huizenmarkt wereldwijdhongarije

Wie trouwt en kinderen belooft, leent voordeliger: in Hongarije jaagt de gezinspolitiek de huizenprijzen op

De huizenprijzen stegen de afgelopen tien jaar bijna nergens in de EU zo hard als in Hongarije. En in strijd met hoe premier Orbán zich profileert, profiteert alleen de middenklasse. Vooral als die trouwt en belooft minstens twee kinderen te nemen.

Márton Gede is een dakloze activist in Boedapest. Hij kan de huurprijzen niet betalen. ‘Overal zie je dat Orbán de armen achterlaat’, zegt een analist.  Beeld Akos Stiller
Márton Gede is een dakloze activist in Boedapest. Hij kan de huurprijzen niet betalen. ‘Overal zie je dat Orbán de armen achterlaat’, zegt een analist.Beeld Akos Stiller

Dinsdagochtend, een gymnasium aan de rand van Boedapest. In een kring van ruim dertig scholieren staat een man met een afzakkend mondkapje. ‘Wie van jullie heeft weleens met een dakloze gepraat?’, wil Márton Gede (67) weten. Geen antwoord. ‘Ik vind ze stinken’, zegt een jongen met een kuif. Zenuwachtig gelach.

Het zijn precies de vooroordelen die Gede bij de jongeren wil wegnemen. Onder daklozen is hij een halve beroemdheid. Hij is te horen op de radio, struint scholen af, houdt toespraken tijdens demonstraties. Zoals wel meer Hongaren kostte de mondiale financiële crisis van 2009 hem zijn baan en zijn huis. Sindsdien gaat hij ’s nachts naar een opvang en verkoopt hij overdag het daklozenblad op zijn vaste stek, naast de Aldi in de Tüzoltó-straat. ‘Ik heb een heel klein pensioen’, zegt hij als de leerlingen het lokaal hebben verlaten. ‘De marktprijs voor huren kan ik niet betalen.’

. Beeld .
.Beeld .

Prijzen verdubbeld

Het verhaal van Gede illustreert hoe rap de ongelijkheid op de Hongaarse huizenmarkt groeit. In grote delen van Boedapest zijn de huizenprijzen tussen 2014 en 2018 verdubbeld. Studenten en armlastigen hebben het nakijken. Na Estland en Luxemburg is er geen EU-lidstaat waar de stijging het voorbije decennium zo groot was. Gehaaide investeerders uit het buitenland hebben de binnenstad in prachtige fin-de-sièclestijl ontdekt en kopen op tegen woekerprijzen. In 2019 bedroeg het aandeel buitenlands kapitaal in de populairste wijken van Boedapest een slordige 30 procent.

Het levert een beeld op dat in alle opzichten haaks staat op hetgeen de Hongaarse premier Viktor Orbán graag uitvent. Te pas en te onpas presenteert hij zich als de kampioen van de kleine man en gebruikt hij metaforen en spreekwoorden die zijn bescheiden komaf (hij komt uit een dorp) moeten onderstrepen.

De realiteit is een slag anders. De huizenprijzen stijgen sneller dan de lonen en de Fidesz-regering van Orbán mikt vooral op de groeiende middenklasse. Werkloosheidsuitkeringen voor de laagste inkomens werden met eenvijfde gekort. Sociale huurwoningen worden niet of nauwelijks gebouwd. Boedapest beschikt, met 1,7 miljoen inwoners, over slechts 42 duizend woningen voor de sociale huur. Ter vergelijking: het even grote Wenen heeft vijfmaal dat aantal. ‘Of het nou de huizenmarkt is, de gezondheidszorg of het onderwijs, overal zie je dat Fidesz de armen achterlaat’, zegt Áron Horvath, economisch analist bij het onafhankelijk onderzoeksbureau Eltinga.

Achter de cijfers gaat een koele electorale strategie schuil: Fidesz weet maar al te goed dat de armen zelden stemmen. Wie toch naar de stembus gaat, is vaak te paaien met allerhande kortetermijnvoordelen. Bijvoorbeeld: de gratis aardappelen die Fidesz soms uitdeelt, of de energierekening waar – kort voor de verkiezingen – 20 procent vanaf gaat.

Habbekrats

De kloof op de huizenmarkt is een stuk ouder dan Orbáns regering. Begin jaren negentig was de gemeentekas na veertig jaar communisme leeg. Boedapest deed honderdduizenden woningen voor een habbekrats van de hand. Geld voor renovaties is er vandaag de dag nog steeds niet, met als gevolg dat de resterende gemeentelijke huisvesting in dramatische staat verkeert. Sanering en verkoop zijn vaak de enige rendabele uitwegen.

