Achtergrond

Wie op sociale media kritiek op het coronabeleid uit, kan de baas tegenover zich vinden. Het overkwam deze zorgmedewerker

null Beeld Alexandra España
Beeld Alexandra España

In de digitale koffiekamers van Twitter, LinkedIn en Facebook vliegen de privémeningen over het coronabeleid over tafel. Soms brengen die meningen werkgevers in verlegenheid. Mag je als arts de vaccinatiecampagne zomaar vergelijken met beleid uit de Tweede Wereldoorlog?

Marieke de Ruiter en Ellen de Visser

Als corona in de afgelopen tijd ergens niet te ontkennen viel, dan was het wel bij zorgorganisatie De Waalboog in Nijmegen. Tijdens de eerste golf werden in vier maanden tijd honderd van de vijfhonderd hoogbejaarde bewoners ziek, eenderde van hen overleefde het niet. Tijdens de kerstperiode werd de afdeling zware dementie hard getroffen. De helft van de bewoners overleed en driekwart van het zorgpersoneel kwam besmet thuis te zitten. Voor bestuurder Rita Arts was het in die tijd ‘samen de schouders eronder en scherven ruimen’.

Ze leefde van crisisoverleg naar bestuursvergadering, tussendoor probeerde ze op de vier verschillende locaties de naderende vaccinatiecampagne voor te bereiden. Het was aan het eind van een van die chaotische dagen dat ze achteloos door haar Linkedin-tijdlijn op haar telefoon scrollde. ‘Er kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat het vaccin zeer experimenteel is en risicovol’, las ze daar. ‘De code van Neurenberg is hierop van toepassing. Dat betekent dat iedereen die actief meewerkt aan deze misdaad persoonlijk aansprakelijk is.’ Afzender: een van haar stafmedewerkers.

De Neurenbergcode, die de veiligheid van proefpersonen in wetenschappelijk onderzoek moet waarborgen, roept voor velen een associatie op met de Tweede Wereldoorlog: de regels werden opgesteld in reactie op de medische experimenten van de nazi’s. Daarom schoot het bericht bestuurder Arts in het verkeerde keelgat. ‘Toen ik dat las, dacht ik: Je mag vinden wat je vindt, maar hier ga je de grens over.’

Arts is niet de eerste werkgever die in verlegenheid wordt gebracht door de socialemediaposts van een mondige medewerker. Door de populariteit van Facebook, Twitter en LinkedIn zijn er de afgelopen jaren digitale koffiekamers bijgekomen waar allerlei meningen, ook onwelgevallige, versterkt over tafel vliegen. Dat leidt soms tot arbeidsconflicten. Al in 2014, zo blijkt uit cijfers van juridisch dienstverlener DAS, was 10 procent van de ontslagen op staande voet terug te voeren op digitale uitlatingen die de baas op zijn zachtst gezegd niet ‘likete’.

Dat was nog voordat de samenleving sterk verdeeld raakte tussen voor- en tegenstanders van boeren, Zwarte Piet en Thierry Baudet. Voordat een pandemie uitbrak die ons niet alleen fysiek verder terugdrong in onze bubbel, maar ook online. Hoewel arbeidsrechtadvocaat Pascal Besselink van DAS geen nieuwe cijfers heeft, durft hij één stelling wel aan: het gepolariseerde coronadebat op sociale media beïnvloedt ook de werkverhoudingen. Corona raakt immers iedereen.

Opeens, zegt hoogleraar mediastudies Mark Deuze, komt naar boven wat in de wetenschap en filosofie al langer wordt geroepen: het persoonlijke is politiek. ‘We zitten in een unieke crisissituatie met extreem veel onzekerheid. Iedereen klapt er, helemaal online, van alles uit. We realiseren ons nu dat het kennelijk uitmaakt wie we zijn en wat we van dingen vinden.’

Al eerder waren er geruchtmakende zaken rondom de gevolgen van online-uitspraken in de offline wereld. Zo werd een PostNL-chauffeur ontslagen omdat hij op Facebook zei te betreuren dat er niet meer mensen waren omgekomen bij de aanslagen van 2016 in Istanbul (‘maar die 29 komen in ieder geval niet hierheen, top’). Een geschiedenisdocent verloor zijn baan omdat hij op Facebook sympathiseerde met de neonazistische NVU. En een Greenpeace-medewerker met een Chinese achtergrond kreeg de zak omdat hij vond dat de demonstranten in Hongkong moesten ‘branden in de hel’.

