interviewRechtszaak Donorvader

Wie is spermadonor K34? Maria daagt het ziekenhuis voor de rechter op zoek naar haar biologische vader

Ze voelt stress, hoopt op een goede afloop en is bovenal nieuwsgierig. Komt de 22-jarige Maria eindelijk te weten wie haar biologische vader is? Die vraag staat deze maandag centraal in de rechtszaak die ze heeft aangespannen tegen het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem, waar ‘K34’ waarschijnlijk tussen 1993 en 2000 als spermadonor actief was.

Maria, 22 jaar, wil de identiteit van haar donorvader weten. Beeld Linelle Deunk
Maria, 22 jaar, wil de identiteit van haar donorvader weten.Beeld Linelle Deunk

De zitting in de Arnhemse rechtbank is historisch, ongeacht de uitkomst. Maria is voor zover bekend het eerste donorkind in Nederland dat hulp van de rechter vraagt bij het achterhalen van een zaaddonor. Ze heeft al navolging gekregen: een groep donorkinderen procedeert tegen de vruchtbaarheidskliniek uit Leiderdorp die toen nog MC Kinderwens heette. Ook zij eisen openbaarheid over hun donor

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Mocht de rechter oordelen dat Rijnstate mis zat, dan kan dat volgens deskundigen grote gevolgen hebben voor donoren en donorkinderen. Donoren zullen zich zorgen maken over hun anonimiteit, kinderen voelen zich wellicht aangemoedigd aan de rechter te vragen een einde te maken aan hun knagende onzekerheid. De veel grotere vraag die boven deze rechtszaak hangt is immers wat zwaarder weegt: het recht van een kind om te weten van wie hij afstamt of de bescherming van donoren die anoniem willen blijven.

Maria stapte in 2019 naar de rechter, omdat ze volgens haar advocaat Mark de Hek niet anders kon. ‘Alle andere wegen liepen dood, Rijnstate heeft steeds gezegd haar niet te kunnen helpen. De rechter is er voor je als je met rug tegen de muur staat. Dat is bij Maria het geval.’

‘Laat die man met rust’

Maria wil niet met haar achternaam in de krant, ze is bang dat ze de rest van haar leven wordt herinnerd als ‘dat donorkind dat naar haar vader op zoek ging’. Niet iedereen begrijpt hoe het is voor een donorkind om niet te weten van wie je afstamt, merkt ze aan de reacties op haar eerdere optredens in de media. ‘Laat die man toch met rust, lees ik dan. Of: wees tevreden met wat je hebt.’

Weten hoe haar donorvader heet en hoe hij eruit ziet – meer wil ze niet. Het zou haar rust kunnen geven, zegt ze. ‘De onzekerheid over wie hij is, heeft mijn leven ontwricht. Ik ben er dagelijks mee bezig. Elke keer als ik over iemand lees die in hetzelfde jaar als hij is geboren, denk ik: zou hij het zijn?’

Wat Maria betreft hoeft haar vader niet bang te zijn dat ze wil aanschuiven voor het avondeten. ‘Ik weet dat hij geen contact met mij wil, dat hoef ik dus ook niet met hem.’ Ze respecteert zijn privacy. ‘Ik ben zelfs bereid in te stemmen met een contactverbod, als hem dat geruststelt. Maar ik wil wel weten wie hij is.’

In zijn donorpaspoort omschrijft K34 zichzelf onder meer als ‘spontaan’ en ‘vindingrijk’. Ook weet Maria dat hij blond haar had en een gezin met drie kinderen toen hij vermoedelijk in 1993 begon met doneren bij Rijnstate. ‘Een intelligente man, kon ik uit zijn woordkeus en schrijfstijl opmaken’, zegt haar moeder Hedda.

B-donor

Hedda koos in 1996 bewust voor het Rijnstate-ziekenhuis, omdat ze daar als alleenstaande vrouw gegarandeerd een bekende donor (B-donor) zou krijgen. ‘Ik had psychologie gestudeerd, ik wist daardoor hoe veel problemen het kon veroorzaken als je als kind niet weet van wie je afstamt. Kinderen van een B-donor konden later contact met hem opnemen, beloofde Rijnstate mij. Helaas was ik zo dom daarop te vertrouwen.’

Want toen Maria na lang tobben het ziekenhuis in 2017 aanschreef om de identiteit van haar donor te achterhalen, was haar schrik groot. K34 had intussen zijn status van bekende in anonieme donor veranderd, kreeg ze te horen. Rijnstate had hierover nooit iets laten weten aan Maria of haar moeder, benadrukt advocaat De Hek. ‘Het had met hen moeten overleggen toen Rijnstate K34 benaderde met de vraag of hij anoniem wilde zijn.’

Rijnstate wil niet op de zitting van maandag vooruitlopen, zegt advocaat August de Hoogh. Het ziekenhuis zit volgens hem klem tussen het belang van de donor om anoniem te blijven en dat van Maria en Hedda, die zijn identiteit juist willen achterhalen. ‘Rijnstate kan daarin geen keus maken. En het is ook niet aan Rijnstate om te bepalen wiens belang prevaleert.’

Wet overtreden

Een evaluatiecommissie concludeerde in 2019 dat meer ziekenhuizen en klinieken de wet hebben overtreden door, ter voorbereiding op de nieuwe Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb), in 2004 contact te leggen met spermadonoren. Donoren die er eerder nog mee hadden ingestemd dat hun kinderen hen later konden identificeren, werden wakker geschud en kozen daardoor alsnog voor anonimiteit. De Wdkb beschermt de rechten van donorkinderen beter: elk kind dat na het ingaan van de wet is verwekt kan vanaf zijn 16de levensjaar de naam, geboortedatum en woonplaats van zijn donor opvragen.

Met het zaad van K34 werden, behalve Maria en de drie kinderen uit zijn eigen gezin, zeker 56 andere kinderen verwekt. De oudste werd, voor zover ze weet, geboren in 1996, de jongste in 2009. Maar ze houdt er, mede door de verhalen van andere groepen donorkinderen, rekening mee dat ze nog veel meer halfbroers en halfzussen (‘halfjes’) heeft.

Meer over