Wezen der democratie ontgaat Wilders

HAAGS POPULISME

Alhoewel Geert Wilders in staatkundig opzicht (niet voor wat betreft zijn partijorganisatie) een democraat is, bevat zijn rechts-populistische gedachtengoed een aantal fundamentele misverstanden over het wezen en het functioneren van de democratie. Evenals bij andere populisten is de kerngedachte van Wilders dat het volk aan de macht moet komen in plaats van de politieke elite. Om deze reden is hij 'een warm voorstander van directere vormen van democratie'.

De PVV wil het bestaande staatsbestel verder democratiseren door middel van referenda, de gekozen burgemeester en minister-president, de afschaffing van de indirect gekozen Eerste Kamer en door van het koningschap louter een ceremoniële functie maken.

Feitelijk beschouwd hangt de PVV de door Rousseau uitgedachte theorie aan dat de soevereine macht bij het hele volk zou moeten berusten. De algemene wil ('volonté générale') dient leidend te zijn in de staatszaken. De PVV neemt deze theorie van algemene volkswil en volkssoevereiniteit echter letterlijk. De teleurstelling van Wilders in het functioneren van de huidige parlementaire democratie berust daardoor op een aantal principiële misverstanden.

Allereerst is daar de misvatting dat er een volkswil zou bestaan die niet wordt gehoord. Het volk als monolitische entiteit met een ondeelbare wil is echter een bedenkelijke fictie. Een willekeurig cafébezoek of verjaardagsfeest bewijst onmiddellijk de onjuistheid van dit populistische idee-fixe.

Wilders' tweede principiële misverstand is dat democratie, zoals de naam doet vermoeden (demos = volk en kratein = heersen), volksheerschappij betekent. Bij een parlementaire democratie berust een belangrijk deel van de macht altijd bij een relatief kleine minderheid die door de meerderheid van de bevolking is gekozen (elite betekent immers uitgekozenen). De parlementaire democratie functioneert daarmee als een selectiesysteem dat politieke elites voorbrengt die het land besturen. Het ongekende voordeel van de democratie tegenover andere politieke systemen is dat de toegang tot de bestuurlijke elites in principe voor iedere burger openstaat en deze tijdelijke en gekozen elites onder controle van de burgers staan. Niettemin beweert Wilders dat Nederland is gegijzeld (!) door een politieke elite die zichzelf instandhoudt.

Voor dat laatste geeft hij de volgende simplistische verklaring: 'De ene machtspoliticus zal de andere machtspoliticus niet aandoen waarvan hij niet wil dat het hemzelf overkomt.' Alleen al het feit dat in onze parlementaire geschiedenis herhaaldelijk zowel afzonderlijke ministers als kabinetten door de Tweede Kamer tot aftreden zijn bewogen, bewijst de onhoudbaarheid van Wilders' bewering. Het bestaan van een homogene 'politieke elite' in een democratie is dan ook een populistische fabel.

Het laatste misverstand van Wilders over de parlementaire democratie is dat hij niet lijkt te begrijpen dat een bepaalde distantie tussen kiezers en gekozenen noodzakelijk is voor competent bestuur. Verschillende theoretici van de representatieve democratie beschouwen het bestaan van een kloof tussen kiezers en gekozenen dan ook als een eminent voordeel van dit stelsel. Zo stelde Thorbecke: 'Een kleine minderheid wordt gekozen om het gewichtigste deel van het staatsburgerlijk regeringsrecht voor de grootste meerderheid, doch naar eigen individueel inzicht uit te oefenen.' Deze gekozen minderheid is volgens Thorbecke inderdaad een elite ('de eerste aller aristocratieën, die van de geest'). De verwijzing naar deze staatsman in het programma van de PVV ('Onze democratie verkeert in de grootste crisis sinds Thorbecke') getuigt derhalve van een opmerkelijk gebrek aan historisch besef voor een partij die zich zo graag beroept op ons nationale verleden.

'Wat op straat wordt gezegd, moet in de Kamer worden besloten', zo stelt Wilders onomwonden. Dit is populisme in zijn meest radicale vorm dat in een hoogontwikkelde samenleving volstrekt onwerkbaar en dus onwenselijk is. De kloof tussen de burger en de politiek is niet slechts inherent aan de parlementaire democratie maar evenzeer noodzakelijk voor competent bestuur. Voor de politiek en het bestuur van het land zijn nu eenmaal personen nodig met aanzienlijk meer intelligentie, kennis, staatkundig inzicht, langeretermijnvisie en compromisbereidheid dan de gemiddelde Henk en Ingrid.

De populisme-expert Paul Taggart stelt dat populisme steeds weer verdwijnt omdat het niet kan worden geïnstitutionaliseerd. In navolging van de Deense Volkspartij heeft de PVV hier de volgende oplossing geïntroduceerd: zelf geen zitting nemen in het kabinet en daarmee regeringsverantwoordelijkheid dragen, maar gedoogsteun verlenen en daardoor indirect meeregeren.

Met deze nieuwe vorm van achterkamertjespolitiek bewaart de PVV voor de eigen aanhang de noodzakelijke afstand tot haar politieke bondgenoten. Ondanks zijn zorgvuldig gecultiveerde anti-establishment-houding en voortdurend poseren als onkreukbare outsider op het verfoeide Binnenhof maakt de voormalige VVD-parlementariër Wilders in werkelijkheid nog altijd deel uit van de door hem zo gehekelde 'Haagse elite van in zichzelf gekeerde en op macht beluste baantjesjagers'.

ROBIN TE SLAA is historicus en mede-auteur van De NSB, ontstaan en opkomst van de Nationaal-Socialistische Beweging, 1931-1935.

De PVV beroept zich graag op ons nationaal verleden, maar snapt niets van Thorbecke.

undefined

Meer over