Wie niet leent, is een geval

Een eeuw geleden was geld lenen nog een schande, nu is het omgekeerd. Snelle bevrediging is de norm geworden: lenen is leuk, rente betalen, is fun....

door Marieke Henselmans

OP DE LAATSTE Koninginnedag zag ik in de Beethovenstraat een meisje op een matrasje liggen, met haar ogen dicht. Bordje erbij: 'Ik wil slapende rijk worden' en een schoteltje voor de gaven. Voorbijgangers schoten in de lach. Is dat niet wat we allemaal willen? Jacobse en van Es achterna met de slogan: Geen gezeik, iedereen rijk. Maar om geld voor je te laten werken, heb je geld nodig.

Daarom was beleggen in aandelen vroeger alleen weggelegd voor de rijken. Nu probeert iedereen een graantje mee te pikken. Als je geen eigen geld hebt, verhoog je de hypotheek. Of je leent voor de aanschaf van een auto, voor een verbouwing. Daar is niets bijzonders meer aan.

Ruim een eeuw geleden was lenen een schande. De hoofdpersoon uit Kees de jongen van Theo Thijssen krijgt de taak de maandelijkse aflossing van een lening te gaan betalen. Vader geeft instructies: 'Denk er om: niemand mag er wat van weten. Je grootvader ook niet, as die je soms uit wil horen. In de wachtkamer van het kantoor zitten een hoop mensen te kletsen, maar jij bemoeit je met niemand.' 'Natuurlijk niet', zei Kees, die een kleur had. 'Als het je beurt is ga je naar binnen. Het wordt in een boekje geschreven, dat zal moe je natuurlijk meegeven, en dat hou je in je zak totdat je binnen bij de heren staat.' 'In m'n binnenzak', zei Kees. 'En rammel onderweg niet met het geld, vijf rijksdaalders, en bemoei je onderweg ook met niemand. Neem geen één jongen mee natuurlijk.' Kees gaat op pad en voelt de eer van de familie zwaar op zijn schouders. Hij vond het 't secuurste niet rechtuit naar de Dam te lopen, maar een omweg te maken. Op de terugweg gaat hij mank lopen om niet herkend te worden. 'Niemand heeft me gezien!' zegt Kees bij thuiskomst. 'Ja, Pa weet wel wie hij stuurt', zegt moeder.

In het boek Je geld of je leven van Hanneke van Veen en Rob van Eeden (Sirene pockets) staan een paar simpele grafiekjes. Op de verticale as staan bedragen (fl 1000, fl 2000 etc.) en op de horizontale as de leeftijd in jaren. Een licht stijgende lijn geeft het inkomen aan. Daaronder de evenwijdig meestijgende lijn met de uitgaven. Deze grafiek verbeeldt het bestedingspatroon van de brave burger in de jaren vijftig. Je begint met een laag inkomen, stijgt gestaag door kleine loonsverhogingen. Je gaf niet meer uit dan je had: integendeel, er werd gespaard. Voor slechtere tijden, voor noodgevallen, voor de vakantie, voor de grotere kostenposten.

Mijn grootvaders inkomsten- en uitgavenpatroon moet er ongeveer zo hebben uitgezien. Als onderwijzer en later als schoolhoofd verdiende hij aanvankelijk waarschijnlijk weinig. Maar door zijn nijvere studie en het behalen van aktes steeg het geleidelijk, zodat het gezin zich een dienstbode kon veroorloven. Geen sprake van schulden: toen oma jaren na opa overleed, liet zij een kleine erfenis na.

Ook mijn ouders waren gewend niet meer te besteden dan er binnenkwam. Toch namen zij een hypotheek. Maar ze gingen niet over een nacht ijs. Bij mijn vaders aanstelling als onderwijzer hoorde een vooroorlogs huurhuis. Toen we er, begin jaren zestig, enige jaren woonden, bood de verhuurder (eigenaar van alle huizen in de straat) de huizen te koop aan, aan de bewoners. Wie daar niet op inging, zou moeten verhuizen.

De hele straat was in rep en roer. Sommige mensen verhuisden. Wij kinderen vingen gesprekken op en zagen bezorgde gezichten. Mijn ouders kochten na rijp beraad, en leenden daarvoor dertigduizend gulden. Een duizelingwekkend bedrag. Mijn hele jeugd lang zou dat bedrag mijn referentie zijn om rijkdom te meten. Won je een ton in de loterij, dan zou je drie huizen en een auto kunnen kopen.

Getob over een hypotheek en zelfs de serieuze gesprekken erover zijn verleden tijd. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek valt af te leiden dat in het derde kwartaal van 1999 alle records op het gebied van afgesloten hypotheken werden gebroken. Het percentage eigen geld is gedaald van ongeveer eenderde naar een kwart. Meer hypotheken en meer geld per hypotheek. Terwijl een langzaam stijgend inkomen, waar je van op aan kunt, een belachelijke illusie is, in deze tijd van job-hoppen en flexwerken.

Al lijkt de sterkste stijging in het afsluiten van hypotheken voorbij, duidelijk is dat in honderd jaar tijd ons denken over het maken van schulden radicaal is veranderd. Je netheid, gedrag en vlijt waren een halve eeuw terug belangrijker dan je armoede of rijkdom. Dat lijkt nu omgekeerd. De moderne mens wordt afgerekend op de auto die voor de deur staat, en op het huis waarin die deur zit.

