Wie het eerst schiet, sterft als tweede

'Een luide scheet is beter dan een lange preek.' Deze wijsheid van Mao lag ten grondslag aan de vijf atoomproeven die India vorige week uitvoerde, stelt een Indiase ontwapeningsdeskundige in Time....

PHILIPPE REMARQUE

De Grote Roerganger heeft gelijk gekregen, als je het succes tenminste afmeet aan de hoeveelheid reacties. De veiligheid van India, voorheen slechts voor weinigen een voorwerp van zorg, is nu het gesprek van de dag.

De commentaren in de weekbladen lopen sterk uiteen, van een oproep India hard te straffen tot de blijde constatering dat nucleaire afschrikking juist een heilzame werking zal hebben op Azië.

The Economist is een vertegenwoordiger van de eerste school. Clinton en Jeltsin moeten in ieder geval hun voor dit jaar geplande reizen naar India afzeggen, vindt het blad. Want het hangt af van de straf die het buitenland oplegt of de atoomproeven de nationale belangen van India dienen of juist schaden.

India moet een hoge prijs betalen, omdat andere drempellanden, om te beginnen Pakistan, goed zullen opletten of een eigen nucleair avontuur de moeite loont.

Als India niet genoeg schade ondervindt, zou de wereldwijde strijd tegen de verspreiding van massavernietigingswapens wel eens verloren kunnen zijn.

Volgens Time was die strijd toch al op een illusie gebaseerd. De wereld is vorige week met de neus op een harde waarheid gedrukt: er is weinig dat landen kan tegenhouden die bereid zijn internationale veroordeling te verdragen als ze zo de wapens kunnen krijgen die ze essentieel achten voor hun nationale veiligheid of zelfs maar prestige.

Columnist Charles Krauthammer schrijft in Time dat de regering van Clinton naïef is geweest, door te denken dat de wereld te genezen is met het ene na het andere verdrag. Hoe kan het Witte Huis verbaasd zijn dat een land in opkomst met bijna een miljard inwoners wil toetreden tot de nucleaire club?

Een internationale norm tegen atoomproeven werkt niet, stelt Krauthammer, want voor landen als India is er iets belangrijkers dan normen: macht. Dat kan de Amerikaanse regering wel afdoen als iets ouderwets in een tijd van globalisering, maar de Amerikanen hebben makkelijk praten: zij hebben al macht, sterker nog, de meeste macht van alle landen ter wereld, en dat al vijftig jaar.

India weet talloze Chinese kernraketten op zich gericht en ziet dat aartsvijand Pakistan door China clandestien aan atoomtechnologie wordt geholpen. Het land ziet dat de vijf grootmachten op de wereld met een beslissende stem in de Veiligheidsraad maar één ding gemeen hebben: het bezit van een kernwapenarsenaal. India heeft nu ook grootmachtstatus verworven. Het zal op korte termijn gestraft worden, maar op de lange duur zal de wereld rekening houden met het land.

Clinton zegt: 'Ik hoop dat de Indiase regering zich spoedig realiseert dat het een zeer groot land kan zijn in de 21ste eeuw zonder dit soort dingen te doen.' Volgens Krauthammer is dit de neerbuigende toon die een vader aanslaat tegen zijn tienerzoon, als deze na een avond drinken thuiskomt met een tatoeage op zijn arm.

Een andere dissidente commentator is Theo Sommer in Die Zeit. Hij stelt dat de afschrikking door atoomwapens, die in veertig jaar Koude Oorlog de vrede heeft bewaard tussen Oost en West, op het Indische subcontinent ook kan werken. Waarom zou het principe 'wie het eerst schiet, sterft als tweede' daar niet gelden? Sommer haalt een zin aan uit de laatste strategic survey van het Londense instituut voor Strategische Studies: 'Het feit dat zowel India als Pakistan heimelijke atoomstaten zijn, kan een van de oorzaken zijn dat het bedreigende idee van een conventionele oorlog niemand meer kwelt.'

Het Franse blad Le point waarschuwt echter dat de afschrikkende werking van de wederzijdse vernietiging op regionaal niveau nog nooit zijn waarde heeft bewezen. India en Pakistan zouden de logica van het niet-gebruik van kernwapens wel eens overboord kunnen zetten. Dat is de grote vraag: zijn de Indiase en Pakistaanse vingers boven de atoomknop even terughoudend als de Russische en Amerikaanse tot nu toe zijn geweest?

Philippe Remarque

Meer over