Wie invloed wil, Donner kan informateur beter ontzien

Tientallen lobbygroepen proberen hun stempel te drukken op het beleid van het nieuwe kabinet of, nog beter, een bevriende minister benoemd te krijgen....

POSTZAKKEN vol lobbybrieven ontvangt informateur Donner momenteel uit zowel de publieke als de private sector. Hij weet er raad mee: een ambtenaar mag ze registreren op een lijst, die later openbaar wordt en al die lobbygroepen te kijk zet. Zij zijn inderdaad naïef. Zij hadden veel eerder, liefst indirect, moeten 'insteken' bij de politieke partijen en de bevriende ambtenaren en belangengroepen. Met de nieuw verkozen Kamerleden hadden zij al maanden in gesprek moeten zijn. Zij hadden kunnen weten dat een lobbybrief nu het eigenbelang meer schaadt dan bevordert.

In het beste geval blijft hij onopgemerkt. In het slechtste geval krijgt hij aandacht en dus, in ons pluralistische landje, oppositie van andere lobbygroepen. Dan wordt scoren moeilijker. Domme lobbygroepen weten niet dat, zoals recent onderzoek toont, de in het Regeerakkoord 1998 genoemde wetsvoorstellen bijna 50 procent trager tot stand kwamen dan de daarin niet genoemde. Zij weten zo weinig en doen maar wat hen invalt. Voor hen volgen hier vijf bijlessen.

Een regeerakkoord is, ten eerste, weinig meer dan een position paper van het nieuwe kabinet. Het bevat eerder vage oogmerken dan concrete doeleinden en het plaatst vooral piketpaaltjes: te volgen procedures, instanties en tijdspaden. Is die tekst veelbelovend, dan geeft zij nog niets. Valt zij tegen, dan bindt zij het kabinet voorlopig wel. Zwijgt zij over het eigenbelang, dan blijft er alle ruimte tot beïnvloeding.

Ten tweede, anders dan voorheen concipieert de informateur momenteel geen regeerakkoord, maar een akkoord tussen de fracties CDA, LPF en VVD. Dit is de nieuwe wind van dualisme, opgestoken in Rotterdam dit voorjaar, waar binnen een maand dezelfde drie fracties een globaal akkoord sloten en het nieuwe college van B & W momenteel zijn meer gedetailleerde collegeprogramma schrijft. Die tweede ronde moet in Den Haag nog volgen en zou kunnen samenvallen met het opstellen van de nieuwe Miljoenennota. Vooral wie geld wil, moet hierop letten.

Ten derde is het uiteindelijk altijd le ton qui fait la musique. Elke tekst biedt interpretatieruimte. De ene bewindspersoon vertolkt dezelfde tekst anders dan de andere. Een slimme lobbygroep probeert welgezinde personen op de gewenste portefeuille te krijgen, liefst via elk van de drie partijen, maar zonder dat deze die acties merken. Men kan beter niet openlijk eigen vrienden aanbevelen, maar wel ongewenste rivalen ontraden. De selectie is zelden positief, meestal negatief. Wie overblijft, wordt bewindspersoon. Ook dit spel moet men onzichtbaar spelen.

Stel dat men tot zover succes heeft, is men dan spekkoper? Nee, hooguit heeft men nu goede kans hierop. Het echte spel, ten vierde, begint nu pas. Dit heet braaf de implementatiefase van het regeerakkoord. Hier kan men alsnog winnen of verliezen. Van het regeerakkoord uit 1998 is 30 procent van de voorgenomen wetten niet gerealiseerd, tot genoegen van de ene lobbygroep en boosheid van de andere. Nóg meer voornemens zijn anders dan bedoeld gerealiseerd.

In deze fase draait het land als vanouds. De coalitie heeft haar verlanglijstje gemaakt. Bestaande procedures en verhoudingen bemoeilijken snelle realisatie. Voor een rechtstreekse verkiezing van de burgemeester is een, traag verlopende, grondwetswijziging nodig. Afslanking van de rijksoverheid is gebonden aan vele regels die jaren vergen, ook als men ze wil afschaffen.

Over veel onderwerpen heeft Den Haag niet als enige of helemaal geen zeggenschap. Daarover gaan decentrale overheden, private organisaties of 'Brussel'. Zij kunnen die Haagse verlangens ongewenst, onmogelijk of onwettig verklaren. De slimme lobbygroep maakt hiervan gebruik.

Wie ook de vierde hobbel heeft genomen, is er dan nog niet. Dan heeft men slechts het gewenste besluit in het Staatsblad. Nu begint, ten vijfde, de maatschappelijke doorwerking ervan en die is meestal anders dan gedacht. Altijd zijn er onvoorziene gebeurtenissen. In deze zogeheten inspectiefase kan men gemakkelijk ongewenste neveneffecten vaststellen, die om bijsturing vragen in uiteraard de richting die de lobbygroep wil. Inmiddels zit de maximale termijn van het kabinet er wel op, naderen de volgende verkiezingen en kan menige lobbygroep deze bijlessen repeteren.

Betekent deze hindernisbaan nu dat het geen zin heeft zich te bemoeien met de vorming van regeerakkoord en kabinet? Nee, want er kan altijd iets onaangenaams passeren, waarvan men jaren last heeft. Dus moet men ten minste goed opletten wat er gebeurt, in jargon het 'huiswerk maken'. Daaruit kan men aflezen óf vervolgens enigerlei actie nodig is en, zo ja, welke, hoe, wanneer, waar en bij wie.

Maar Donners postzak vullen, blijft onnozel. Ziet men vanuit het huiswerk dat men de wind niet tegen heeft, dan kan men beter stil blijven en prudent rekening houden met een weersomslag. Krijgt men gure tegenwind, dan moet men zich daartegen beschermen. Dat kan bij elk van die hobbels op die hindernisbaan. Wie als 'Machiavelli in Den Haag' niet wil verliezen, moet zoals de Florentijn allereerst zijn huiswerk doen en vervolgens omzichtig opereren. Dat valt te leren.

Maar vergelijking van de postzakken 1998 en 2002 zal tonen dat vele groepen hardleers zijn.

Meer over