Maar in die zaken was tenminste nog duidelijk dat de beweringen op sociale media echt niet door de beugel konden. Ze waren openlijk racistisch, discriminerend of riepen op tot geweld. Kritiek op het coronabeleid roept nieuwe, ingewikkelde vragen op over de vrijheid van meningsuiting. Het nieuws is onuitputtelijk en soms tegenstrijdig, de zekerheden van vandaag kunnen zomaar de onzekerheden zijn van morgen en andersom. Van mondkapjes en avondklok tot groepsimmuniteit en QR-codes: als zelfs deskundigen daarover van mening verschillen, wie kan dan nog bepalen wat wel en niet klopt?

Propagandamachine

Precies daarom besloot H., de stafmedewerker van zorgcentrum De Waalboog, zich op LinkedIn uit te spreken, ze wilde deelnemen aan het internationale debat. Vanaf een onverwarmd Nijmeegs terras (‘Ik heb geen QR-code dus we kunnen niet naar binnen’) blikt ze, anoniem, terug op de affaire die haar uiteindelijk haar baan zou kosten.

Bij De Waalboog had ze geen enkele bemoeienis met de vaccinatiecampagne, vertelt ze. Haar baan bestond uit kennis vergaren voor een betere behandeling van bewoners met probleemgedrag. Maar door haar studie biomedische wetenschappen kan ze wetenschappelijk onderzoek doorgronden. Wat ze daar las baarde haar zo veel zorgen dat ze sinds het uitbreken van de pandemie meer dan duizend berichten op haar LinkedIn-pagina plaatste.

Ze spreekt van een ‘propagandamachine’. ‘De belangrijkste media volgen het beleid van de RIVM en van de overheid, ze laten na om het tegengeluid te laten horen. Het gevolg daarvan is dat beleidsmakers eenzijdig worden geïnformeerd.’ Het vaccin is experimenteel, zegt ze. ‘Het is gebaseerd op een gevaarlijke techniek. En bij een experiment hoor je je aan de code van Neurenberg te houden, dat mag ik zeggen.’

Maar bestuurder Arts was een Linkedin-connectie en die zat zich al weken te verbijten over wat ze allemaal zag in haar tijdlijn. H. postte de berichten weliswaar in haar vrije tijd, maar betekende dat ook dat ze in die uren geen medewerker van De Waalboog was?

‘Om onze gedachten staat geen hekje’, zegt hoogleraar Deuze. De scheidslijn tussen wie we zijn op ons werk en thuis, en in het café en op de voetbalclub, is door digitalisering steeds meer door elkaar gaan lopen. ‘Het zijn allemaal tabs in onze browser. Wat je denkt en wat je vindt, dat vind je ook op je werk.’ Tel daarbij op dat werkgevers vaak permanente bereikbaarheid en beschikbaarheid van hun werknemers verwachten. ‘In veel beroepsgroepen bestaat een 9 tot 5-baan niet meer en daarom kun je niet zomaar zeggen: hier houdt jouw werktijd op en hier begint jouw privétijd.’ Steeds meer mensen werken bovendien op een laptop van de baas met software van het bedrijf. Deuze: ‘Daar gaat je argument dat je iets in je vrije tijd hebt gepost. Nee, dat gebeurt dan dus in een werkomgeving.’

Dat betekent niet dat elke twitterende werknemer vogelvrij is, zegt Stefan Sagel, hoogleraar arbeidsrecht en arbeidsrechtadvocaat bij De Brauw. ‘De vrijheid van meningsuiting reikt ver, het is een grondrecht, dus de werkgever moet veel accepteren. Maar als het leidt tot een verstoorde arbeidsrelatie, kan het de positie van een werknemer onhoudbaar maken.’ Waar de grenzen liggen? Daar bestaat geen blauwdruk voor. Maar op basis van eerdere rechterlijke uitspraken zijn er volgens Sagel wel ‘lijntjes te ontwaren’.

