde. En anders de nieuwste cijfers wel: onze trots is gebaseerd op gegevens van dertig jaar geleden. Die zijn deze week op beschamende wijze achterhaald.

Het Peristat-onderzoek van de Europese Unie wijst uit dat de sterfte onder ongeboren kinderen in Nederland de hoogste is van alle EU-landen. Twee keer zo hoog als in Duitsland. Er is onenigheid over de cijfers en hun interpretatie. Ligt het probleem bij de grote hoeveelheid allochtone vrouwen in Nederland? Aan de relatief oude moeders, de vele rokers? De stuitbevallingen waarbij alleen in Nederland geen keizersnee wordt toegepast? Of aan de gebrekkige prenatale screening? Aan onze nationale trots, de thuisbevalling, wordt vooralsnog niet getwijfeld, ook al lijkt het me dat je in een noodgeval een baby er in het ziekenhuis sneller uitkrijgt dan op een slaapkamer driehoog achter.

Hoe het ook komt, Nederland is niet het veiligste land, maar hekkensluiter onder de EU-landen. 'Het is frustrerend, want we denken in Nederland dat we met z'n allen heel goed werk doen: de verloskundigen, gynaecologen, huisartsen en kinderartsen. Dat is dus eigenlijk niet zo', zei professor Nijhuis, hoogleraar verloskunde in het Academisch Ziekenhuis Maastricht en vice-voorzitter van de gynaecologenvereniging NVOG. Volgens hem heeft Nederland'een probleem'. Het onderzoek wordt inmiddels druk besproken op internetfora als Ouders Online. Veel vrouwen vertellen over kinderen die bijna of helemaal dood gingen wegens gebrekkig onderzoek, te laat ingrijpen of passiviteit. Vrouwen die in het buitenland zijn bevallen geven af op de Nederlandse aanpak.

Het valt te hopen dat Nederland eindelijk opschrikt uit zijn zelfgenoegzaamheid. De afgelopen jaren is al gebleken dat ook in het land van de houtje touwtje-bevalling de vooruitgang niet tegen te houden valt. Zwangere Nederlanders wijken voor echoscopie in groten getale uit naar commerciële en soms onprofessionele bureaus, maar ook naar dure priveklinieken. Dat zijn geen 'pretecho's', het gaat om behoefte aan informatie. Toch weigert de regering zwangeren standaard een echo aan te bieden, iets dat zelfs de vroedvrouwen inmiddels bepleiten. Zo krijgen alleen de welgestelden en goed geinformeerden de beste zorg.

Staatssecretaris Ross van Volksgezondheid heeft daar niets op tegen.

'Het is niet erg als iemand die niets weet over tests die ook niet krijgt aangeboden', zei ze vorige week in deze krant. Ze kwam met het eeuwige mantra: 'zwangerschap is geen ziekte'. Maar de complicaties die kunnen optreden voor moeder en kind zijn dat wel. De staatssecretaris slaat advies van de Gezondheidsraad in de wind en kiest ervoor niet alles te onderzoeken wat je kunt onderzoeken. Want 'anders heb je straks geen enkel argument meer om nee te zeggen'. Alsof het gaat om kinderen die betrapt zijn met hun hand in de koektrommel, en niet om mensen die gewoon optimale gezondheidszorg willen. Nederland zet bij alle medische behandelingen de nieuwste technologieën in. Maar bij zwangerschap en bevalling moeten we vooroorlogs de kiezen op elkaar zetten en bidden dat het goed gaat.

Meer over