Wie ook wint in de VS, de animositeit blijft

PAUL BRILL

Op bezoek bij een van de denktanks in Washington (American Enterprise Institute) kreeg ik een intrigerende kaart van Ohio voorgeschoteld. De kaart liet in rood en blauw zien hoe de verschillende delen van de staat in 2008 hadden gestemd en waar de twee presidentskandidaten, hun echtgenotes en running mates op bezoek waren geweest.

Er viel vooral aan Democratische kant een duidelijk patroon uit te halen. Eerst hadden Barack en Michelle Obama en Joe Biden zich geconcentreerd op de gebieden waar men vier jaar geleden overwegend Democratisch had gestemd, met als doel de kiezers aan te moedigen zo vroeg mogelijk hun stem uit te brengen: de early vote strategy. In een volgende fase lag de nadruk van de bezoeken aan Ohio op de gebieden waar in 2008 Obama en John McCain praktisch gelijk op gingen: de swing vote strategy.

De spreiding en volgorde van reisdoelen geven nog eens aan hoe uitgekiend in de Verenigde Staten campagne wordt gevoerd. In het verleden leek het er vaak op dat de Republikeinen daarvoor niet alleen meer financiële middelen tot hun beschikking hadden, maar ook meer gogme in huis hadden. Mannen als James Baker, Lee Atwater en Karl Rove golden als onovertroffen campagnestrategen.

Je krijgt de indruk dat de Democraten op dit punt niet meer voor de Republikeinen onderdoen. In 2008 zette Obama een digitaal netwerk op poten waaraan McCain niet kon tippen. Met name jongere kiezers werden erdoor naar het Democratische kamp getrokken. Dit jaar spannen de Democraten zich er extra voor in om hun trouwste kiezers, met name in de zwarte gemeenschap, vroeg te laten stemmen, wat tegenwoordig in de meeste staten mogelijk is. Zo wordt op de twee zondagen voorafgaand aan de eigenlijke verkiezingsdag gezorgd voor transport van zwarte kerken naar het stemlokaal, zodat kerkgangers in één moeite door hun stem kunnen uitbrengen.

Die praktijk is de Republikeinen een doorn in het oog. Her en der hebben ze dan ook geprobeerd de termijn voor early voting te beperken. Dat is in een aantal staten gelukt. Niettemin trekken de Democraten er nog steeds profijt van en verzekeren ze zich zo van stemmen die anders wellicht verloren gaan omdat de betreffende kiezers het op 6 november laten afweten.

Voor Obama is dit van groot belang, want de golf van geestdrift en optimisme waarop hij in 2008 naar het Witte Huis surfte, is weggeëbd. De messias is een feilbare politicus gebleken, die ook als je verdisconteert dat hij met een zware ballast werd opgezadeld, toch onnodig veel steken liet vallen en vaak vanaf een ivoren toren leek te regeren.

Dat de Democraten het dit jaar vooral van hun organisatorische kracht moeten hebben, was duidelijk te merken in Florida, waar ik begin vorige week op een persreis van de Atlantische Commissie was. Het Republikeinse kader oogde veel opgetogener dan het Democratische en was ook makkelijker te benaderen voor buitenlandse journalisten.

Nu kan dit te maken hebben met de specifieke situatie in die staat. Bij presidentiële verkiezingen geldt deze als een swing state. Het lokale bestuur wordt evenwel gedomineerd door de Republikeinen, er is een rijzende ster in de persoon van senator Marco Rubio en Mitt Romney heeft hier in de peilingen een (kleine) voorsprong op Obama.

Maar ook in Washington was moeilijk aan de indruk te ontkomen dat de Republikeinen de wind in de zeilen hebben en dat in Democratische kring een zekere moedeloosheid heerst. Hoewel Obama redelijk voor de dag was gekomen in het tweede en derde tv-debat, had iedereen het nog over zijn abominabele optreden in het eerste.

Juist de bijeenkomst in het American Enterprise Institute deed mijn beeld weer enigszins kantelen. De analytici die dit overwegend conservatieve instituut bijeen had gebracht - onder wie Michael Barone, co-auteur van de onvolprezen Almanac of American Politics - gaven overtuigend aan dat de president toch de beste kaarten in handen heeft. In vijf cruciale swing states (Ohio, Wisconsin, Michigan, Iowa, Pennsylvania) is Romney er niet in geslaagd het daar dominante kiezerssegment uit de lagere middenklasse voor zich te winnen. In al die staten heeft Obama een licht voordeel.

Toen moest Sandy nog komen. De ramp heeft de president in staat gesteld zich te profileren als betrokken crisismanager. Maar of die bonus standhoudt tot dinsdag, is twijfelachtig. Op de aanvankelijke complimenten volgen bijna onvermijdelijk de klachten over falende hulpverlening.

Kortom, veel is fluïde. Zelfs de peilingen (waarin kiezers met alleen een mobiele telefoon niet zijn opgenomen) geven beperkt houvast. Slechts één ding is zeker: de prijs van de winnaar bestaat uit twee Amerika's plus een ongezond hoge dosis animositeit tussen rood en blauw.

undefined

Meer over