Zo is de aard van het medium en de link met de werkgever van belang. Een stevige uitspraak op Facebook met een vakantiekiekje als profielfoto heeft een andere lading dan hetzelfde bericht op het professionele platform LinkedIn, met een foto in bedrijfsuniform. Veel werknemers schrijven in hun bio dat ze hun berichten delen ‘op persoonlijke titel’, maar daarachter kunnen ze zich niet zomaar verschuilen, meent Sagel. Zeker niet als voor anderen duidelijk is waar ze werken.

Waar je werkt en wat je doet, speelt ook een rol. Het is problematischer als een RIVM-medewerker zich kritisch uitlaat over het overheidsbeleid, zegt Sagel, dan wanneer een bakkersknecht dat doet. De eerste ondermijnt het belang van zijn werkgever. ‘Het maakt ook uit of je een vaandeldrager van de organisatie bent of ergens driehoog-achter zit en nooit een klant ziet.’ Binnen een functie waarin anderen van jou afhankelijk zijn, of dat nu studenten, patiënten of vluchtelingen zijn, wordt ook meer verantwoordelijkheid verwacht, vult hoogleraar Deuze aan.

Maar het allerbelangrijkste zijn volgens Sagel de inhoud en toon van de boodschap. ‘Ik ben geen voorstander van vaccineren’ zal tot minder problemen leiden dan ‘vaccineren is een NSB-praktijk’.

Oorlogsmisdadigers

Al die ongeschreven regels komen samen in de zaak van zorginstelling De Waalboog. Bestuurder Arts schuwt naar eigen zeggen het debat zeker niet, met duizend zorgprofessionals onder een dak is ze gewend aan discussies met duizend meningen. Dat H. in haar berichten het gevaar van het virus afzwakte en de betrouwbaarheid van PCR-testen betwistte, kon ze nog wel van zich laten afglijden. Maar toen kwam die bewuste post over de Code van Neurenberg, precies op het moment dat de organisatie zich volgens Arts klaarmaakte voor de vaccinatiecampagne.

‘Medewerkers moesten zich enorm inspannen om de familie van de dementerende bewoners te overtuigen ze te laten vaccineren. Als maar één familielid die post serieus zou oppakken, zou dat er één te veel zijn. Het ondermijnde waar we als organisatie mee bezig waren en waarvan we overtuigd waren dat juist was.’

Ook binnen de organisatie veroorzaakten de berichten volgens Arts onrust. Door te stellen dat op het vaccin de code van Neurenberg van toepassing was, voelde het alsof Arts en haar collega’s met oorlogsmisdadigers werden vergeleken. Aangezien stafmedewerker H. werd gezien als iemand met kennis van zaken, hadden sommige medewerkers het idee: zij heeft gestudeerd, zij zal het wel weten. ‘Collega’s die nog wat twijfelden zeiden: heb je gezien wat zij heeft gepost? Die onrust en die onzekerheid konden we niet gebruiken.’ Arts vertelt dat een van de specialisten ouderengeneeskunde, betrokken bij de vaccinaties, naar haar toe was gekomen en had gezegd dat hij zich geschoffeerd voelde door de berichten.

H. zegt dat haar posts op LinkedIn niet waren gericht tegen het beleid van De Waalboog. Een keer heeft ze een kritische mail gestuurd en bij de directie en het coronateam aangedrongen op terughoudendheid in het aanprijzen van vaccins aan medewerkers, omdat er nog te veel onbekend was over de nieuwe techniek. ‘Dat werd niet op prijs gesteld en dat was het moment waarop mij werd opgedragen te stoppen met mijn LinkedIn-posts.’

Daar zag ze niets in, waarop De Waalboog besloot om haar op non-actief te stellen. Om haar werkgever tegemoet te komen, plaatste ze een disclaimer onder haar berichten, om duidelijk te maken dat ze haar privémening verkondigde die niet per se met de visie van haar werkgever hoefde te stroken. Ze bood ook aan om collega’s te ontvrienden en ze verwijderde de naam van De Waalboog uit haar profiel. Het was voor de zorgorganisatie niet voldoende. Daarop stapte H. naar de rechter. ‘Ik wist dat werd aangestuurd op ontbinding van het contract, ik wilde antwoord op een fundamentele vraag, de vraag over mijn vrijheid van meningsuiting.’

