Whatsapp, juf?

Een whatsappje sturen naar de leraar om te vragen naar je cijfer of je leerlingen via Facebook een standje geven. Door sociale media vallen werk en privé ook in het onderwijs steeds meer samen. Waar ligt de grens?

ANOUK KEMPER

Het begon allemaal met Hyves. Richard van de Gumster, vmbo-leerkracht op de Open Schoolgemeenschap Bijlmer, had een speciale klassenpagina op de Nederlandse netwerksite aangemaakt. 'Daar plaatste ik bijvoorbeeld foto's op van de werkweek. Kinderen konden daar dan op reageren of het 'leuk' vinden.' Hij pauzeert even. 'O nee, dat heette toen nog 'respect'.'

Nu is Van de Gumster, die naast economie en administratie ook ict-lessen geeft, vooral actief op Facebook. Hij houdt altijd in zijn achterhoofd dat er leerlingen meekijken. 'Ze mogen best vakantiefoto's zien, maar een foto in zwembroek gaat weer wat ver.' Hij voegt nooit zelf leerlingen toe. 'Die ruimte laat ik aan hen.' Dat werk en privé door zijn Facebookvriendschappen door elkaar lopen, vindt hij zijn eigen keuze. 'Kijk, als iemand een filmpje plaatst waarin bepaalde lichaamsdelen heen en weer schudden, ga ik daar niet als een puber op reageren.' Dat leerlingen hem een whatsapp sturen om te melden dat ze vijf minuten te laat zijn, vindt Van de Gumster geen probleem. 'Anders bel ik om te vragen waar ze blijven.'

Charlotte Dopper, sinds dit jaar adjunct-directrice van OBS Overvecht in Utrecht, is minder enthousiast. Eerder werkte ze hier zeven jaar als juf. 'Ik heb twee verzoeken gehad van leerlingen, maar die heb ik afgewezen. Ik vind dat werk en privé gescheiden moeten blijven.' Het is het algemene beleid van de basisschool. 'Sommige leraren plaatsen op Facebook dat ze van het weekend hebben gefeest, dat hoeft niet iedereen te zien.' Bovendien was er veel gedoe tijdens de msn-periode, waarin leerlingen elkaars account hackten en uit andermans naam nare berichtjes gingen rondsturen. 'Dat leverde ingewikkelde conflicten op en die willen we buiten de school houden.'

De school waar Dopper werkt, heeft een eigen beleid voor sociale media, maar op veel (middelbare) scholen ontbreekt dat. CNV Onderwijs besloot in 2011 een aantal richtlijnen op te stellen, omdat de vakbond steeds meer vragen ontving van leraren met betrekking tot Facebook en andere sociale media.

Het Social Media Protocol Onderwijs heeft als doel 'de dialoog over het gebruik ervan op gang te brengen en een handreiking te bieden voor meer duidelijkheid in het grijze gebied tussen binnen- en buitenschools mediagebruik'. Leraren wordt aangeraden zich op dezelfde manier op bijvoorbeeld Twitter te gedragen als voor de klas. Een tweet afsluiten met '...en nu wel weer aan je huiswerk... Laterzz XXX' wordt afgeraden, evenals filmpjes waarin de docent in beschonken toestand verkeert.

Van de Gumster had dit zelf al bedacht. 'Ik zal nooit seksueel getinte opmerkingen plaatsen of schuttingtaal gebruiken. Dat hoort sowieso niet bij mijn rol als docent.' CNV Onderwijs vindt dat leraren vooral zelf moeten bepalen of ze wel of geen leerlingen accepteren op Facebook. Een tussenoplossing kan een account speciaal voor leerlingen zijn. Leerkracht Conny van Belzen, werkzaam op het Vitus College in Bussum, vraagt regelmatig aan de schoolleiding of het goed is dat ze leerlingen als Facebookvrienden heeft. 'Als het niet meer mag, zal ik ze verwijderen.'

Van Belzen zet nooit persoonlijke zaken op haar pagina, maar ze vindt het wel een handige manier om haar leerlingen in de gaten te houden. Meestal is de toon luchtig. 'Als ik zie dat leerlingen lekker hebben lopen feesten in Amsterdam zeg ik: 'Hopen dat je toets woensdag goed gaat.'' Soms ziet ze berichtjes voorbij komen met 'kanker dit, kanker dat' over collega's. 'Dan stuur ik: 'Ik zal het niet tegen diegene zeggen, maar het zal vast een keer bij mijn collega terecht komen.'' 'Oké, mevrouw Van Belzen. Ik zal er op letten.' Het gebeurde eens dat ze een leerling via Facebook een standje gaf en dat die haar toen meteen ontvriendde. 'Nou, lekker rustig.'

Selina Evripidou heeft absoluut geen behoefte om met leraren te Facebooken. 'Ik ben helemaal niet nieuwsgierig naar wat zij in hun vrije tijd doen', zegt Evripidou (17), die in 5-havo zit op een school in Amersfoort. Zelf is ze niet veel met sociale media bezig, maar haar school houdt leerlingen wel degelijk in de gaten. 'Een tijd geleden zijn twee mensen geschorst, omdat ze erge dingen op Twitter hadden gezet over leraren.'

Het enige moderne communicatiemiddel dat Evripidou gebruikt voor contact met leraren is haar Blackberry. 'Een lerares heeft een keer haar ping gegeven aan de hele klas. Als we vragen hadden, mochten we haar pingen. Dat is wel handig, maar Facebook is gewoon te persoonlijk.'