Marton Gede verkoopt het daklozenblad op zijn vaste stek voor een supermarkt.  Beeld Akos Stiller
Marton Gede verkoopt het daklozenblad op zijn vaste stek voor een supermarkt.Beeld Akos Stiller

Heel anders gaat het eraan toe aan de bovenkant van de markt, waar mensen als Péter (36) profiteren van Orbáns steunprogramma’s. Hij heeft een goed verdienende baan als ict-specialist en trouwde in januari vorig jaar met zijn vrouw. Vooral om praktische redenen, legt hij uit vanaf zijn vakantieadres aan het Balatonmeer: getrouwde koppels kunnen een lening krijgen tegen een rente van minder dan 5 procent, substantieel onder de marktprijs. Om een huis te kunnen kopen, sloten ze een lening af van 56 duizend euro, een bedrag dat alleen terug te betalen is voor Hongaren uit de middenklasse. Vanwege de privacygevoeligheid van die informatie wil Péter niet met zijn achternaam in de krant.

Gezinspolitiek

Daarna begonnen Péter en zijn vrouw aan kinderen: de eerste tien maanden oud, de tweede op komst. De nationale gezinspolitiek moet het geboortecijfer opkrikken. Dat ligt iets onder de 1,6 en moet flink omhoog om de demografische krimp te stoppen. Gezinnen die beloven twee of drie kinderen te krijgen, krijgen van de regering een steuntje in de rug bij de aanschaf van een nieuw huis. In het geval van Péter was dat omgerekend 4.000 euro. Ze sloten een ‘gezinslening’ (28 duizend euro) af die ze – vanwege de belofte van twee kinderen – slechts voor tweederde hoeven terug te betalen, tegen een aantrekkelijke rente. Er staat wel iets op het spel: wie geen kinderen krijgt, moet het hele bedrag terugbetalen.

Het gevolg is dat er ‘ontzettend veel goedkoop geld’ in omloop is, schetst analist Horvath. Bedoeld of onbedoeld drijft de gezinspolitiek de huizenprijzen almaar verder omhoog. Wie niet de middelen heeft om twee of drie kinderen te onderhouden, vist achter het net.

Péter: ‘Er gaat nu een grap rond van een meisje dat vraagt: mama, hoe ben ik geboren? Nou, zegt haar moeder, het begon toen we een schitterend tweekamerappartement zagen dat te koop stond.’ Het Facebook-profiel van de jonge vader is voorzien van de regenboogkleuren van de lhbti-beweging, ten teken dat hij bepaald geen aanhanger van de regering is. ‘Maar dit beleid pakt voor ons handig uit.’ Hij betwijfelt of de regering de programma’s goed doordacht heeft. ‘Er wordt niet gecontroleerd of je de 4.000 euro aan een nieuw huis besteedt. Ze kijken alleen naar je loonstrookje. Je kunt er ook drugs van kopen of een auto.’

Daklozencentra

Terug naar de onderkant van de samenleving. Veel van de mensen in de daklozencentra raken depressief, zegt Márton Gede, maar zelf staat hij dat niet toe. ‘Als je alleen aan de slechte dingen denkt, ben je ontrouw aan de Heer.’

Zo’n vijftienduizend mensen leven in Boedapest op straat. Onder hen was ook Jutka Lakatos (67), een spichtige vrouw met vurige ogen. Haar verhaal begon bij een echtgenoot die haar mishandelde en bijna om het leven bracht met een mes. Ze werd vijf keer zwanger, maar moest iedere zwangerschap voortijdig beëindigen. ‘Hij heeft alle kinderen uit me getrapt.’ Deze lente wist ze met hulp van een non-profitorganisatie een woning te bemachtigen, na een half mensenleven op straat. Maandelijks betaalt ze nu 80 euro huur, de rest komt van donaties. Een krolse poes houdt haar gezelschap.

Strijdbaar: ‘Er moet een wet komen die het recht op huisvesting verankert.’ Lakatos vertelt dat er van haar lijdensweg en wederopstanding een toneelstuk is gemaakt. ‘Na een van de vertoningen nam een toeschouwer het woord. Hij zei: dit stuk moet in het parlement worden vertoond, zodat Orbán de gevolgen ziet van zijn beleid.’ Het idee alleen al maakt haar trots.

Meer over