Wie neemt het op tegen 'de dikke'?

Ergens halverwege een indrukwekkende lofzang op de economische politiek van Nederland ('The Dutch cure'), velt het Britse weekblad The Economist een dodelijk oordeel over het door bondskanselier Helmut Kohl gevoerde economisch beleid: 'Soms lijkt een politiek bijna ontwòrpen om werkloosheid te creëren.'..

JOHN WANDERS

Nu dezelfde Kohl kenbaar heeft gemaakt bij leven en welzijn volgend jaar voor de zesde achtereenvolgende maal te zullen aantreden als lijsttrekker van de Duitse christen-democraten (The Economist: 'The fat man sings'), richten de Duitse weekbladen Der Spiegel en Focus zich met vereende kracht op de vraag wie in 1998 Kohls opponent zal worden in de strijd om de kiezersgunst.

Anders gezegd, wie wordt de nieuwe lijsttrekker van de sociaal-democratische SPD? Wie gaat 'de Dikke' uitdagen?

Als het aan SPD-voorzitter Oskar Lafontaine ligt, blijft deze vraag nog zeker twaalf maanden onbeantwoord. 'Een absurd theater', oordeelt Focus over Lafontaines strategie. De bekendmaking van Kohls zoveelste kandidatuur zet die Sozis immers onder druk; het weekblad registreerde de afgelopen dagen dan ook 'tot in de top van de SPD' twijfels over de gekozen partijstrategie.

Focus: 'Nòg heeft het machtmens Lafontaine de SPD in zijn greep, maar het wordt steeds zichtbaarder hoe krampachtig de vingers van de voorzitter zich om de partij sluiten.'

Der Spiegel huurde een onderzoeksinstituut in Bielefeld in, met hulp waarvan kon worden vastgesteld dat een overgrote meerderheid van de Duitse kiezers niet Lafontaine, maar de 53-jarige Gerhard Schröder als de geschiktste SPD-kandidaat voor het bondskanselierschap beschouwt.

Schröder, de favoriete kandidaat ook van de Duitse vakcentrale DGB, krijgt in de Spiegel-enquête 62 procent van de stemmen, tegen 27 procent voor Lafontaine. Bij een soortgelijke test in Focus is de verhouding weinig anders: 59 procent voor Schröder, 23 procent voor Lafontaine.

'We hebben sterke zenuwen nodig, maar er zijn goede redenen om vast te houden aan de afgesproken koers', reageert de vice-voorzitter van de SPD, Wolfgang Thierse - hetgeen wil zeggen: pas ná de verkiezingen in Nedersaksen (maart 1998) besluiten over de SPD-kandidaat voor het bondskanselierschap en die kandidaat bij voorkeur formeel benoemen op de partijdag in Leipzig (april 1998).

Onduidelijkheid over partijleiderschap, c.q. lijsttrekkerschap geeft niet zelden interne strubbelingen en gedoe - zie de opvolging van Joop den Uyl (PvdA) en Ruud Lubbers (CDA). Maar de SPD heeft in de tweede helft van de jaren tachtig ook ondervonden dat het succes van een nieuwe leider kan verdampen als deze zich te vroeg aan de start meldt.

Na een klinkende overwinning op deelstaatniveau werd Johannes Rau anderhalf jaar vóór de Bondsdagverkiezingen van 1987 op het podium getild als de logische SPD-kandidaat voor het kanselierschap. Maar de weg die hij moest afleggen bleek te lang: Raus indrukwekkende voorsprong op Kohl smolt geleidelijk weg en de CDU-kanselier kwam op de finale dag wederom als winnaar uit de bus.

Bijna tot vervelens toe wordt in de Duitse media herhaald dat Kohl, die inmiddels al vier SPD-lijsttrekkers versleet, de langst regerende kanselier is sinds Otto von Bismarck. De terugkerende vraag luidt daarbij: wordt het niet tijd voor een nieuw gezicht?

'Bij de afweging van de voor- en nadelen ben ik ervan overtuigd dat we met Helmut Kohl aan het roer meer noodzakelijke veranderingen in eigen land en in Europa kunnen doordrukken dan met wie ook', meent Kohls 'eeuwige kroonprins' CDU-fractieleider Wolfgang Schäuble. In Focus krijgt deze de vraag voorgelegd of hijzelf in 2002 (!) wellicht een gooi gaat doen naar het kanselierschap. Schäuble geeft het juiste antwoord: 'Straks begint u ook nog over 2006.'

John Wanders

Meer over