Vijf vragen

Wie gaat de schade van de wateroverlast in Limburg betalen?

Een man veegt water uit de Oude Kerk in Valkenburg. Het gebedshuis raakte afgelopen week flink beschadigd. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Een man veegt water uit de Oude Kerk in Valkenburg. Het gebedshuis raakte afgelopen week flink beschadigd.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

De schade van de wateroverlast in Limburg gaat in de honderden miljoenen lopen. Wie gaat dat betalen? Vijf vragen.

Vergoedt de verzekering de kosten?

Voor een deel. Auto’s die allrisk of casco zijn verzekerd, worden hoe dan ook vergoed. Schade aan huizen, bedrijfspanden en huisraad wordt alleen gedekt als de oorzaak ‘extreme regenval’ is. Dat wordt een ander verhaal als er sprake is van een overstroming of dijkdoorbraak.

Daarbij maakt het ook nog veel verschil of je huis is ondergelopen door de Maas of de veel kleinere Geul. In het laatste geval vergoeden de meeste verzekeringen de opgelopen schade. Maar als ‘primaire waterkeringen’, zoals grote rivieren en dijken heten, overstromen of doorbreken, wordt dat in 99 procent van de gevallen niet vergoed. Omdat de kosten dan zo hoog kunnen oplopen, zouden verzekeraars kunnen omvallen. Sinds de watersnoodramp van 1953 branden verzekeraars daar hun vingers niet meer aan.

Het kabinet heeft Limburg toch als ‘rampgebied’ bestempeld waardoor het financieel bijspringt?

Door het getroffen gebied tot ‘rampgebied’ uit te roepen, wordt de Wet tegemoetkoming bij schade (WTS) toegepast. Deze wet die tegemoetkomingen bij ‘overstromingen door zoet water, aardbevingen of andere rampen en zware ongevallen’ regelt, bestaat sinds 1998 en is sindsdien vijf keer in werking getreden. De kosten moeten dan wel ‘onverzekerbaar, onvermijdbaar en niet-verhaalbaar’ zijn.

Boeren en telers kunnen een verlies claimen door de misgelopen opbrengst van de oogst. Dat geldt niet voor iedereen: inkomstenderving voor ondernemers, bijvoorbeeld in de horeca, wordt niet vergoed. Überhaupt geldt: een tegemoetkoming is niet hetzelfde als een vergoeding. Waarschijnlijk blijft een deel van de schade ‘eigen risico’.

Hoe gaat de overheid nu te werk?

Er wordt nu eerst een zogenaamde quickscan gemaakt door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Daarin wordt bepaald welk gebied onder de regeling valt en wat de geschatte omvang van de schade is. De resultaten worden een dezer dagen aan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gemeld, laat een woordvoerder van RVO weten. Een ministeriële regeling zal vervolgens de resultaten bekendmaken en de procedure beschrijven voor de aanvraag van een tegemoetkoming. Onafhankelijke taxateurs zullen voor gedupeerden een schaderapport opmaken. Er wordt verwacht dat de schadeafhandeling even kan duren, omdat alles eerst moet drogen.

Er is veel onzekerheid onder gedupeerden. Zou dit in de toekomst anders kunnen?

Het Verbond van Verzekeraars pleit voor het duidelijker vastleggen van de hoogte van de tegemoetkoming in de WTS. Dat is voor de overheid moeilijk, aangezien de omvang van natuurrampen verschilt. Ook is de verwachting dat we door klimaatverandering in de toekomst meer rampen zullen hebben. Maar het neemt wel onzekerheid weg en verzekeraars kunnen dan eenvoudiger aanvullende verzekeringen ontwikkelen.

Kan er niet ook nog een beroep worden gedaan op het Solidariteitsfonds van de EU?

Europarlementariërs van de christen-democraten uit Nederland, Duitsland en België hebben in een brief aan de Commissievoorzitter Ursula von der Leyen financiële steun uit dit fonds gevraagd. ‘Er moet nu direct actie worden ondernomen’, valt in de brief te lezen. ‘We hebben snelle en onbureaucratische hulp nodig om aan de wederopbouw te kunnen beginnen.’ De brief werd ondertekend door in totaal zestien europarlementariërs, onder wie de Limburgers Esther de Lange en Jeroen Lenaers.

Sinds het fonds in 2002 in het leven is geroepen om Europese regio’s te steunen bij natuurrampen, is er zo’n tachtig keer hulp verschaft, in totaal 5 miljard euro. Op Twitter liet Von der Leyen weten, nadat ze het Belgische Rochefort en Pepinster had bezocht, er te zijn ‘voor jullie in deze moeilijke tijden en we zullen er zijn voor de heropbouw’.

Meer over