Werkloze moet weer zelf op banenjacht

Het kabinet-Rutte bezuinigt vele miljoenen op reïntegratie. De hulp bij de banenjacht wordt hierdoor een stuk schaarser. Hoe erg is dat? 'Het hoeft niet verkeerd te zijn.' Door Haroon Ali en Elsbeth Stoker

Door Haroon Ali en Elsbeth Stoker

Koffie. Dat is de eerste associatie van de Friese Friso (37) als hij aan reïntegratie denkt. De Leeuwarder, die een geschiedenis van draaideurwerkloosheid heeft, kan zichzelf ervaringsdeskundige noemen. In totaal heeft hij drie verschillende trajecten doorlopen en zijn oordeel varieert van een 'dikke onvoldoende' tot 'goed'. De slechtste ervaringen deed hij op in 2006. Twee dagen per week moest hij zich melden bij een door de gemeente ingehuurd bureau. 'En daar zat ik dan zeven uur lang. Het grootste deel van de tijd deed ik niets en dronk ik koffie. De rest van de tijd zocht ik op de computer naar vacatures of schreef brieven.'


Na negen maanden was dit traject voorbij - zonder dat hij een nieuwe baan had gevonden. Bij het derde reïntegratiebedrijf had hij echter heel andere ervaringen. 'Ik kwam daar op mijn eerste dag en ze gaven me een map vol vacatures. De eerste pagina was meteen raak.' Hij ging aan de slag als technisch medewerker bij een museum in de Friese hoofdstad. En daar werkt hij nog steeds, dankzij loonsubsidie van de gemeente.


Geldverspilling

Het verhaal van Friso is exemplarisch voor de reïntegratiesector. De ene groep doet het af als geldverspilling en zinloos tijdverdrijf. De ander ziet het als hét middel om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt aan de slag te krijgen. Hoe het ook zij, de markt waar dit jaar alleen al 1,9 miljard euro in omging, ligt onder vuur. Het vorige kabinet kondigde onlangs al een flinke bezuiniging aan van 190 miljoen euro voor 2012, het kabinet-Rutte zal hier een schep bovenop doen met in 2012 nogmaals een korting van 250 miljoen. De jaren erna komt er nog minder geld beschikbaar.


De gemeenten vrezen een daling van hun budget met tientallen procenten. En ook onder de tweeduizend reïntegratiebureaus - waar een kleine 20 procent van het geld terechtkomt -wordt een kaalslag verwacht. 'In 2010 hadden we 180 miljoen te besteden, in 2011 wordt dat 165 miljoen en in 2012 125 miljoen', zegt de Rotterdamse wethouder Dominic Schrijer (PvdA, Werk). 'Daarna wordt het nog minder.' Rotterdam telt 32 duizend bijstandsgerechtigden.


Ook uitkeringsinstantie UWV is bezorgd. Het UWV is nu nog verantwoordelijk voor het aan het werk helpen van mensen met een WW-uitkering. Maar in het regeerakkoord staat dat deze taak wordt geschrapt. Wat dit betekent voor WW'ers is nu nog onduidelijk. Maar de kans bestaat dat zij in deze periode van werkloosheid - de WW-uitkering kan oplopen tot 38 maanden - een stuk minder hulp krijgen dan voorgaande jaren.


Hoe erg is dit? Reïntegratie heeft immers het imago van geldverspilling. Een jaar of tien geleden besloot het toenmalige kabinet dat marktpartijen mensen beter aan het werk kunnen helpen dan overheden. Het gevolg: de reïntegratiebedrijven schoten als paddestoelen uit de grond. Er werd vooral gekeken naar de prijs, en niet zozeer naar de kwaliteit. Het resultaat: horrorverhalen over een cowboymarkt waarin werklozen in grote loodsen kledinghangers inpakten of scooby-doo-plaatjes in zakjes moesten doen. De gedachte achter deze klussen was dat zij zo 'werknemersvaardigheden' leren, zoals op tijd op je werk verschijnen. 'Deze ondersteuning heeft mij niet geholpen bij mijn zoektocht naar werk, integendeel, het heeft een jaar van mijn tijd opgeslokt', vertelde een werkloze hbo'er in 2006 in de Volkskrant.


De kritiek was afgelopen jaren niet mals. Het grootste probleem van reïntegratie is dat niemand weet of het echt werkt. Want wie zegt dat de werkloze zonder hulp ook niet een baan had kunnen vinden? In 2007 deed de Rekenkamer Amsterdam een poging de effectiviteit te meten. Conclusie: slechts 11 procent van reïntegratietrajecten leidde tot uitstroom naar regulier werk. En dat was niet het enige probleem. De Rekenkamer concludeerde tevens dat de gemeente twee reïntegratiebedrijven had betaald voor vergelijkbare activiteiten voor dezelfde werklozen in dezelfde periode. Ook zouden de medewerkers van de sociale dienst weinig zicht hebben op de kosten en effectiviteit van een traject.


