Westen keek weg van massamoord in Katyn

Pas vrijgegeven documenten uit Amerikaanse archieven richten de schijnwerpers op een onderbelicht hoofdstuk uit de Tweede Wereldoorlog: de medeplichtigheid van de westerse geallieerden, de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt voorop, om de ware toedracht van het bloedbad van Katyn (1940) te verhullen.

MOSKOU - In plaats van bondgenoot Stalin met deze massamoord te confronteren, kreeg de Sovjetdictator tijdens de Conferentie van Teheran (in november 1943) toestemming de helft van Polen bij de Sovjet-Unie in te lijven.

'Katyn' verwijst naar het bloedbad dat Sovjettroepen in 1940 aanrichtten in een bos (en enkele andere plekken) nabij het Russische dorp Katyn. Ze deden dat in opdracht van Lavrenti Beria en met goedkeuring van Stalin.

Naar schatting 22 duizend Polen - 14 duizend Poolse officieren en politieagenten en achtduizend 'ongewenste' leden van de Poolse elite - werden bij Katyn geëxecuteerd.

De Polen waren gevangen genomen tijdens de Sovjet-invasie van dat land in 1939. Hun moord door de Sovjets - die pas in 1990 door toenmalig partijleider Gorbatsjov werd erkend - behoort tot de grootste massaexecuties van krijgsgevangen uit de oorlog.

Duitse troepen vonden de massagraven nabij Smolensk. In april 1943 maakte Hitlers minister van Propaganda Jozef Goebbels het nieuws wereldkundig. De Duitsers, die hoopten een wig te drijven tussen Stalin en zijn westerse bondgenoten, brachten ook buitenlandse experts naar Katyn. De Sovjet-Unie ontkende de beschuldigingen fel en zei dat oprukkende Duitse troepen de Polen hadden gedood in 1941.

De Duitsers lieten het massagraf ook zien aan Amerikaanse en Britse krijgsgevangenen. Twee daarvan, kapitein Donald Stewart en overste John van Vliet, zouden hierover later getuigen - al verdween een eerste rapport daarover uit 1945 spoorloos.

Uit de pas vrijgegeven documenten, waar persbureau AP vooraf inzage in kreeg, blijkt dat ze al vanuit Duitse gevangenenschap gecodeerde berichten stuurden naar de Amerikaanse militaire inlichtingendienst, waarin ze meldden dat er overtuigend bewijs was dat niet de nazi's, maar de Sovjets verantwoordelijk waren voor het bloedbad.

Eerder was al bekend dat Roosevelt via de Britse premier Churchill een bericht van de Britse diplomaat Owen O'Malley had ontvangen met een opsomming van het bewijs dat de Sovjet-Unie de misdaad had begaan. Dit suggereert dat de Amerikaanse autoriteiten al vroeg uit betrouwbare bron signalen kregen over de ware toedracht van de massamoord in Katyn, maar dat ze deze signalen negeerden om de alliantie met Stalin niet in gevaar te brengen.

Het Amerikaanse Office of War Information bleef, gevolgd door Amerikaanse media, 'Katyn' als een nazimisdrijf beschrijven en waarschuwde Poolse radiostations in Detroit en Buffalo dat ze hun licentie konden kwijtraken als ze details over Katyn bleven uitzenden.

Katyn-expert Allen Paul noemt de pas vrijgekomen documenten 'potentieel explosief'. De vroege berichten over Katyn lijken ook te zijn achtergehouden bij het Katyn-onderzoek dat een commissie van het Amerikaanse Congres in 1952 instelde. De commissie oordeelde dat de Sovjets verantwoordelijk waren voor Katyn en kritiseerde Roosevelt voor het achterhouden van informatie. De Amerikaanse president zou hebben gehandeld uit 'militaire noodzakelijkheid'.

De toenmalige Amerikaanse ambassadeur in Moskou, George Kennan, adviseerde niets met het rapport te doen. Moskou zou het zien als 'onuitgelokte escalatie in de propagandaoorlog' en diplomatiek viel er voor de Amerikanen niets mee te winnen.

Zowel de VS als Groot-Brittannië (waar de Labourregering Callaghan in de jaren zeventig zich nog heftig verzette tegen een Katyn-monument in Londen) lijken deze stellingname tot het einde van de Koude Oorlog te hebben volgehouden.

undefined

Meer over