Werkgevers zetten volgens hoogleraar nieuwe instrumenten in om ontslag te vereenvoudigen; 'Philips wil werknemers makkelijker kunnen ontslaan'

Werkgevers zoeken naar middelen om het contract voor onbepaalde tijd uit te hollen, meent M .Wilke, hoogleraar arbeidsverhoudingen. Dat is te zien aan de onlangs uitgelekte plannen van Philips....

Van onze verslaggeefster

Margreet Vermeulen

TILBURG

Philips wil alle werknemers regelmatig van stoel laten wisselen. 'Op zichzelf is dat geen nieuw fenomeen', oordeelt M .Wilke, hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. 'Nieuw is wel de hoge mate van onzekerheid waarmee dat gepaard gaat. Op alle fronten zie ik dat werkgevers proberen de handen zoveel mogelijk vrij te houden ten opzichte van hun werknemers - om ze vervolgens makkelijker en goedkoper te ontslaan.'

De Rotterdamse hoogleraar vindt het 'heel gezond' om werknemers te laten rouleren en werknemers te prikkelen zichzelf tijdig bij te scholen. 'Maar via een omweg probeert Philips natuurlijk het contract voor onbepaalde tijd uit te hollen. Boonstra wil het simpeler en vooral goedkoper maken om de band met een werknemer te verbreken.'

In datzelfde licht plaatst Wilke de hernieuwde aandacht van werkgevers voor prestatiebeloning. 'Prestatieloon is een opstapje naar soepeler ontslag, dat staat voor mij buiten kijf. Dat de lonen flexibel worden, is maar bijzaak. Hoofdzaak is dat de werkgevers een instrument in handen krijgen om hun medewerkers te beoordelen. En wat denk je dat er gebeurt als iemand drie jaar lang geen bonus verdient omdat hij onvoldoende scoort? Iedereen voelt dan zelf wel aan dat er maar één ding op zit en dat is vertrekken.'

Tot voor kort voerden de ondernemers, vooral de grote bedrijven, campagne om de wettelijke ontslagbescherming te versoepelen. Die strijd lijkt beslecht in het voordeel van de vakorganisaties, zegt Wilke. Daarom worden nu nieuwe middelen ingezet om de band met werknemers makkelijker te verbreken.

'Steeds meer werknemers worden op freelance basis ingehuurd. Van schoonmakers tot interimmanagers worden ingehuurd voor een bepaalde klus tegen een bepaald bedrag. Akzo is daarmee bezig. KPN wil volgend jaar het arbeidscontract van 5 á 10 procent van de werknemers moderniseren. In zo'n arbeidscontract verplicht de werknemer zich niet een aantal uur te werken, maar een bepaalde prestatie te leveren. Ik ben ervan overtuigd dat er op den duur twee soorten werknemers zijn: de een heeft een vast dienstverband, de ander verhuurt zich als kleine zelfstandige.'

Op de vraag of het een kwalijke ontwikkeling is dat de zekerheid van werknemers afbrokkelt, valt Wilke even stil. 'Dat vind ik een moeilijke vraag. Ten eerste gebeurt het gewoon, of we het nou leuk vinden of niet. In de ons omringende landen zijn identieke discussies en bewegingen gaande. Maar er zit natuurlijk een gevaar in, zeker in tijden van hoge werkloosheid en afbouw van sociale zekerheid. Toch geloof ik dat er een natuurlijke rem is ingebouwd op te veel flexibiliteit en onzekerheid.

'Als de relatie werkgever-werknemer te los wordt, investeert men niet meer in elkaar. Dan ben je natuurlijk op de verkeerde weg en slaat de slinger van de klok vanzelf weer terug. Want werkgevers hebben ook behoefte aan stabiliteit. Er moeten ook werknemers zijn die bij wijze van spreke bij het meubilair horen, anders raakt een bedrijf z'n collectieve geheugen kwijt.'

Het is Wilke een raadsel waarom we een duur Engels woord als employability nodig hebben. 'Het gaat er toch gewoon om dat mensen bemiddelbaar blijven op de arbeidsmarkt, of niet soms?' En van het meningsverschil tussen werkgevers en werknemers over wie ervoor verantwoordelijk is dat de werknemer zijn kennis en vaardigheden op peil houdt, begrijpt hij nog minder. 'Dat is zijn eigen pakkie-an, natuurlijk. Ik ben immers econoom. Maar het is een louter emotionele discussie. Want het is evident ook in het belang van een onderneming dat een werknemer goed geschoold is voor zijn werk en aantrekkelijk blijft op de arbeidsmarkt. En dus zal de baas er geld en tijd in moeten stoppen. Anders loopt de man of vrouw naar een werkgever die dat wel doet.'

Philips is, getuige de ontwerpvoorstellen die vorige week uitlekten, van plan een sociaal-economische revolutie te ontketenen. Niet alleen de vaste functie, ook de collectieve loonsverhogingen en de koppeling van het loon aan een functie staan ter discussie. Maar bij de term revolutie moet Wilke even slikken. 'Zulke woorden zul je mij niet horen gebruiken. Maar wat ik wel voorzie, is dat mensen zich meer gaan definiëren als kleine zelfstandige. Ik ben de bv Wilke en jij bent de bv Vermeulen. En die bv moet draaien. Dat is een sociaal-culturele omwenteling, zo je wilt. De verhouding werkgever-werknemer wordt steeds meer in economische termen vertaald. De beloning moet in overeenstemming zijn met de productiviteit. Wie naar cursus gaat, investeert opeens in zichzelf.'

Het is niet zonder gevaar om de relatie werkgever-werknemer in louter economische termen uit te drukken, waarschuwt de professor. Want het ondergraaft de calvinistische cultuur waarin hard werken de norm is. 'Die houding van 'niet zeuren, maar aanpoten' zit in onze genen. Dat doen we niet omdat we ervoor beloond worden, maar omdat het de norm is. Dat is een onvoorstelbaar maatschappelijk kapitaal. Dat zet je op het spel als je alles gaat omrekenen in pegels. Berekenend gedrag lokt berekend gedag uit. Dat zou een groot verlies zijn.'

Meer over