De stelligheid van Evripidou ontbreekt bij veel leraren en scholen. Ze kunnen niet om sociale media heen, maar hoe ermee om te gaan? Tijdens het Nationaal Congres Onderwijs & Sociale Media, van 14 tot en met 17 mei, komen dit soort kwesties aan bod. Initiatiefnemer Hans Hoornstra merkte dat er een groeiende behoefte was aan meer informatie. Zo zal het onder meer gaan over de overlapping van werk en privé. Hoornstra vermoedt dat leraren die 's avonds nog even een tweet sturen om de angel ergens uit te halen, de volgende dag minder stress ervaren.

Een ander belangrijk thema is veiligheid. Hoornstra: 'Als er vroeger een vervelend incident op school gebeurde, riep de directeur de betrokkenen bij elkaar en werd het ter plaatse opgelost. Nu vliegen de tweets en de appjes meteen naar buiten, daar moet je als directeur je houding aan aanpassen.'

Ook het protocol van CNV Onderwijs gaat over veiligheid. 'Zorg voor duidelijke regels: welke mediadragers zijn in de klas en op school toegestaan? Ben je als school betrokken in het grijze gebied tussen privé en school? Wanneer schakel je ouders in, en wanneer politie?' Opvallend is dat de AOb (Algemene Onderwijsbond) het opstellen van richtlijnen overbodig vindt. De vakbond schat docenten professioneel genoeg in om zelf te bepalen hoe ver ze kunnen gaan.

De Besturenraad, waarin christelijke onderwijsinstellingen zijn verenigd, stelde eind vorig jaar een modelprotocol op. Een opvallend verschil met het protocol van CNV Onderwijs: 'het is medewerkers niet toegestaan om 'vrienden' te worden met leerlingen op sociale media'.

Gelukkig voor Amber ten Cate (17) zit zij niet op een van die scholen. De havo-leerling uit Almere heeft drie leraren als Facebookvriend. Ten Cate kan het vooral goed vinden met haar voormalige geschiedenisleraar. 'Hij is heel jong, eind twintig of zo, gewoon een leuke man, jongen. Als ik bijvoorbeeld schrijf dat ik het leren moeilijk vind, zegt hij dat hij wel wil helpen.'

Leraar Jan Ronald Crans wordt ook weleens gebruikt als onlinevraagbaak. 'Leerlingen sturen soms een whatsappje met: 'Meneer, we hebben een discussie. Is het nou gestofzuigd of stof gezogen?' Het is aan Crans, leraar Nederlands en aardrijkskunde op het Oostvaarders College in Almere, om op te treden als taaldeskundige, ook in zijn vrije tijd. 'Zolang het niet midden in de nacht is, is dat niet erg.' De leraar noemt zichzelf een 'stevige Facebooker' en is vooral bevriend met oud-leerlingen. 'Ik gebruik Facebook ook om een kort lijntje te hebben met leerlingen met wie het niet lekker loopt.'

MEESTER BART

In korte tijd groeide 'Meester Bart' uit tot een klein fenomeen. Bart Ongering, die lesgeeft op een middelbare school in de Amsterdamse Bijlmer, hoorde zijn leerlingen regelmatig grappige uitspraken doen en besloot de leukste op internet te zetten. Begin dit jaar werd zijn weblog meesterbart.tumblr.com een hype; ruim 15 duizend mensen 'liketen' de pagina en meer dan drieduizend mensen volgen Meester Bart op Twitter. Uitgeverij Lebowski besloot de leukste uitspraken te bundelen. Deze maand verschijnt het boek Ik hoef niet op te letten, ik weet alles al.

'Meester, mijn stem klinkt zo ghetto wanneer ik mezelf terug hoor.'

D, 16 jaar.

'Bestonden er honderd jaar geleden al mensen?'

M, 13 jaar.

'Meester, bent u Meester Bart tumblr?'

Dialoog:

'Meester, gaan alle mensen dood in de Dode Zee?'

'Natuurlijk, daarom heet het zo.'

'Meester, u nakt.'

'Ik heb een kat, maar het is een hondachtig iets.'

L. 12 jaar

Dialoog:

Leerling 1: 'Er komt morgen gewoon 10 of 20 cm sneeuw.'

Leerling 2: 'Weet je hoeveel sneeuw dat is? Gewoon bijna een liniaal.'

'Meester, heeft u zalf? Mijn gezicht is krokant.'

C, 15 jaar.

'Meester, komt u uit Brabant? Ik dacht dat u gewoon uit Nederland kwam.'

J, 14 jaar.

'Vannacht stootte ik mijn hoofd tegen mijn klok toen ik in bed lag. Het was twaalf uur, dus het was te laat om te huilen.'

S, 12 jaar.

IPAD OP HET TOILET

De iPad: we gaan ermee naar bed en we staan ermee op, en we doen er tussendoor ook van alles mee. De tabletcomputer heeft tal van apparaten en attributen in huis overbodig gemaakt. Met inbegrip van de krant. Nooit meer afwachten of de bezorger op tijd komt of misschien jouw brievenbus weer eens overslaat. Ook nooit meer hannessen op het toilet met dat onhandig grote formaat. Nooit meer pagina's die altijd omvouwen op de plek waar je geen vouwen wilt hebben. Het enige nadeel van de iPad is dat je hem niet, zoals de krant, op de grond kunt laten vallen als je de boel wilt afvegen. Deze iPad Standaard met toiletrolhouder van CTA Digital is helemaal voor die momenten ontworpen.

Prijs 45 euro

undefined

Meer over