Wie er ook populair is, Nicolas Sarkozy is dat niet

Het aangescherpte veiligheidsbeleid van Nicolas Sarkozy roept niet alleen weerzin op bij kardinalen, Europese commissarissen en organisaties voor mensenrechten. Ook in eigen kring neemt het verzet toe, al zijn er weinigen die het openlijk durven zeggen....

Minister Kouchner had een Jezuïtische formulering bedacht. ‘Ik treed niet af. Maar ik heb er aan gedacht.’ Dat iemand na diepgravend zelfonderzoek alsnog had besloten in de regering te blijven, kon door de Sarkozy-getrouwen nog als een opsteker worden uitgelegd. Al begint de door Sarkozy bedachte ‘ouverture’ die het rechtse kamp dwingt samen te werken met linkse types als hij, steeds meer ergernis te wekken.

Kouchners twijfels waren ingegeven door de uitzettingen van zigeuners. De van oorsprong Algerijnse Fadela Amara, staatssecretaris die de toestand in de banlieues moet verbeteren, heeft vooral moeite met het verband tussen afkomst en criminaliteit, die Sarkozy heeft gelegd. De president zei Fransen van buitenlandse origine hun staatsburgerschap te willen ontnemen als ze zware misdaden plegen. ‘Ik kan niet aanvaarden dat in mijn land mensen zoals ik in een toestand van juridische onzekerheid worden geplaatst’, reageerde Amara.

Ook zij levert haar portefeuille niet in, net zo min als Hervé Morin, minister van Defensie maar ook voorzitter van een politieke stroming: le Nouveau Centre. Morin ziet in het aangescherpte veiligheidsbeleid een reden zijn partij een scherper profiel te geven, los van Sarkozy’s UMP.

Als ook partijveteranen als Alain Juppé en Jean-Pierre Raffarin hun stem verheffen , dan zijn de tekenen duidelijk: de UMP is in crisis.

De adjudanten vliegen elkaar al in de haren. Fractieleider Jean-François Copé en partijvoorzitter Xavier Bertrand, een brave soldaat van Sarkozy, verwijten elkaar openlijk niets gedaan te hebben om de meningsverschillen te voorkomen. Tussen hen woedt een strijd om de leiding.

De president zelf blijft tot dusver buiten schot. Al zou het niet slecht zijn hem om te beginnen eens op zijn slordige formuleringen te wijzen. De tekst over ‘Fransen van buitenlandse origine’ veroorzaakte eindeloze speculaties. En het op een hoop gooien van gens du voyage (woonwagenbewoners) en Roms (zigeuners) werkt verwarring en stigmatisering in de hand.

Zoals zo vaak is het eerste minister François Fillon die de rol van brandweercommandant op zich neemt. Hij kiest daarbij steeds meer een eigen positie, op een halve pas afstand van de president. ‘Ik zou het wellicht niet zo geformuleerd hebben,’ zei hij.

Vervolgens deelde Fillon wat corrigerende tikken uit naar rechts. Een paar ministers waren in zijn ogen te ver gegaan. Het was zonneklaar dat hij Christian Estrosi bedoelde, die had voorgesteld burgemeesters die op het gebied van veiligheid tekort schieten, te treffen in hun gemeentelijke budget. Door socialistenleider Martine Aubry ervan te beschuldigen als burgemeester van Lille zelf zigeunerkampen te hebben gesloten, liet hij geen ruimte voor twijfel over zijn eigen loyaliteit.

Fillon is in drie jaar uitgegroeid tot een echte staatsman met het juiste woord op het goede moment. Hij houdt zijn eigen kamp in bedwang, zonder onacceptabel te worden voor de oppositie. Het is een houding waarnaar Sarkozy vruchteloos zoekt.

De eerste minister is daarmee tegelijk schild en achilleshiel van de president. Fillon staat borg voor de eenheid in eigen kamp, maar tegen zijn onverminderde populariteit steekt die van de president bleek af.

Meer over