De Raad voor Werk en Inkomen kwam in 2009 tot een positiever oordeel. Van mensen die in 2005 met reïntegratieondersteuning waren begonnen, was 56 procent binnen 24 maanden aan het werk. Van degenen die in 2006 begonnen, had 61 procent werk.


Afgelopen jaren is de markt volwassener geworden, zegt Arjan Heyma. 'Al is het nog steeds een markt in wording.' Hij is onderzoeker van SEO Economisch Onderzoek en is gespecialiseerd in de arbeidsmarkt. Inmiddels doen de gemeenten en het UWV sommige taken weer zelf.


Afrekenen

'Er wordt kritischer gekeken', zegt ook Kick van der Pol, voorzitter van Boaborea, de branchevereniging van de reïntegratiebureaus. 'In de contracten met private bedrijven worden resultaatafspraken gemaakt.' Zijn leden merken nu al dat de gemeenten de hand op de knip houden, in afwachting van de Haagse plannen. Daar komt nog eens bij dat het UWV dit voorjaar bekendmaakte dat het geen nieuwe reïntegratietrajecten meer zou inkopen, omdat het al te veel geld had uitgegeven als gevolg van de crisis. 'Een deel van de markt ligt stil.' Momenteel telt Nederland zo'n tweeduizend reïntegratiebureaus. Het grootste deel bestaat uit eenpitters. Van der Pol verwacht dat de bezuinigingen vooral deze groep zal treffen en dat er honderden zullen verdwijnen. 'Maar voor de bureaus die zich specialiseren in bijvoorbeeld Wajongers en die worden afgerekend op basis van de uitstroom naar werk, is er nog steeds toekomst.'


Heyma maakt zich vooral zorgen over de gevolgen voor de werklozen. Bezuinigen hoeft niet verkeerd te zijn, vindt hij. Mensen die net in de WW zitten, kunnen immers vaak op eigen kracht werk vinden. Problematisch wordt het echter voor de groep die na een jaar nog steeds niets heeft gevonden. Wat Heyma betreft, zou het onverstandig zijn hen gedurende de hele WW-periode aan hun lot over te laten. 'Als je de WW-duur niet verkort, dan kan je het niet maken om wel de hulp bij de banenjacht af te schaffen.' Tegen de tijd dat deze werkloze in de bijstand belandt, behoort deze tot de harde kern, voegt Van der Pol toe.


Welke bijstandsgerechtigden straks geen hulp meer zullen krijgen, is nu nog de vraag. Maar de gevraagde gemeenten antwoorden allemaal dat ze in ieder geval verwachten weinig geld over te houden voor de 'echte onderkant'. De Amsterdamse wethouder Andrée van Es liet onlangs al weten dat het mes gaat in trajecten die gericht zijn om mensen uit hun isolement te halen. 'Heel zinvol maar het leidt niet tot betaald werk. Denk aan programma's die mensen stimuleren te gaan zwemmen of om een rondje in een park te rennen. Dit gaan wij dus niet meer doen.'


In Rotterdam zullen de bijstandsgerechtigden die vrijwilligerswerk doen hun extra bonus van 70 euro per maand zien slinken. Ook wordt de loonkostensubsidie voor werkgevers beperkt en krijgen roc's straks geen geld meer om schoolverlaters (en dus potentiële bijstandsklanten) bij de les te houden.


Wethouder sociale zaken Anton van Aert van Boxtel (PvdA) zal 'langdurige trajecten inkorten'. Hij moet wel. Zijn budget daalt in 2011 van 1,1 miljoen naar 900 duizend euro, en daarna zelfs naar 700 duizend euro. 'Mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt blijven dan thuis zitten.'


Ook voor ervaringsdeskundige Friso breken er spannende tijden aan. Althans, dat zou je denken. Want zal de gemeente Leeuwarden straks nog geld hebben om zijn baan in het museum te subsidiëren? Op 1 juli 2011 loopt zijn contract af. Maar veel zorgen kan Friso zich hier nog niet over maken. 'Ik weet nu wat ik kan, en ik ben een stuk zelfverzekerder. De ervaring die ik nu heb opgedaan zie ik als een kruiwagen voor de toekomst. Ik red mezelf wel.'


Wat wil het kabinet?

Het kabinet-Rutte wil minder geld besteden aan sociale zekerheid. Om dit te bereiken snijdt het fors in reïntegratie. Middelen voor reïntegratie worden slechts nog selectief ingezet voor kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt, staat in het regeerakkoord. Maar dat niet alleen: er komt één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt. De wet Sociale Werkvoorziening, de Wajong en de Bijstand worden gereorganiseerd. Het doel: meer mensen aan het werk, minder mensen in een uitkering. Voor werkgevers die een baan in de aanbieding hebben, wordt het op deze manier overzichtelijker, is het idee. Ook worden de uitkeringen geleidelijk verlaagd, zodat deze nog onaantrekkelijker worden.


