Wie er ook wint, massief wordt het woonblok zeker

Voor een groep bewoners is het nu al een doorn in het oog, voor stedebouwkundigen moet het de parel in de kroon worden: de poort die in de toekomst de entree zal vormen van het KNSM- en Java-eiland in Amsterdam....

JAAP HUISMAN

Van onze verslaggever

Jaap Huisman

AMSTERDAM

De 'bidbooks' liggen er nu, met vier volledig verschillende oplossingen. Maar de uitkomst staat vast. Wie de competitie gaat winnen, maakt niet uit: omvangrijk zal het woonblok hoe dan ook worden. Ongeveer tweehonderd woningen in uiteenlopende prijsklassen, werkruimten, parkeerfaciliteiten en steigers voor boten moeten onder één dak komen. Qua schaal sluit het poortgebouw aan bij de nu al gerealiseerde mammoeten, Piraeus van Hans Kollhoff en Barcelona van Bruno Albert, en de twee in aanbouw, Skydome van Wiel Arets en Emerald Empire van Jo Coenen.

Zo is het ook door de supervisors van dit oude havengebied bedacht. Om weerstand te bieden aan de grote plas water van het IJ, om de wind te keren en de zon te vangen: daarop zijn superblocks het antwoord. Zij verwijzen niet alleen naar het verleden van silo's en dokken, zij zijn ook bij uitstek geschikt om grote groepen uiteenlopende woningzoekenden op te vangen. Dat is het beeld van het KNSM-eiland.

Anders ligt het op het aanpalende Java-eiland, waarvoor de architect Sjoerd Soeters een masterplan heeft getekend. Hier worden kleinere blokken gerangschikt aan korte grachten die het eiland doorsnijden, hier is de referentie niet de haven maar de grachtengordel. Waarmee Soeters Amsterdam zijn eigen Giudecca, in de lagune van Venetië, probeert te geven.

De enige toegangsweg naar dit tot voor kort desolate hoekje van Amsterdam bestaat uit een strekdam die onhandig schuin over het water ligt. Onhandig, omdat de bewoners vanuit de binnenstad gezien honderden meters verder moeten rijden voordat ze hun schiereiland bereiken. Nu is het een afmeerplaats voor binnenvaartschepen in ruste en woonboten. Overgangsgebied heet het terecht in de prijsopgave. Dat zijn niet alleen de interessantste terreinen in de stad - verwachtingsvol, een mengeling van legaal en illegaal, creatief bebouwd - ze zijn ook het moeilijkst vorm te geven. Als er geen planologen bestonden, wèrden ze ook niet vormgegeven. Maar zoals een boek een stofomslag hoort te hebben, zo heeft het KNSM/Java-eiland een springplank nodig. Zo'n gebaar dat wil zeggen: hier begint het.

Vier bureaus zijn naar dit eldorado gelokt: MBM Arquitectes, het toonaangevende bureau van de stedebouwkundige Oriol Bohigas uit Barcelona, de Zwitserse architect Luigi Snozzi (populair bij de KNSM-supervisor Jo Coenen), het eveneens Zwitserse maar Duitstalige bureau Diener & Diener en de Nederlander Rudy Uytenhaak. Ze hebben alle vier plannen ingestuurd met een thema, genoemd naar de vorm van het gebouw.

Uytenhaak laat zijn Zeven met een poot in het water eindigen, waardoor de bewoners onder zich de aangemeerde bootjes kunnen bewonderen. Diener & Diener hakken het gebouw in tweeën: een vierkant Hofhaus en een langwerpig Langhaus dat ook het water ingaat. Snozzi's Lo Snodo mijdt als enige het idee van een gesloten superblock en verdeelt de opgave in verschillende gebouwen rondom een plein. MBM tenslotte kiest voor een dubbel voorportaal, De Ouverture, met een vleugel aan de 'Java-kant' die qua schaal meegaat met de lagere bebouwing daar, en een open ellips aan de 'KNSM-kant'.

Naar verluidt ligt Diener & Diener voorop in de race. Hoewel de adviezen van de supervisoren (Soeters, Coenen en de ex-rijksbouwmeester Dijkstra) al zijn uitgebracht maar geheim worden gehouden, en er nog adviezen komen van het grondbedrijf, havenbedrijf en de stedelijke woningdienst, zou de dienst Ruimtelijke Ordening een voorkeur hebben voor het Hofhaus en Langhaus. Uiteindelijk maakt de wethouder eind oktober een keuze, maar dan is het pleit in het ambtelijk circuit al beslecht.

Omdat de diensten hun kaken tot die tijd op elkaar houden, is het gissen naar de motieven. Het is een kwestie van afstrepen. Als De Ouverture van MBM afvalt, komt dat vanwege zijn amorfe karakter: het zijn drie gebouwen die elk een andere taal spreken, met elkaar verbonden door een verhoogd voetgangersdomein. MBM heeft in Barcelona bewezen een meester te zijn in het scheppen van een veilige en boeiende openbare ruimte, waaraan de architectuur als het ware ondergeschikt wordt gemaakt. Hier wordt juist het omgekeerde verlangd: een visitekaartje voor Amsterdams 'openlucht-museum'. Elders op het eiland had De Ouverture meer kans van slagen gehad.

Bij Lo Snodo speelt hetzelfde probleem. De verdeel- en heerspolitiek van Snozzi leidt tot een verbrokkeld geheel met een hoofdgebouw dat knipoogt naar het Scheepvaartmuseum. Zijn gebouw B is een regelrechte kloon van de oudbouw van de Nederlandsche Bank op het Frederiksplein of de universitaire misbaksels op het Roeterseiland. Daar heeft Amsterdam al genoeg van.

Dat Uytenhaak niet wint, komt niet zozeer door zijn ontwerp - dat is prikkelend, dynamisch - maar doordat hij al genoeg aan zijn trekken komt in Amsterdam. Er wordt in het stadsdeel Zeeburg geadverteerd met een woontoren van Uytenhaak, terwijl het beton aan de Weesperstraat en in Nieuw-Sloten nog maar ternauwernood is opge droogd. Hoeveel Uytenhaak kan een stad verdragen?

Saai, voorspelbaar, zo eenvoudig als wat: dat wordt dus de doorn, respectievelijk de parel op het KNSM/Java-eiland. Een langwerpig blok, een gesloten blok. In de verantwoording zeggen Diener & Diener dat 'de gedachte van ''het opslaan'' in de opbouw van het Langhaus zichtbaar is'. Opslaan, niet van goederen maar van mensen. 'Anders dan de grote woongebouwen met hun spel van vensters, loggia's en balkons heeft het Langhaus maar een type muuropening.' Dat lijkt vooral computertechnisch gezien een makkelijke oplossing.

Het Hofhaus steekt daarbij af als 'een kubisch bouwlichaam', 'met een uitgesproken open karakter, dat ook voor andere samenlevingsvormen dan de traditionele gezinsstructuur ruimte moet bieden'. Het zou volgens Diener & Diener even goed een pakhuis of een hotel kunnen zijn. De wedstrijd is weliswaar nog niet gelopen, maar het scorebord krijgt al tekening: alle yuppen in het Hofhaus en alle gezinnen in het Langhaus.

Binnen maakt dat onderscheid overigens niets uit; als gestandaardiseerde kippenrennen, zo zien de plattegronden eruit, platgewalst door het gewicht van wenken en voorschriften voor de (sociale) woningbouw. Misschien dat daar eens een aparte prijsvraag aan gewijd zou kunnen worden.

Meer over