Wie gaat er over het leven van tbs’er Alexander?

Tbs’er Alexander is toe aan resocialisatie, vindt de rechter. De kliniek waar hij verblijft denkt daar anders over. Wie beslist er nu eigenlijk?...

De afgelopen twee weken schreven we in deze rubriek over Alexander (34). Acht jaar geleden wurgde hij bijna een medewerker van een daklozenopvang. Alexander was toen een magere junk, letterlijk gek van drugs. Paranoïde waanstoornissen leidden tot zijn daad, stelden een psychiater en een psycholoog. De rechtbank legde tbs op. Acht jaar later is Alexander een stevige kerel van 135 kilo, die zijn tijd in de tbs-kliniek verdoet met het maken van schuttingen voor de personeelstuin. Rechters vinden al jaren dat de tbs-kliniek moet beginnen aan de laatste fase van de behandeling. Alexander moet de stap terug in de samenleving maken, aldus de rechtbank. Maar de tbs-kliniek doet dit niet.

Kan dat zomaar, vraagt lezer H.A.P. te Tilburg zich af.

Annemieke K. uit Hardinxveld schrijft dat ze merkt dat ze tbs’ers sinds kort ‘heel eng’ is gaan vinden. ‘Vijf jaar geleden zou ik nog gedacht hebben dat deze mensen de beste behandeling moesten krijgen. Ze kunnen er immers niks aan doen dat ze psychisch zo verward zijn. Sinds ook op de voorpagina van uw krant tbs’ers worden beschreven als de gevaarlijkste personen in de maatschappij, is mijn mening veranderd. Vreemd eigenlijk, want ik weet heel weinig van het tbs-systeem.’

Laten we daarom beginnen met een kaal feit, de gemiddelde leeftijd van de personen die tbs krijgen opgelegd. Was een tbs’er in 1990 bij veroordeling gemiddeld 26 jaar, nu is dat 30 jaar. (Een verklaring voor de toename heeft het ministerie van Justitie niet.)

Ander feit: in tbs-klinieken zitten steeds meer vrouwen. Was in 1990 hun aandeel 3 procent, in 2004 is dat 6,3 procent. Derde feit: ongeveer een kwart van de tbs’ers is niet in Nederland geboren.

Nederland kent twaalf klinieken die door het ministerie van Justitie zijn aangewezen voor de behandeling van tbs’ers: drie rijksinstellingen en negen particuliere klinieken. Zij hadden in 2005 gezamenlijk 1491 tbs-plaatsen, 228 plaatsen meer dan in 2001.

Vóór 1999 gingen alle zogeheten tbs-gestelden voor diagnose naar het F.S. Meijers Instituut in Utrecht. Dat instituut bepaalde in welke kliniek de tbs’er het best kon worden behandeld. Sinds 1999 is die procedure vereenvoudigd. Tbs’ers worden aan een willekeurige kliniek toegewezen.

Dat gebeurt tijdens het tweemaandelijkse overleg tussen de zogeheten intakecoördinatoren van de tbs-klinieken en ambtenaren van de afdeling individuele tbs-zaken van het ministerie van Justitie. In dat overleg wordt gekeken welke kliniek welke tbs’er die op de wachtlijst staat, kan plaatsen. De wachttijd voor plaatsing kan oplopen tot 2,5 jaar.

Toewijzing gebeurt formeel gezien willekeurig, maar er spelen praktische overwegingen. Zo hebben de Van der Hoevekliniek (in Utrecht), het forensisch psychiatrisch centrum Veldzicht (in Balkbrug) en FPC Oldekotte (in Rekken), de meeste plaatsen voor vrouwen. Tbs’ers met een IQ lager dan 80 gaan naar Hoeve Boschoord (in de gelijknamige plaats), FPC Veldzicht of de Rooyse Wissel (in het Limburgse Oostrum). Extra vluchtgevaarlijke tbs’ers komen op de extra-beveiligde afdelingen bij de Groningse Van Mesdagkliniek, FPC Veldzicht of De Kijvelanden in Portugaal.

Na toewijzing krijgt de kliniek het dossier van de persoon toegestuurd. Ze krijgt vier weken de tijd om te bezien of de patiënt in de doelgroep van de kliniek valt. Vertegenwoordigers van de kliniek zoeken de patiënt op in het huis van bewaring en voeren een intakegesprek.

Klinieken onderscheiden drie fasen in de behandeling van tbs’ers: de opname, waarin gedurende zo’n 3 tot 6 maanden wordt gekeken wat de hulpvraag is en naar welke afdeling de patiënt moet. Fase 2: de behandelfase, gemiddelde duur zo’n drie jaar. Fase 3: resocialisatie en nazorg, de laatste fase van behandeling waarin ook de meeste verloven plaatshebben.

Terug naar Alexander. Al een aantal jaren wil de rechtbank dat hij begint aan fase 3. Vaak kan een tbs-kliniek weinig met zo’n aanwijzing van de rechters. Als een kliniek vindt dat een tbs’er toe is aan bijvoorbeeld proefverlof, moet zij hiervoor toestemming vragen aan het ministerie van Justitie. Dat kijkt heel sterk naar het recidivegevaar. Als de rechtbank zegt: resocialeren, en de kliniek krijgt geen toestemming van het ministerie, zit de kliniek klem. In het geval van Alexander wil de rechtbank resocialeren, maar de kliniek vindt dat onverantwoord en geeft dus geen gehoor aan de overweging van de rechters.

De rechtbank kan daarop in het uiterste geval de tbs van Alexander beëindigen, dit heet contraire beëindiging. De praktijk leert dat in dergelijke gevallen de tbs’er vaak weer de fout ingaat. Dat komt mede doordat de kliniek de tbs’er niet heeft kunnen voorbereiden op de terugkeer in de samenleving. In 2004 besloot de rechtbank 25 keer tot zo’n contraire beëindiging.

De zaak van Alexander komt in januari opnieuw voor de rechter.

Peter de Greef

Meer over