Geen spijt

De rechter in Nijmegen gaf haar aanvankelijk gelijk: H. heeft bij De Waalboog geen bemoeienis met de vaccinaties, het voert daarom te ver om haar te verbieden zich over dat onderwerp te uiten, oordeelde de rechtbank in mei. Na die uitspraak nam ze alle berichten op haar LinkedIn-pagina door, vertelt ze, om te bekijken of de toon minder stellig kon. Maar de zorginstelling vond de arbeidsrelatie inmiddels zo verstoord dat Arts zelf naar de rechter stapte. De Arnhemse rechtbank stelde de instelling een paar maanden later alsnog in het gelijk. De rechter viel over drie Linkedin-berichten waarin een vergelijking werd gemaakt met de Tweede Wereldoorlog. Die waren niet informatief of gericht op kennisdeling, vond de rechter, maar beledigend, en daarmee in strijd met goed werknemerschap. Ze had zich ervan bewust moeten zijn dat die berichten kwetsend konden zijn voor haar collega’s. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst was, kortom, terecht.

Spijt heeft H. allerminst. ‘Ik heb niets verkeerd gedaan. De kern van de wetenschap is het onderuit halen van hypotheses en dat is wat ik heb gedaan.’ Het allerergste vindt ze de boodschap die uitgaat van haar vertrek. ‘Mond dicht, anders lig je eruit. Daarmee creëer je een cultuur van jaknikkers.’

Disputen over onlinegedrag van werknemers leiden volgens arbeidsrechtadvocaat Besselink van de DAS maar zelden tot een rechtsgang, zoals bij De Waalboog. Vaker worden ze in der minne geschikt. Steeds meer bedrijven proberen problemen bovendien voor te zijn met socialemediarichtlijnen waarin bijvoorbeeld afspraken staan over het vermelden van de bedrijfsnaam in een profiel en de verantwoordelijkheid van werknemers. Zo’n code kan in de rechtszaal een groot verschil maken.

Toch is hoogleraar mediastudies Deuze geen voorstander van richtlijnen, zeker niet in deze coronatijd: ‘Regels veronderstellen een stabiele context maar er is niet één wetenschappelijke werkelijkheid over corona. We zitten in een extreme situatie. Moet je dan gaan zeggen dat werknemers niets mogen zeggen over iets wat afwijkt van het beleid? Dat is toch doodeng?’

Zoek de dialoog met kritische werknemers, adviseert de hoogleraar. ‘In de digitale wereld vindt één groot gesprek plaats en daarin worden soms ook dingen gezegd die vervelend zijn. Maar dat hoort bij een gesprek. Daarmee omgaan, dat is wat we nu allemaal aan het leren zijn. Het is beangstigend dat we dan meteen de vraag stellen: hoe kunnen we voorkomen dat werknemers verkeerde dingen zeggen?’

Bestuurder Arts is zich bewust van die verantwoordelijkheid, maar met H. was zo’n gesprek volgens haar niet meer mogelijk. ‘Ze was er zo van overtuigd dat het virus niet zo gevaarlijk was. Ze heeft recht op die overtuiging, maar het strookte niet met ons beleid en het had invloed op de mensen die bij ons wonen en werken. Dan moet je daar conclusies aan verbinden.’

Schade

De LinkedIn-pagina van H. is een maand geleden van het platform verwijderd. Ze weet niet waarom. Tegen het vonnis van de rechtbank heeft ze hoger beroep ingesteld. Een van de drie berichten waarop de rechter zich in zijn vonnis heeft gebaseerd, was volgens H. niet van haar afkomstig.

Daarbij kan ze zich mogelijk beroepen op het meest ongrijpbare criterium in de afwegingen over toelaatbaar gedrag op sociale media: wat is precies de schade voor een werkgever? Hoogleraar Mark Deuze is kritisch: ‘We weten uit onderzoek dat er geen causaal verband is tussen wat iemand zegt en het daarop volgend gedrag van anderen. Denk je dat ouders hun kind van school halen omdat een docent op Twitter iets raars roept? Welnee, dat gebeurt niet.’

H. denkt er net zo over. De Waalboog vreesde dat personeel en familie van bewoners zouden gaan twijfelen over vaccinatie als ze de posts van H. zouden lezen. Lachend: ‘Nou, 90 procent heeft zich laten vaccineren dus zo veel invloed had ik ook weer niet.’