Ik weet niet of de bankdirecteuren, de salesmanagers, de accountmensen en de reclamejongens hebben zitten brainstormen, maar iemand bij die banken moet bedacht hebben dat ze de mensen zouden aanpraten dat lenen leuk is. De meest confronterende reclame in dit genre vond ik een serie raamposters waar een yuppenstel op prijkt, en daaronder de slagzin: 'Wij zijn goed voor drie ton!'

Wat ze eigenlijk zeiden, was: 'Wij zijn dat waard!' In de hoop dat wij met z'n allen die bank zouden binnen hollen om te checken wat wij eigenlijk waard zijn. Na jaren van dergelijke reclames lijkt Nederland helemaal om: lenen is cool. Rente betalen is fun. Een beetje koppel is zo langzamerhand goed voor een miljoen. De missie 'lenen is leuk' lijkt volkomen geslaagd. In Je geld of je leven kun je lezen hoe je door wat verstandige, eenvoudige ingrepen geld kunt overhouden. Te realiseren met het laagste inkomen, maar met de huidige gemiddelde salarissen zonder veel moeite, en zonder comfort in te leveren. Je kunt sparen en gewoon eens iets kopen. Een auto bijvoorbeeld. Misschien is de loop op de lening daar wel begonnen. In plaats van nette armoede is snelle bevrediging de norm. In plaats van nette armoede heeft nu lenen de status van verstandig met geld omgaan. Nu rondtoeren, later betalen. Als je nu een auto koopt en je kondigt aan die gewoon te willen betalen, wordt er verbluft en een beetje meewarig gekeken. Alsof je een geval bent.

WAT MIJN ouders in de jaren zestig zorgen baarde, was: lenen kost geld, rente. 'Ja, maar die rente kun je aftrekken!', roepen de banken- en zakenmannen. We kunnen lang of kort redeneren: lenen is nog altijd duurder dan zelf financieren, ongeacht renteaftrek. Om deze waarheid te maskeren, zijn financiële producten bedacht die voor een zinnig mens niet meer te doorgronden zijn.

'Benut de overwaarde van uw huis! Lagere maandlasten!', jubelen de aanbieders. Mensen sluiten hun spaarhypotheek met vaste lage rente over, lenen een hoger bedrag. Aflossen hoeft niet meer, maar ze betalen des te meer rente. Ze hebben lagere maandlasten, uitsluitend omdat ze niet meer aflossen. Op papier een eigen huis, maar in feite huur je van de bank. De bank adviseert het vrijkomende geld te beleggen, of nee, dat doen zij wel voor je. Tegen de gevolgen van een koersdaling kun je je verzekeren, en een levensverzekering wordt ook aanbevolen of verplicht gesteld.

De Consumentenbond klaagt steen en been: de financiële producten zijn zo ingewikkeld dat niemand ze meer begrijpt en ze zijn onderling niet te vergelijken. Ook wordt niet duidelijk wat de bank berekent aan kosten, welke risico's de cliënt loopt en wat er gebeurt als de prijzen van huizen gaan dalen, zoals eind jaren zeventig gebeurde. Mijn ouders troostten zich met de wijsheid: 'Kopen is wel duur, maar het komt naar je toe!' Waarmee ze bedoelden dat het huis steeds een beetje meer van jezelf werd. Bij de huidige constructies is dat niet meer zo.

Er zijn enkele roependen in de woestijn die op de gevaren van de hypothekenbonanza wijzen. Adriaan Hiele verzorgt in de NRC de wekelijkse rubriek 'Gezin in zaken'. Lezers kunnen hem per brief of e-mail advies vragen. Week na week rekent hij in bondige stukjes voor dat banken, verzekeringsmaatschappijen en andere geldboeren de klant in het beste geval niet volledig voorlichten, en in het slechtste geval regelrecht misleiden. Hij schreef verschillende leesbare boekjes over geldzaken en over het verstandig beheren van de huiselijke financiën.

Toen jaren geleden het beleggen in aandelen tot nationale sport was geworden, bleef hij verkondigen dat het afbetalen van de hypotheek de best renderende belegging is. Als beste pensioenverzekering adviseerde hij te trouwen met iemand die geen gat in de hand heeft. Maar het is als vloeken in de kerk. Het 'lenen-is-leuk-adagium' is geïnternaliseerd, net als het misverstand dat lenen slim en verstandig is.

Er zijn twee soorten slachtoffers. Arme mensen, die er hulpeloos in tuinen. Ze lenen bij Frisia, Becam, Crefinas of PostKrediet bijvoorbeeld 65 duizend gulden tegen 6,9 procent. Door diverse onnavolgbare constructies, verplichte verzekeringen en kennelijk toegestane renteverhogingen gaan hun maandlasten van 520 naar 869 gulden, en dat twintig jaar lang. (bron: Consument en Geld, mei 2001).

De andere groep slachtoffers is veel groter. Bestaat zo'n beetje uit de rest van Nederland en wil net als het meisje in de Beethovenstraat slapend rijk worden, geld met geld maken, overwaardes beleggen, putopties leasen of nu weer (laatste mode) obligaties aanschaffen. Met grote risico's óf onduidelijke rendementen. Hetgeen meer een recept lijkt voor wakker liggen dan voor genoeglijk inslapen. En dat rijk worden is ook nog maar de vraag. De enigen die echt lekker binnenlopen zijn de aanbieders van deze producten.

Ongelooflijk dat de notie dat wie iets minder geld uitgeeft gewoon wat kan sparen of aflossen, zo snel uit het collectieve bewustzijn verdwenen lijkt.

Meer over