Voor jongeren die volledig arbeidsongeschikt zijn, blijft de Wajong bestaan en mensen met een indicatie voor een beschutte werkplek houden toegang tot de WSW. Huidige WSW'ers houden hun WSW-baan.


Spullen van zolder verkocht om rond te komen

Na jaren zelf arbeidsongeschikt te zijn geweest, begon Els Kleingeld uit Den Bosch met hulp van het UWV haar eenmansbedrijf De Actiecoach. Slechte timing, want zowel de gemeente als het UWV kunnen haar niet van reïntegratiekandidaten voorzien. 'Ze gaan alleen met de grote jongens in zee. Of er wordt een klus voorgesteld, maar op het laatste moment teruggetrokken. Het is heel frustrerend.'


Sinds de oprichting van De Actiecoach heeft Kleingeld een paar particuliere klanten gehad, die zij hielp met bezwaarschriften, aanvragen voor levensonderhoud en andere vormen van dienstverlening. Maar de reïntegratieprojecten blijven uit. Met de bezuinigingen in aantocht belooft het nog zwaarder te worden. 'Het zwaard van Damocles hangt boven mijn hoofd.' Kleingeld richt zich nu ook op andere zaken, zoals de bestrijding van ziekteverzuim.


Om rond te komen, ontvangt zij sinds december een Bbz-uitkering, een bijstandlening voor zelfstandigen die maximaal drie jaar door de gemeente wordt verstrekt. Dit komt neer op 90 procent van het minimumloon. De lening van 5.000 euro die zij bij de Rabobank afsloot om haar eigen reïntegratiebureau te kunnen beginnen, heeft Kleingeld nu voor 1.000 euro afbetaald, 'door spulletjes van zolder te verkopen'.


UWV moet in 2011 twintig mensen ontslaan

De grootste klanten van UWV Reïntegratie zijn gemeenten, van 'Diemen in het westen tot Veenendaal in het oosten', zegt directeur Rutger van Krimpen. Hij maakt zich grote zorgen over de bezuinigingen. 'De geldstroom voor sociale werkvoorziening (WSW) neemt in 2011 met 5 à 6 procent af, wat neerkomt op 1,3 miljoen euro die wij moeten bezuinigen. In de reïntegratie zien we onze opbrengst met 700 duizend euro dalen.'


Van Krimpen is in 2011 genoodzaakt twintig van de tweehonderd werknemers te ontslaan. 'We nemen op korte termijn afscheid van dertien consulenten, jobhunters en ondersteunende krachten.'


Ook in leerwerkprojecten die UWV in samenwerking met roc's doet, kan 'met minder middelen, minder kwaliteit' worden geleverd.


De afdeling sociale werkvoorziening zorgt nog voor enige continuïteit in het bedrijf, aangezien deze wordt hervormd, maar niet wordt afgeschaft. 'We voorzien 1.200 arbeidsgehandicapten van werk, bijvoorbeeld in koekjesfabrieken of sorteercentra. Dit stopt gelukkig niet abrupt, zoals de reïntegratie.'


Van Krimpen kijkt niet verder in de toekomst dan mogelijk is. 'Eerst maakte je een plan voor vijf jaar. Het is bizar, maar nu kunnen we niet verder dan een tot drie jaar vooruit kijken.'


Op zoek naar nieuwe markten, andere landen

Alexander Calder is een van de grootste reïntegratiebedrijven in Nederland, met vierhonderd medewerkers in veertig vestigingen. Alexander Calder werkt voor het UWV, gemeenten en bedrijven en doet ook aan schuldhulpverlening, inburgering en begeleid wonen.


Aura Laumen, directeur van Calder Holding, is niet bang, wel bezorgd. 'De reïntegratie staat onder druk. In de jaren 2000 - 2005 kwam 80 procent van onze inkomsten uit reïntegratie, nu is dat nog 20 tot 25 procent.'


Van de veertig vestigingen zijn er vijf gespecialiseerd in reïntegratie. 'Als er straks onvoldoende reïntegratieopdrachten zijn, doen we er alles aan om vervangend werk voor hen te vinden.'


Laumen ziet de veranderende markt als een kans om zich op iets anders te storten, zoals het tekort in de zorg. 'Dat heet ondernemen.'


Oktober vorig jaar begon Alexander Calder met een vijfjarig project van dertigduizend reïntegratietrajecten in Londen.


Laumen denkt dat er in de toekomst slechts een paar sterke spelers overblijven, een 'selecte club die mee beweegt met de veranderingen in de markt'. Eenmansbedrijven krijgen het zwaar. 'Van vijf klanten kun je niet leven. Je moet ander werk doen naast reïntegratie, anders overleef je het niet.'


Meer over