De dokter

Een Leidse radioloog in opleiding is zo verontwaardigd over de strenge quarantainemaatregelen die in Nieuw-Zeeland worden ingevoerd, dat ze op Facebook een vergelijking maakt met de Tweede Wereldoorlog. ‘Mensen die positief getest zijn worden in Nieuw-Zeeland linea recta naar een covid-19-quarantainekamp afgevoerd. Ze worden daar geconcentreerd. Zie je wat er gebeurt? Sobibor begon in het Vondelpark.’

Haar ziekenhuis noemt de uitspraken ‘volkomen misplaatst’: medewerkers hebben het recht op vrije meningsuiting, schrijft een woordvoerder in een verklaring op Twitter, ‘maar er zijn grenzen’. Na een gesprek met het ziekenhuis biedt de aankomend arts haar excuses aan. Ze heeft, zo blijkt, na het uitbreken van de pandemie een tijdlang op de spoedeisende hulp gewerkt en daar de ellendige gevolgen gezien van het coronabeleid. Andere ernstig zieke patiënten moesten soms zo lang wachten dat ze niet meer te redden waren. Dat heeft haar onvrede gevoed.

‘Ik denk dat sociale media minder geschikt zijn voor het overbrengen van mijn boodschap’, concludeert ze. ‘Er worden dingen uitgepikt en geframed die ik niet zo heb bedoeld.’ Ze spreekt achteraf van ‘een domme actie’, haar Facebookbericht is aangepast.

De docent

Een groep oud-leerlingen van een West-Friese scholengemeenschap trekt bij het schoolbestuur aan de bel over uitlatingen van een biologiedocent op Facebook. De docent is digitaal bevriend met veel (oud-)leerlingen, die tot hun verbijstering lezen dat zij het coronavirus niet erg serieus neemt. Ze deelt bovendien dubieuze berichten over de schade die het vaccin zou toebrengen (‘een stijging van het aantal miskramen met 2.000 procent’) en zegt onterecht dat RIVM-directeur Jaap van Dissel als arts uit zijn ambt is gezet. Een aantal leerlingen probeert haar tot de orde te roepen (‘Zorgwekkend dat een biologiedocent dit soort onzin voor waarheid aanneemt en het nog deelt ook’), maar dat haalt niets uit.

‘Een vak dat berust op wetenschap wordt gegeven door iemand die liever luistert naar fabels’, schrijven de oud-leerlingen over hun docent. ‘Iedereen mag zijn mening hebben maar als leraar heb je toch een voorbeeldfunctie.’

De directeur van de school geeft de leerlingen gelijk, de afdelingsleider gaat met de docent in gesprek. Die verwijdert daarop alle coronagerelateerde berichten van haar Facebookaccount. Het bestuur heeft de leerlingen laten weten de betrokkenheid bij hun oude school erg op prijs te stellen.

De rechter

Een Noord-Hollandse straf- en persrechter mengt zich op Twitter in de vaccinatiediscussie met een lollig bedoelde sneer: ‘Afgaande op het gemiddelde intelligentieniveau van de meeste antivaxxers zou je eigenlijk voor hen hopen dat vaccineren het dna verandert.’ Ze tweet, zo valt te lezen in haar bio, op persoonlijke titel, maar dat blijkt geen vrijwaring. De reacties op Twitter zijn niet mals. Samenvattend: van een rechter die naar buiten treedt, mag een onafhankelijke, onbevooroordeelde opstelling worden verwacht.

‘Als je dit soort berichten twittert, loop je als rechter echt een risico’, zegt arbeidsrechtdeskundige Pascal Besselink. ‘Stel dat je over een zaak moet oordelen waar dit onderwerp speelt, dan zit je snel in de sfeer van vooringenomenheid en dat kan tot een wrakingsverzoek leiden.’

De rechter reageert aanvankelijk laconiek op de kritiek: ‘Och mensen toch. Heb ik me even verkeken op het gevoel voor humor van vaccinweigeraars.’ Maar haar tweets zijn inmiddels niet meer toegankelijk. Een woordvoerder van de rechtbank laat weten dat een gesprek heeft plaatsgevonden. ‘We zagen dat haar tweets het nodige hebben losgemaakt. Daarvoor had zij al besloten haar account af te schermen.’